-
Het bevoegd gezag kan leerlingen in de gelegenheid stellen om in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven:
ook onderwijs te ontvangen dat wordt verzorgd door een school van een ander bevoegd gezag of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs; of
deel te nemen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB of artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB BES, en die opleiding met een examen af te sluiten.
-
Het eerste lid wordt toegepast om:
leerlingen met bijzondere kenmerken beter in staat te stellen een diploma als bedoeld in deze wet te behalen;
leerlingen meer kansen te geven vervolgonderwijs met gunstig resultaat te volgen; of
onderwijsvoorzieningen doelmatiger te gebruiken.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Laatste controle 29-05-2026, laatste wijziging 28-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 2 Onderwijs
Paragraaf 1 Schoolsoorten, doelen en structuren voortgezet onderwijs
Paragraaf 2 Inrichting van het voortgezet onderwijs
- Artikel 2.10
- Artikel 2.11
- Artikel 2.12
- Artikel 2.13
- Artikel 2.14
- Artikel 2.15
- Artikel 2.16
- Artikel 2.17
- Artikel 2.18
- Artikel 2.19
- Artikel 2.20
- Artikel 2.21
- Artikel 2.22
- Artikel 2.23
- Artikel 2.24
- Artikel 2.25
- Artikel 2.26
- Artikel 2.27
- Artikel 2.29
- Artikel 2.30
- Artikel 2.31
- Artikel 2.31a
- Artikel 2.31b
- Artikel 2.32
- Artikel 2.33
- Artikel 2.34
- Artikel 2.35
- Artikel 2.36
- Artikel 2.37
Paragraaf 3 Onderwijstijd, vakanties
Paragraaf 4 Extra begeleiding en ondersteuning van leerlingen
Paragraaf 5 Toetsen en eindexamens
- Artikel 2.50
- Artikel 2.51
- Artikel 2.51a
- Artikel 2.52
- Artikel 2.53
- Artikel 2.54
- Artikel 2.55
- Artikel 2.55a
- Artikel 2.56
- Artikel 2.57
- Artikel 2.58
- Artikel 2.59
- Artikel 2.60
- Artikel 2.60a
- Artikel 2.60b
- Artikel 2.60c
- Artikel 2.60d
- Artikel 2.60e
- Artikel 2.61
- Artikel 2.62
- Artikel 2.63
- Artikel 2.64
- Artikel 2.65
Paragraaf 6 Aanwijzing als school met examenbevoegdheid
Paragraaf 7 Staatsexamens
Paragraaf 8 Andere vormen van voortgezet onderwijs
Paragraaf 9 Kwaliteitszorg en communicatie
Paragraaf 10 Onderwijskundige verbanden en samenwerking
- Artikel 2.99
- Artikel 2.100
- Artikel 2.101
- Artikel 2.102
- Artikel 2.103
- Artikel 2.104
- Artikel 2.105
- Artikel 2.106
- Artikel 2.107
- Artikel 2.107a
- Artikel 2.107b
- Artikel 2.107c
- Artikel 2.107d
- Artikel 2.107e
- Artikel 2.107f
- Artikel 2.107g
- Artikel 2.107h
- Artikel 2.107i
- Artikel 2.107j
- Artikel 2.107k
- Artikel 2.107l
- Artikel 2.108
- Artikel 2.109
- Artikel 2.109a
Paragraaf 11 Beschikbaar stellen van lesmateriaal aan leerlingen
Paragraaf 12 Beleidsinhoudelijke informatie
Hoofdstuk 3 Bestuur
Paragraaf 1 Bestuur en intern toezicht
Paragraaf 2 Openbare rechtspersoon voor openbaar onderwijs
Paragraaf 3 Stichting voor openbaar onderwijs
Paragraaf 4 Stichting voor openbaar en bijzonder onderwijs
Paragraaf 5 Stichting voor instandhouding samenwerkingsschool
Paragraaf 6 Niet bekostigd onderwijs
Paragraaf 8 Centrale diensten
Paragraaf 9 Klachten, maatregelen en aanwijzingen
Paragraaf 10 Veiligheid
Paragraaf 11 Overige bepalingen
Hoofdstuk 4 Voorzieningenplanning
Paragraaf 1 Aanspraak op bekostiging
Paragraaf 2 Vestigingen
Paragraaf 3 Regionale samenwerking voorzieningenplanning
Paragraaf 4 Beëindiging van de bekostiging
Paragraaf 5 Overige bepalingen
Hoofdstuk 5 Bekostiging en verantwoording
Paragraaf 1 Algemene bepalingen bekostiging
Paragraaf 2 Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen
Paragraaf 3 Grondslag bekostiging personeel en exploitatie samenwerkingsverbanden
Paragraaf 4 Rol gemeente
Paragraaf 5 Vaststellen, verstrekken en betalen
Paragraaf 6 Overige voorschriften bekostiging
Paragraaf 7 Verantwoording
Paragraaf 8 Overige uitvoeringsregels
Hoofdstuk 6 Huisvesting
