Wettekst.com
Wet voortgezet onderwijs 2020
Paragraaf 3
Wet voortgezet onderwijs 2020
Actueel
Hoofdstuk 1
Algemeen
Hoofdstuk 2
Onderwijs
Hoofdstuk 3
Bestuur
Hoofdstuk 4
Voorzieningenplanning
Hoofdstuk 5
Bekostiging en verantwoording
Hoofdstuk 6
Huisvesting
Hoofdstuk 7
Personeel
Hoofdstuk 8
Deelname
Hoofdstuk 9
Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden
Hoofdstuk 10
Sancties
Hoofdstuk 11
Caribisch Nederland
Hoofdstuk 12
Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1
Invoeringsrecht WVO 2020
Paragraaf 2
Overgangsrecht Wet voortgezet onderwijs BES
Paragraaf 3
Overgangsrecht Wet van 4 juli 1996, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, alsmede de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de decentralisatie van de huisvestingsvoorzieningen (Stb. 1996, 402)
Paragraaf 4
Overgangsrecht in verband met de Wet van 29 april 2004 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbeteringen van uiteenlopende, voornamelijk uitvoeringstechnische aard (Stb. 2004, 216)
Paragraaf 5
Overgangsrecht Wet op de beroepen in het onderwijs
Paragraaf 6
Overgangsrecht Wet van 29 mei 2006 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake vervanging van de basisvorming door een nieuwe regeling voor de onderbouw (regeling onderbouw VO) (Stb. 2006, 281)
Paragraaf 7
Overgangsrecht Wet van 28 juni 2006 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel) (Stb. 2006, 329)
Paragraaf 8
Overgangsrecht Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 2008, 296)
Paragraaf 9
Overgangsrecht Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533)
Paragraaf 10
Overgangsrecht Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud) studenten van de lerarenopleiding omgangskunde (Stb. 2013, 120)
Paragraaf 11
Overgangsrecht Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal (Stb. 2014, 185)
Paragraaf 13
Overgangsrecht Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma’s in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88)
Paragraaf 15
Overgangsrecht Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160)
Paragraaf 16
Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Paragraaf 17
Overgangsrecht Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)
Paragraaf 18
Overgangsrecht Wet van 24 juni 2026 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een aantal andere wetten in verband met het verbeteren van de aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt (verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt) (Stb. 2026, 177)
Hoofdstuk 13
Voorhang en evaluaties
Hoofdstuk 14
Slotbepalingen
De gemeenteraad stelt bij verordening een regeling vast over:
de huisvestingsvoorzieningen die voor bekostiging in aanmerking kunnen worden gebracht;
de oppervlakte en de indeling van schoolgebouwen;
de urgentiecriteria;
de prognosecriteria;
het tijdstip, bedoeld in artikel 6.9 ;
de procedure voor verhuur en het medegebruik van ruimten voor het onderwijs;
de termijn gedurende welke een gebouw of terrein voor een school of nevenvestiging nog ten hoogste kan worden gebruikt bij toepassing van artikel 6.20 , en ook de procedure in verband met een eventueel op te maken staat van onderhoud; en
de gegevens, bedoeld in artikel 6.23 .
De verordening voldoet aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt.
De gemeenteraad stelt bij verordening ook de normen vast aan de hand waarvan het college van burgemeester en wethouders de bedragen vaststelt voor de toegekende huisvestingsvoorzieningen.
Het college van burgemeester en wethouders betaalt volgens door hem te stellen regels de bedragen op grond van de door de gemeenteraad gestelde normen, bedoeld in het derde lid.
Voor de vaststelling of wijziging van de verordening, bedoeld in het eerste lid, voert de gemeenteraad op overeenstemming gericht overleg met de bevoegde gezagsorganen van de niet door de gemeente in stand gehouden scholen in de gemeente. De gemeenteraad stelt daartoe een procedure vast.
Tijdens het overleg, bedoeld in het vijfde lid, kan de gemeenteraad de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over de vaststelling of wijziging van de verordening in relatie tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. Het verzoek wordt gedaan indien een bevoegd gezag hierom heeft gevraagd dan wel uit eigen beweging. Het verzoek bevat een omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies wordt binnen vier weken uitgebracht aan de gemeenteraad. Het advies wordt gelijktijdig met de verordening of de wijziging daarvan bekendgemaakt.