Bijlage 1 — bedoeld in artikel 3.16, eerste lid

Onderdeel A. H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

Standaardbandbreedte

49,9–55,7

MJ/m3(n)

Afwijkende bovengrens (Wobbe-index)

LNG-systeem bedoeld in figuur 3

57,2

MJ/m3(n)

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

Gascondensaat

≤ 5

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

0–40

°C

Rest Nederland

5–30

°C

Zuurstofgehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

HTL in LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 0,001

mol% daggemiddeld

HTL in rest van Nederland

≤ 0,0005

mol%

Koolstofdioxidegehalte

≤ 2,5

mol%

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2900

mg/m3(n)

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F/m3(n)

Waterstofgehalte

Maasvlaktesysteem, bedoeld in figuur 7

≤ 0,5

mol%

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte voor odorisatie

≤ 30

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte na odorisatie

≤ 41

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

0

mg THT/m3(n)

in RTL: reukloos / ruikbaar1 gas

0 / 10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar1 gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si /m3 (n)

1 De alarmerende werking van geodoriseerd gas dient te allen tijde adequaat te zijn.

Onderdeel B. G-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

43,46–44,411, 2

MJ/m3(n)

Gehalte hogere koolwaterstoffen

≤ 5

mol% propaanequivalent

Gascondensaat

≤ 80

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Waterdauwpunt

in RTL en HTL

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

in distributiesysteem voor gas

≤ –10

°C (bij 8 bar(a))

Temperatuur

in RTL en HTL

5–30

°C

in distributiesysteem voor gas3

5–20

°C

Zuurstofgehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

in HTL

≤ 0,0005

mol%

Koolstofdioxidegehalte

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤10,34

mol%

in HTL

≤ 3

mol%

Waterstofgehalte

in HTL

≤ 0,02

mol%

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F /m3(n)

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2.900

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte

voor odorisatie

Piekwaarde

≤ 20

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 5,5

mg S/m3(n)

na odorisatie

Piekwaarde

≤ 31

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 16,5

mg S/m3(n)

THT-gehalte5 (odorant)

In HTL Flevoland, bedoeld in Figuur 5, ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

in HTL: reukloos6 gas

0

in RTL: ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar6 gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si/m3 (n)

1 De Wobbe-index van het in te voeden gas dient gedurende ten minste 50% van de tijd boven de ondergrens te liggen. Er mag maximaal 200 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding (een waarde onder de ondergrens) tussen de 0,2 en 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 12 uren mag voorkomen. Er mag maximaal 10 keer per voortschrijdend jaar een uur zijn waarin een onderschrijding van meer dan 0,3 MJ/m3 voorkomt, terwijl zo’n uur niet vaker dan 1 keer per 60 uren mag voorkomen. De waarden voor de Wobbe-index zijn uurgemiddelden. De waarden voor de Wobbe-index dienen altijd boven de absolute ondergrens van 42,96 MJ/m3 (n) en onder de absolute bovengrens van 44,91 MJ/m3 (n) te zijn onafhankelijk van de meetfrequentie. Deze absolute grenzen gelden voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2).

2 Overschrijdingen (een waarde boven de bovengrens) zijn toegestaan als zij binnen een verdeling rond de grenswaarde liggen met een standaarddeviatie van maximaal 0,1 MJ/m3(n).

3 Een andere invoedtemperatuur wordt geaccepteerd indien de invoeder aantoont dat de gebruikte materialen in de leidingen tegen de afwijkende temperatuur bestand is en het gas in de aansluitleiding van de invoeder zal opwarmen of afkoelen zodat het gas bij de afsluiter van het aansluitpunt met het distributiesysteem voor gas een temperatuur tussen de 5 en 20 °C heeft bereikt. Dit kan berekend worden met de methode uit het KIWA-rapport ‘Eisen aan Groen Gas invoedtemperatuur’ van 2 augustus 2012.

4 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) voor gassen die voor ten minste 99 mol% bestaan uit methaan, CO2, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2 bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van 10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en 10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

Waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

In RTL-leidingen die op grenspunten uitkomen mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten. Bij invoeding op aansluitingen waarvan het gas wordt gedistribueerd via gedeelten van het distributiesysteem voor gas waar grondwater in het gas terechtkomt, mag gas maximaal 3% koolstofdioxide bevatten.

5 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

6 Gas mag geen stoffen bevatten waardoor de ruikbaarheid van het odorant na odorisatie niet meer goed waarneembaar is of niet het juiste geurkenmerk waargenomen wordt.

Gas wordt in afwijking van deze bijlage op een distributiesysteem voor gas ingevoed indien dit zonder aanvullende inspanning van de distributiesysteembeheerder voor gas leidt tot aflevering van G-gas dat voldoet aan de voorgeschreven kwaliteit op een aansluiting als bedoeld in bijlage 1, onderdeel D.