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Bekostigingsplafond; programma huisvestingsvoorzieningen; overzicht
Paragraaf 3 Verordening
Paragraaf 5 Bijzondere bepalingen gebruik
Paragraaf 6 Doordecentralisatie; verticale scholengemeenschappen; informatie
Hoofdstuk 7 Personeel
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Verantwoordelijkheid, bekwaamheid en bevoegdheid van leraren
Paragraaf 3 Voorwaarden voor tijdelijke benoeming van de onbevoegde, onderbevoegde of andersbevoegde leraar
Paragraaf 4 Voorwaarden voor benoeming van leidinggevend en onderwijsondersteunend personeel
Paragraaf 5 Bijzondere regels voor scholengemeenschappen
Paragraaf 6 Zij-instroom in het beroep
Paragraaf 7 Rechtspositie personeel
Paragraaf 8 Stages
Paragraaf 9 Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel niet uit ’s Rijks kas bekostigde scholen
Paragraaf 10 Lerarenregister
Paragraaf 11 Registervoorportaal
Hoofdstuk 8 Deelname
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Gebruik persoonsgebonden nummer
Paragraaf 3 Begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie
Paragraaf 4 Overige regels
Hoofdstuk 9 Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden
Paragraaf 1 Experimenten
Paragraaf 2 Bijzondere inrichting
Paragraaf 2a Nieuwkomersonderwijs
Paragraaf 3 Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden
Hoofdstuk 10 Sancties
Hoofdstuk 11 Caribisch Nederland
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Wijze van toepassing hoofdstuk 2
- Artikel 11.4
- Artikel 11.5
- Artikel 11.6
- Artikel 11.7
- Artikel 11.8
- Artikel 11.8a
- Artikel 11.9
- Artikel 11.10
- Artikel 11.10a
- Artikel 11.11
- Artikel 11.12
- Artikel 11.13
- Artikel 11.14
- Artikel 11.15
- Artikel 11.16
- Artikel 11.17
- Artikel 11.18
- Artikel 11.19
- Artikel 11.20
- Artikel 11.21
- Artikel 11.22
- Artikel 11.23
- Artikel 11.24
- Artikel 11.24a
- Artikel 11.25
- Artikel 11.26
- Artikel 11.27
- Artikel 11.28
- Artikel 11.29
- Artikel 11.30
- Artikel 11.31
- Artikel 11.32
Paragraaf 3 Wijze van toepassing hoofdstuk 3
Paragraaf 4 Wijze van toepassing hoofdstuk 4
Paragraaf 5 Wijze van toepassing hoofdstuk 5
Paragraaf 6 Wijze van toepassing hoofdstuk 6
Paragraaf 7 Wijze van toepassing hoofdstuk 7
Paragraaf 8 Wijze van toepassing hoofdstuk 8
Paragraaf 8a Wijze van toepassing van hoofdstuk 9
Paragraaf 9 Wijze van toepassing Wet administratieve rechtspraak BES
Hoofdstuk 12 Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1 Invoeringsrecht WVO 2020
Paragraaf 2 Overgangsrecht Wet voortgezet onderwijs BES
Paragraaf 3 Overgangsrecht Wet van 4 juli 1996, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, alsmede de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de decentralisatie van de huisvestingsvoorzieningen (Stb. 1996, 402)
Paragraaf 4 Overgangsrecht in verband met de Wet van 29 april 2004 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbeteringen van uiteenlopende, voornamelijk uitvoeringstechnische aard (Stb. 2004, 216)
Paragraaf 5 Overgangsrecht Wet op de beroepen in het onderwijs
Paragraaf 6 Overgangsrecht Wet van 29 mei 2006 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake vervanging van de basisvorming door een nieuwe regeling voor de onderbouw (regeling onderbouw VO) (Stb. 2006, 281)
Paragraaf 7 Overgangsrecht Wet van 28 juni 2006 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel) (Stb. 2006, 329)
Paragraaf 8 Overgangsrecht Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 2008, 296)
Paragraaf 9 Overgangsrecht Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533)
Paragraaf 10 Overgangsrecht Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud) studenten van de lerarenopleiding omgangskunde (Stb. 2013, 120)
Paragraaf 11 Overgangsrecht Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal (Stb. 2014, 185)
