1. Dit artikel is van toepassing op de procedure voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.128, eerste lid, of artikel 3.129, eerste lid, van de wet.

  2. De minister motiveert een besluit tot verlening of weigering van een ontheffing ten minste aan de hand van de aspecten, genoemd in artikel 78, eerste lid, derde alinea, en negende lid, onderdelen a tot en met e, van verordening 2024/1789.

  3. De minister kan aan een ontheffing voorwaarden verbinden ter uitvoering van artikel 78, eerste lid, derde alinea, en zesde lid, derde alinea, van verordening 2024/1789.

  4. Een ontheffing treedt in werking de dag nadat:

    1. de goedkeuring van de Europese Commissie, bedoeld in artikel 78, tiende lid, van verordening 2024/1789, is bekendgemaakt; of

    2. het besluit tot aanpassing aan een wijzigingsverzoek van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 78, tiende lid, van verordening 2024/1789 is bekendgemaakt.

  5. De minister doet in de Staatscourant mededeling van een verleende ontheffing en van een besluit tot aanpassing aan een wijzigingsverzoek van de Europese Commissie.