Onderdeel C. H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

Standaardbandbreedte

47–55,7

MJ/m3(n)

Afwijkende ondergrens (Wobbe-index)

Gassysteem Delfzijl, bedoeld in figuur 1

48,6

MJ/m3(n)

Gassysteem Eemshaven, bedoeld in figuur 1

47,2

MJ/m3(n)

Gassysteem ZO Drenthe, bedoeld in figuur 2

49

MJ/m3(n)

Gassysteem IJmond, bedoeld in figuur 4

49,3

MJ/m3(n)

De provincie Limburg

49

MJ/m3(n)

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Groningen

48,3

MJ/m3(n)

Afwijkende bovengrens (Wobbe-index)

Gassysteem Westgas/Waalhaven, bedoeld in figuur 3

57,5

MJ/m3(n)

Gassysteem Maasmond, bedoeld in figuur 3

56

MJ/m3(n)

LNG-systeem, bedoeld in figuur 3

57,2

MJ/m3(n)

Waterdauwpunt1

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ –8

°C (bij 25 bar(a))

Rest Nederland

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

Gascondensaat1

≤ 5

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

0–40

°C

Rest Nederland

0–35

°C

Zuurstofgehalte

Bij gasopslagsysteem

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Rest Nederland

≤ 0, 5

mol% daggemiddeld

Koolstofmonoxide

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 1,5

mol%

Rest Nederland

≤ 2.900

mg/m3(n)

Koolstofdioxidegehalte

Subsysteem Oude Pekela, bedoeld in figuur 6

≤ 3,2

mol%

Rest Nederland

≤ 2,5

mol%

Waterstofgehalte

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 40

mol%

Maasvlaktesysteem, bedoeld in figuur 7

≤ 0,5

mol%

Rest Nederland

≤ 0,02

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F/m3(n)

Pathogene microben1

≤ 500

aantal/m3(n)

Stofdeeltjes1 met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 10

mg S/m3(n)

Rest Nederland

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

Raffinaderijgas-systeem, bedoeld in figuur 3

≤ 10

mg S/m3(n)

Rest Nederland

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte vóór odorisatie

≤ 30

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte na odorisatie

≤ 41

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)

in HTL: reukloos gas

0

mg THT/m3(n)

in RTL: reukloos / ruikbaar gas

0 / 10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si/m3(n)

1 Indien de systeembeheerder de aansluiting beheert.

Onderdeel D. G-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index1

43,46–44,41

MJ/m3 (n)

Gehalte hogere koolwaterstoffen

≤ 5

mol% propaanequivalent

Waterdauwpunt3

In RTL en HTL

≤ –8

°C (bij 70 bar(a))

In distributiesysteem voor gas

≤ –104

°C (bij 8 bar(a))

Gascondensaat3

≤ 80

mg/m3 (n) bij –3 °C bij elke druk

Temperatuur

0–35

°C

Zuurstofgehalte

Bij een gasopslagsysteem in Norg in de gemeente Noordenveld en bij een gasopslagsysteem in Grijpskerk in de gemeente Zuidhorn

≤ 0,0005

mol% daggemiddeld

Bij andere gasopslagsysteem

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Andere punten

≤ 0, 5

mol% daggemiddeld

Koolstofdioxidegehalte

RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 10,35

mol%

HTL in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland

≤ 8

mol%

HTL in de rest van Nederland

≤ 3

mol%

Waterstofgehalte

in HTL

≤ 0,02

mol%

in RTL en distributiesysteem voor gas

≤ 0,5

mol%

Chloor op basis van organochloorverbindingen

≤ 5

mg Cl/m3(n)

Fluor op basis van organofluorverbindingen

≤ 5

mg F /m3(n)

Koolstofmonoxide (CO)

≤ 2.900

mg/m3(n)

Pathogene microben

≤ 500

aantal /m3(n)

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm in RTL en HTL3

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte

voor odorisatie

Piekwaarde

≤ 20

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 5,5

mg S/m3(n)

na odorisatie

Piekwaarde

≤ 31

mg S/m3(n)

Jaargemiddelde

≤ 16,5

mg S/m3(n)

THT-gehalte (odorant)6

In HTL Flevoland, bedoeld in figuur 5: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

in HTL: reukloos gas

≤ 2

mg/m3

in RTL: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

in distributiesysteem voor gas: ruikbaar gas

10–40

mg THT/m3(n)

Siliciumgehalte op basis van siliciumhoudende verbindingen

≤ 0,1

mg Si /m3(n)

Leveringsdruk bij 25-mbar-aansluitingen (RNB-net)

23,4–327

mbar (o)

1 De Wobbe-index mag afwijken op basis van de toegestane variaties in de invoeding als opgenomen in voetnoten 1 en 2 bij bijlage 1, onderdeel B.