Paragraaf 13 Overgangsrecht Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma’s in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88)
Paragraaf 15 Overgangsrecht Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160)
Paragraaf 16 Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Paragraaf 17 Overgangsrecht Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)
Hoofdstuk 13 Voorhang en evaluaties
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen
Paragraaf 10
Artikel 2.100
-
Voor de toepassing van artikel 2.99 sluit het bevoegd gezag van de school een samenwerkingsovereenkomst met het bevoegd gezag van de school of instelling die bij de samenwerking is betrokken.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over welke onderwerpen de samenwerkingsovereenkomst in elk geval omvat.
Artikel 2.101
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor welke leerlingen en onder welke voorwaarden artikel 2.99 kan worden toegepast.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld dat leerlingen als bedoeld in het eerste lid worden aangemerkt of ook worden aangemerkt als mbo-student of vavo-student voor de toepassing van daarbij aan te wijzen wettelijke regels.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kan bij toepassing van artikel 2.99 voor doelen als bedoeld in artikel 2.99, tweede lid, onderdelen a en b, worden geregeld van welke bij of krachtens de artikelen 2.21, vierde lid, 2.22 tot en met 2.27, 2.37, 2.51, 2.53, 2.54, 2.56, 2.58, 2.62, 2.72, 2.75, 2.78, derde lid, onder a, 2.80, 2.83, 2.82, 2.105, 7.2, 7.3, en 7.9 tot en met 7.24 vastgestelde regels kan worden afgeweken, en welke regels in plaats daarvan zullen gelden.
Artikel 2.102
-
Het bevoegd gezag van een school voor vbo kan leerlingen die aan de school zijn ingeschreven en die daarbij naar zijn oordeel gebaat zijn, de gelegenheid geven om een entreeopleiding te volgen, met inachtneming van de artikelen 7.2.7 en 8.1.1, derde lid, WEB, of de artikelen 7.2.6 en 8.1.1, vijfde lid, WEB BES. De entreeopleiding komt geheel of gedeeltelijk in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel b.
-
De entreeopleiding stemt overeen met het programma-aanbod van de beroepsgerichte programma’s van de basisberoepsgerichte leerweg die de school verzorgt.
-
Het bevoegd gezag is er niet toe verplicht om aan leerlingen die de entreeopleiding volgen, gelegenheid te geven aan de school een eindexamen in de basisberoepsgerichte leerweg af te leggen als bedoeld in artikel 2.51, eerste lid.
-
Leerlingen die een entreeopleiding volgen, worden wat de toepassing van deze wet en daarop berustende bepalingen betreft aangemerkt als leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg waarvoor de entreeopleiding geheel of gedeeltelijk in de plaats komt.
-
De entreeopleiding wordt verzorgd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag op grond van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs waarvan het onderwijsaanbod ook deze entreeopleiding omvat.
-
Bij toepassing van artikel 7.4.4a, derde lid, WEB of artikel 7.4.6, derde lid, WEB BES is het bevoegd gezag belast met de uitvoering van de examinering, bedoeld in die artikelen.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
de voorwaarden voor het verzorgen van een entreeopleiding aan leerlingen jonger dan zestien jaar; en
de onderwerpen die de samenwerkingsovereenkomst in elk geval regelt, of die het bevoegd gezag regelt indien dat gezag zowel de school als de instelling voor beroepsonderwijs in stand houdt.
Artikel 2.103
-
Het bevoegd gezag kan de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel b, ook inrichten als leer-werktraject. Een leer-werktraject is gericht op het behalen van een startkwalificatie op het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB BES.
-
Een leer-werktraject omvat een buitenschools praktijkgedeelte, dat wordt verzorgd bij een bedrijf of organisatie.
-
Elke schoolweek in het derde en vierde leerjaar omvat in elk geval binnenschools onderwijs.
-
Een leer-werktraject omvat in elk geval Nederlandse taal en een beroepsgericht programma. Het bevoegd gezag kan, na overleg met de leerling of diens ouders, beslissen dat het leer-werktraject voor die leerling ook een of meer andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg omvat.
-
Het bevoegd gezag stelt bij de inrichting van het leer-werktraject in elk geval vast:
de organisatie van de leerlingbegeleiding vanwege het bevoegd gezag zowel binnen de school als bij het bedrijf dat of de organisatie die het buitenschoolse praktijkgedeelte verzorgt; en
de invulling van het buitenschoolse praktijkgedeelte.
-
Het buitenschoolse praktijkgedeelte omvat niet uitsluitend eenzijdige productie-arbeid. Het wordt verzorgd op grondslag van een leer-werkovereenkomst tussen het bevoegd gezag, de leerling of diens ouders, en het bedrijf dat of de organisatie die dit praktijkgedeelte verzorgt.
-
In afwijking van artikel 610, tweede lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zijn in geval van strijd als bedoeld in die volzin, van toepassing het zesde lid en de regels voor de uitvoering daarvan.
-
Voor leerlingen voor wie het bevoegd gezag het volgen van een leer-werktraject het meest geschikt acht, wordt het onderwijs in de eerste twee leerjaren vanwege de in artikel 2.12 bedoelde bevordering van de doorstroming van leerlingen, verzorgd op basis van een samenstel van kerndoelen dat niet alle kerndoelen behoeft te omvatten.
Artikel 2.104
-
Leer-werktrajecten worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs waaraan een basisberoepsopleiding wordt verzorgd als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de WEB of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB BES.
-
De samenwerkingsovereenkomst voorziet in elk geval in het inrichten van een doorlopende leerweg tot en met de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de WEB of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, WEB BES.
Artikel 2.105
-
Het bedrijf dat of de organisatie die het buitenschoolse praktijkgedeelte van een leer-werktraject verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de leerlingen binnen het bedrijf respectievelijk de organisatie.
-
Het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in artikel 1.5.1 WEB, draagt er zorg voor dat bedrijven en organisaties die het buitenschoolse praktijkgedeelte verzorgen eens in de vier jaren worden beoordeeld aan de hand van de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 2.106, onderdeel a. Vanwege bijzondere omstandigheden kan een bedrijf of organisatie vaker worden beoordeeld.
-
Alleen bedrijven en organisaties met een erkenning zijn bevoegd om het buitenschoolse praktijkgedeelte te verzorgen.
-
Het bestuur:
erkent een bedrijf of organisatie als leerbedrijf voor het buitenschoolse praktijkgedeelte; of
handhaaft de erkenning bij een gunstige beoordeling op grond van het tweede lid.
-
De erkenning wordt geweigerd of ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 2.106, onderdeel a.
-
Het bestuur vraagt geen vergoeding voor de kosten van de beoordeling en voor de kosten van de besluiten, bedoeld in het tweede en vierde lid.
-
De erkenning vervalt van rechtswege indien het leerbedrijf in een aaneengesloten periode van vier jaren geen buitenschools praktijkgedeelte heeft verzorgd.
-
Het bestuur draagt zorg voor het openbaar maken van een actueel overzicht van bedrijven en organisaties met een erkenning op grond van het derde lid.
Artikel 2.106
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het buitenschoolse praktijkgedeelte van leer-werktrajecten. Deze algemene maatregel van bestuur bevat in ieder geval regels over:
de waarborging en bewaking van de kwaliteit van het buitenschoolse praktijkgedeelte, waaronder kwaliteitseisen aan leer-werkbedrijven; en
de onderwerpen van de leer-werkovereenkomst.
Artikel 2.107
-
Het bevoegd gezag kan na het sluiten van de leer-werkovereenkomst vaststellen dat:
de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is;
de begeleiding tekortschiet of ontbreekt; of
door andere omstandigheden dan bedoeld in de onderdelen a en b, het buitenschoolse praktijkgedeelte niet volgens de daaraan gestelde eisen zal kunnen worden verzorgd.