3 Indien de systeembeheerder voor gas de aansluiting beheert.

4 Met uitzondering van netten met een druk lager dan of gelijk aan 200 mbar(o).

5 De volgende restrictie geldt voor het gehalte koolstofdioxide (CO2) als het gas voor ten minste 99 mol% bestaat uit methaan, koolstofdioxide, stikstof (N2) en zuurstof (O2) en voor meer dan 6 mol% uit CO2bestaan.

CO2-gehalte is maximaal het minimum van

10,32 – 0,72 × N2-gehalte – 0,87 × O2-gehalte, en

10,56 – 0,746 × N2-gehalte – 1,01 × O2-gehalte,

waarin de gehalten zijn uitgedrukt in mol%

6 THT mag worden vervangen door een stof met een vergelijkbare alarmerende werking.

7 Een leveringsdruk van 40 mbar (o) wordt toegestaan als de maximale incidentele druk (MIP) gemeten aan de uitgang van de gasmeterbeugel. De maximale werkdruk (MOP) is daarbij 32 mbar (o) van een 30 mbar (o) lage-druk-gasdistributienet.

Onderdeel E. Grenspunten L-gas en H-gas

Grenspunten L-gas: Uitvoer

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

België via grenspunt Hilvarenbeek

44,9–46,9

MJ/m3(n)

België overig

42,7–46,9

MJ/m3(n)

Duitsland via grenspunt Zevenaar en Winterswijk

43,6–46,8

MJ/m3(n)

Duitsland overig

42,7–46,8

MJ/m3(n)

Zuurstofgehalte

≤ 0,5

mol%

Koolstofdioxide

≤ 3

mol%

Stofdeeltjes met een grootte boven de 5 μm

≤ 100

mg/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte (exclusief odorant)

≤ 20

mg S/m3(n)

Odorant THT (indien geodoriseerd)

10–40

mg/m3(n)

Temperatuur

0–40

°C

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a)

Gascondensaat

≤ 80

mg/m3(n) bij –3°C bij elke druk

Grenspunten H-gas: Invoer en Uitvoer

Gaskwaliteit

Waarde

Eenheid

Wobbe-index

Zie onder tabel grensstations

MJ/m3(n)

Zuurstofgehalte

in RTL

≤ 0,5

mol%

in HTL

≤ 0,0010

mol% daggemiddeld

Koolstofdioxide

≤ 2,5

mol%

Zwavelgehalte op basis van anorganisch gebonden zwavel

≤ 5

mg S/m3(n)

Zwavelgehalte op basis van alkylthiolen

≤ 6

mg S/m3(n)

Totaal zwavelgehalte (exclusief odorant)

≤ 20

mg S/m3(n)

Aflevertemperatuur

5–40

°C

Waterdauwpunt

≤ –8

°C (bij 70 bar(a)

Gascondensaat

≤ 5

mg/m3(n) bij –3°C bij elke druk

Wobbe-index H-gas grensstations en naastgelegen gasopslagsystemen: Invoer en Uitvoer

Land

Grensstation

Invoer/Uitvoer

Wobbe-index [MJ/m3 (n)]

België

’s Gravenvoeren

Uitvoer

49,3

55,7

België

Obbicht

Uitvoer

49,3

55,7

België

Zelzate

Invoer en Uitvoer

49,2

55,7

België

Zandvliet

Uitvoer

49,2

55,7

Duitsland

Oude Statenzijl

Invoer en Uitvoer

49

55,7

Duitsland

Vlieghuis

Uitvoer

49

55,7

Duitsland

Bocholtz

Uitvoer

49,3

55,7

Verenigd Koninkrijk

Julianadorp (BBL)

Invoer en Uitvoer

49,3

54,23

Figuur 1, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Bijlage 273701Gassysteem Delfzijl

Figuur 2, bedoeld onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Bijlage 273702Gassysteem ZO Drenthe

Figuur 3, bedoeld in onderdeel A – H-gas bij invoeding op een aansluiting of systeemkoppeling en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting of systeemkoppeling

Bijlage 273703Gassysteem Maasmond, LNG-systeem, of HTL in LNG-systeem, gassysteem Westgas/Waalhaven en Raffinaderijgas-systeem

Figuur 4, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273704Gassysteem IJmond

Figuur 5, bedoeld in onderdeel B – G-gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel D – G-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273705HTL Flevoland

Figuur 6, bedoeld in onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273706Subsysteem Oude Pekela

Figuur 7, bedoeld in onderdeel A – gas bij invoeding op een aansluiting en onderdeel C – H-gas bij aflevering op een aansluiting

Bijlage 273707Waterstofgehalte en Maasvlaktesysteem