-
Indien het bevoegd gezag na het sluiten van de leer-werkovereenkomst vaststelt dat het buitenschoolse praktijkgedeelte niet naar behoren zal kunnen worden verzorgd, draagt het er zorg voor dat een toereikende voorziening beschikbaar wordt gesteld, na overleg met het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven.
Artikel 2.107a
-
Het bevoegd gezag van een school voor mavo of een school voor vbo kan leerlingen een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden, met inachtneming van de artikelen 2.107b tot en met 2.107k.
-
Een doorlopende leerroute vmbo-mbo is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school voor mavo of een school voor vbo, dat opleidt tot zowel een diploma vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, als het diploma van een basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding.
-
In een doorlopende leerroute vmbo-mbo worden tot één onderwijsprogramma geïntegreerd:
de basisberoepsgerichte leerweg en een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
de kaderberoepsgerichte leerweg en een vakopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie;
de kaderberoepsgerichte, gemengde of theoretische leerweg en een middenkaderopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie.
-
Een doorlopende leerroute vmbo-mbo stemt wat betreft het daarvan onderdeel uitmakende voortgezet onderwijs overeen met een of meer van de profielen, bedoeld in artikel 2.25, 2.26 of 2.27, die aan de school worden verzorgd.
Artikel 2.107b
-
Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt op grond van een samenwerkingsovereenkomst gezamenlijk verzorgd door het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs.
-
In de samenwerkingsovereenkomst zijn in elk geval afspraken opgenomen over:
het profiel en het aanverwante opleidingsdomein of de aanverwante kwalificatie waarin de doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt aangeboden;
de vormgeving van de leiding over de doorlopende leerroute vmbo-mbo, waaronder de samenstelling en de wijze van benoeming van die leiding en de taken en bevoegdheden die door de bevoegde gezagsorganen van de school en de instelling voor beroepsonderwijs zijn opgedragen aan die leiding;
de wijze waarop de leiding over de doorlopende leerroute vmbo-mbo inlichtingen verstrekt en verantwoording aflegt aan de bevoegde gezagsorganen van de school en de instelling voor beroepsonderwijs;
de organisatorische en onderwijskundige inrichting van de doorlopende leerroute, waaronder de inzet van personeel en het gebruik van faciliteiten van de aan de overeenkomst deelnemende partijen;
in geval van overdracht van een deel van de door de school of instelling voor beroepsonderwijs ontvangen bekostiging met toepassing van artikel 5.42a respectievelijk artikel 9.1.15 WEB of artikel 8.4a.15 WEB BES, de omvang en de bestemming van de over te dragen middelen;
de inhoud van de overstapoptie, bedoeld in artikel 2.107k en artikel 9.1.14 WEB of artikel 8.4a.14 WEB BES;
de wijze waarop het bedrijfsleven zal worden betrokken bij de invulling van de doorlopende leerroute vmbo-mbo;
de wijze van geschilbeslechting tussen de deelnemende partijen over de uitvoering van de overeenkomst;
de voorwaarden waaronder een andere school of een andere instelling voor beroepsonderwijs partij kan worden bij de overeenkomst, de voorwaarden waaronder de overeenkomst kan worden opgezegd of ontbonden, alsmede de wijze waarop de overeenkomst in andere gevallen kan worden gewijzigd, telkens met het oog op het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen voor de leerlingen en mbo-studenten; en
de inrichting van de medezeggenschap door de medezeggenschapsorganen van de school onderscheidenlijk de instelling voor beroepsonderwijs.
-
Het tweede lid is niet van toepassing indien de doorlopende leerroute vmbo-mbo volledig wordt verzorgd binnen een verticale scholengemeenschap. In plaats daarvan regelt het bevoegd gezag van de verticale scholengemeenschap op overeenkomstige wijze de onderwerpen, genoemd in het tweede lid, met uitzondering van de onderdelen h tot en met j van dat lid.
Artikel 2.107c
Het bevoegd gezag van een school en het bevoegd gezag van een instelling voor beroepsonderwijs melden gezamenlijk aan Onze Minister dat zij een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden.
Artikel 2.107d
-
Een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt aangeboden op de locatie van de school of van de instelling voor beroepsonderwijs die de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt.
-
Het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs beschrijven voor de gehele doorlopende leerroute vmbo-mbo het onderwijsprogramma en de examinering per leerjaar. Daarbij wordt vermeld welke delen van het onderwijsprogramma en van het examen:
voortgezet onderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen vakoverstijgend is;
beroepsonderwijs betreffen;
een combinatie van voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs betreffen, en welk deel daarbinnen voortgezet onderwijs onderscheidenlijk beroepsonderwijs betreft.
-
Bij de beschrijving van het onderwijsprogramma wordt tevens vermeld bij welk deel daarvan gebruik wordt gemaakt van een team als bedoeld in artikel 7.13a.
-
De leerling in een doorlopende leerroute vmbo-mbo kan in de gelegenheid gesteld worden om delen van het onderwijsprogramma te volgen en examens af te leggen die behoren tot de van die doorlopende leerroute deel uitmakende beroepsopleiding.
-
De school kan aan een voormalige leerling, nadat die ingevolge artikel 2.107e, tweede lid, als mbo-student is ingeschreven aan een instelling voor beroepsonderwijs, delen van het onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo aanbieden, die behoren tot het van die doorlopende leerroute deel uitmakende mavo of vbo.
Artikel 2.107e
-
Een leerling die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgt, wordt gedurende de eerste twee leerjaren van die doorlopende leerroute vmbo-mbo aangemerkt als leerling van de leerweg, bedoeld in artikel 2.21, en het profiel, bedoeld in artikel 2.25, 2.26 of 2.27, die deel uitmaken van de door die leerling gevolgde doorlopende leerroute vmbo-mbo.
-
Een leerling in een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt met ingang van het derde leerjaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo uitgeschreven als leerling aan de school en wordt ingeschreven als mbo-student bij de instelling voor beroepsonderwijs die het beroepsonderwijs binnen de doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt. Het bevoegd gezag van de school overlegt daartoe aan het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs de gegevens van die leerling, bedoeld in artikel 8.1.1a, eerste lid, eerste volzin, WEB of artikel 8.1.3, eerste lid, eerste volzin, WEB BES.
Artikel 2.107f
-
Het bevoegd gezag van de school draagt de gehele cursusduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo zorg voor:
de uitvoering van delen van het onderwijsprogramma die behoren tot het mavo of vbo dat deel uitmaakt van het onderwijsprogramma van die doorlopende leerroute vmbo-mbo; en
de examinering en diplomering betreffende het mavo of vbo dat deel uitmaakt van het onderwijsprogramma van die doorlopende leerroute vmbo-mbo.
-
Ten aanzien van de onderdelen van een doorlopende leerroute vmbo-mbo, bedoeld in het eerste lid, die in het derde leerjaar van die route plaatsvinden, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.48, eerste tot en met derde lid en 8.17, eerste, tweede, vijfde, zevende en negende tot en met twaalfde lid, alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 10, 12, 14, 15 en 25 van de Wet register onderwijsdeelnemers van overeenkomstige toepassing.
-
De artikelen 3.35 en 3.36 zijn van overeenkomstige toepassing op klachten over met de doorlopende leerroute vmbo-mbo verband houdende gedragingen en beslissingen van het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs waarmee een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel is 2.107b, tweede lid, is gesloten, of van het personeel van dat bevoegd gezag. Onverminderd artikel 3.35, tweede lid, is de voorzitter van de klachtencommissie niet werkzaam voor of bij dat bevoegd gezag.
Artikel 2.107g
-
In afwijking van de artikelen 2.6, derde lid, en 2.7, derde lid, en artikel 7.2.4a, derde lid, onderdelen b tot en met d, en vierde lid, WEB of artikel 7.2.4a, derde lid, onderdelen b tot en met d, en vierde lid, WEB BES bedraagt de cursusduur van een doorlopende leerroute vmbo-mbo vanaf het derde leerjaar aan een school voor mavo of een school voor vbo:
voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een eenjarige basisberoepsopleiding ten minste twee en ten hoogste drie jaren;
voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een tweejarige basisberoepsopleiding of tweejarige vakopleiding ten minste drie en ten hoogste vier jaren;
voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een driejarige vakopleiding of de middenkaderopleiding ten minste vier en ten hoogste vijf jaren;
voor een doorlopende leerroute vmbo-mbo die opleidt tot het diploma van een middenkaderopleiding als bedoeld in artikel 7.2.4a, vierde lid, WEB of artikel 7.2.4a, vierde lid, WEB BES ten minste vijf en ten hoogste zes jaren.
-
Ten aanzien van de basisberoepsopleiding, vakopleiding of middenkaderopleiding die deel uitmaakt van een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt onder «cursusduur» mede verstaan «studieduur als bedoeld in de WEB of WEB BES» en wordt onder «jaar» mede verstaan «studiejaar als bedoeld in artikel 1.1.1 WEB, of artikel 1.1.1 WEB BES».
Artikel 2.107h
-
In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste lid, WEB en artikel 7.2.7, derde lid, onderdelen b, c en d, en achtste lid, WEB BES omvat het onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, WEB of artikel 7.2.6, derde lid, WEB BES deel uitmaakt:
bij een cursusduur van twee jaren ten minste 2.000 klokuren, waarvan ten minste 1.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
bij een cursusduur van drie jaren ten minste 3.000 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 250 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
bij een cursusduur van vier jaren ten minste 4.000 klokuren, waarvan ten minste 2.950 begeleide onderwijsuren en ten minste 450 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
bij een cursusduur van vijf jaren ten minste 5.000 klokuren, waarvan ten minste 3.500 begeleide onderwijsuren en ten minste 900 klokuren aan beroepspraktijkvorming; en
bij een cursusduur van zes jaren ten minste 6.000 klokuren, waarvan ten minste 4.050 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.350 klokuren aan beroepspraktijkvorming.
-
Het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de doorlopende leerroute vmbo-mbo aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval dat het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag dit vast in het schoolplan, bedoeld in artikel 2.88 en neemt dit op in de schoolgids, bedoeld in artikel 2.92.
Artikel 2.107i
In afwijking van artikel 2.38, derde en vierde lid, artikel 7.2.7, vierde lid, eerste volzin, WEB en artikel 7.2.6, vierde lid, WEB BES, en onverminderd artikel 8.1.1, derde lid, WEB en artikel 8.1.1, vijfde lid, WEB BES omvat het onderwijsprogramma van een doorlopende leerroute vmbo-mbo waarvan een beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg, bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid, WEB of artikel 7.2.7, vierde lid, WEB BES deel uitmaakt:
bij een cursusduur van twee jaren ten minste 1.850 klokuren, waarvan ten minste 900 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
bij een cursusduur van drie jaren ten minste 2.850 klokuren, waarvan ten minste 2.200 begeleide onderwijsuren en ten minste 610 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
bij een cursusduur van vier jaren 3.700 klokuren, waarvan ten minste 2.400 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.220 klokuren aan beroepspraktijkvorming;
bij een cursusduur van vijf jaren ten minste 4.550 klokuren, waarvan ten minste 2.600 begeleide onderwijsuren en ten minste 1.830 klokuren aan beroepspraktijkvorming; en
bij een cursusduur van zes jaren ten minste 5.400 klokuren, waarvan ten minste 2.800 begeleide onderwijsuren en ten minste 2.300 klokuren aan beroepspraktijkvorming.
Het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs kunnen gezamenlijk een onderwijsprogramma verzorgen dat minder uren omvat dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde aantallen mits de doorlopende leerroute vmbo-mbo aantoonbaar van voldoende kwaliteit is. In het geval dat het onderwijsprogramma minder uren omvat, legt het bevoegd gezag dit vast in het schoolplan, bedoeld in artikel 2.88 en neemt dit op in de schoolgids, bedoeld in artikel 2.92.
Artikel 2.107j
-
In afwijking van artikel 2.56, tweede lid, vallen het eerste en tweede tijdvak van het centraal examen, voor leerlingen die een doorlopende leerroute vmbo-mbo volgen, afhankelijk van de inrichting van de doorlopende leerroute vmbo-mbo door het bevoegd gezag, in het tweede of derde leerjaar van die doorlopende leerroute vmbo-mbo. Het bevoegd gezag kan leerlingen in de gelegenheid stellen om in het eerste leerjaar van de doorlopende leerroute vmbo-mbo centraal examen af te leggen in een of meer vakken van het eindexamen.
-
Het derde tijdvak van het centraal examen wordt afgenomen aansluitend aan het leerjaar waarin de kandidaat centraal examen heeft afgelegd in het eerste of tweede tijdvak.
-
Het bepaalde bij of krachtens Hoofdstuk 2, Paragraaf 5, is van overeenkomstige toepassing op het derde leerjaar van een doorlopende leerroute vmbo-mbo.
-
Indien een voormalige leerling van de school, nadat die ingevolge artikel 2.107e, tweede lid, als mbo-student is ingeschreven aan de instelling voor beroepsonderwijs waarmee de school gezamenlijk een doorlopende leerroute vmbo-mbo verzorgt nog geen volledig eindexamen vmbo heeft afgelegd, meldt het bevoegd gezag van de school hem in het derde leerjaar van de doorlopende leerroute vmbo-mbo aan als kandidaat voor het eindexamen. Het eindexamen wordt afgenomen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school. De directeur en de examensecretaris van de school stellen de uitslag van het eindexamen vast. De directeur reikt de kandidaat die geslaagd is voor het eindexamen een diploma van de betreffende leerweg uit.
-
Indien de leerling in het eerste of tweede leerjaar van de doorlopende leerroute vmbo-mbo in één of meer vakken centraal examen heeft afgelegd, en niet is bevorderd tot het volgende leerjaar, vervallen de met dit centrale examen behaalde resultaten.
-
Indien de leerling is afgewezen voor het eindexamen, treedt de overstapoptie, bedoeld in artikel 2.107k in werking.
Artikel 2.107k
-
Indien deelname van de leerling aan een doorlopende leerroute vmbo-mbo wordt beëindigd voordat hij deze met succes heeft afgerond wordt hij door het bevoegd gezag van de school of het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs in staat gesteld een vmbo-diploma of het diploma van een beroepsopleiding te behalen, passend bij het naar het gezamenlijk oordeel van beide betrokken bevoegde gezagsorganen bereikte onderwijsniveau en de leeftijd van de leerling.
-
Indien de leerling ingevolge het eerste lid een diploma van een beroepsopleiding wil behalen bij dezelfde instelling voor beroepsonderwijs, zijn de artikelen 8.1.1c, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a WEB en de artikelen 8.1.1b, 8.2.1, 8.2.2 en 8.2.2a WEB BES niet van toepassing.
-
Het eerste lid is niet van toepassing indien de leerling definitief van de school wordt verwijderd als bedoeld in artikel 8.15.
Artikel 2.107l
-
In overleg met de leerling en diens ouders kan het bevoegd gezag van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs leerlingen die daarbij naar zijn oordeel gebaat zijn in de gelegenheid stellen om in plaats van de basisberoepsgerichte leerweg een geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding te volgen. Het bevoegd gezag besluit hiertoe slechts na overleg met het bevoegd gezag van de instelling voor beroepsonderwijs waarmee het een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in artikel 9.1.17 WEB of artikel 8.4.3 WEB BES heeft gesloten.
-
De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding is een onderwijsprogramma vanaf het derde leerjaar aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, dat opleidt tot het diploma van een basisberoepsopleiding in een aanverwant opleidingsdomein of een aanverwante kwalificatie.
-
De geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding stemt wat betreft het daarvan onderdeel uitmakende voortgezet onderwijs overeen met een of meer van de profielen, bedoeld in artikel 10b, derde lid, die aan de school worden verzorgd.
-
Het bevoegd gezag is niet gehouden leerlingen die de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding volgen gelegenheid te geven om aan de school een eindexamen in de basisberoepsgerichte leerweg af te leggen als bedoeld in artikel 2.51, eerste lid.
-
De artikelen 2.107b tot en met 2.107k zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.108
Indien het bevoegd gezag leerlingen, in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, in staat wil stellen onderwijs te volgen aan een andere school voor voortgezet onderwijs van datzelfde bevoegd gezag, zijn de artikelen 2.99 en 2.100 van overeenkomstige toepassing en regelt het bevoegd gezag op overeenkomstige wijze de onderwerpen, bedoeld in artikel 2.100, tweede lid.
Artikel 2.109
-
Het bevoegd gezag van een school die op grond van artikel 2.66 is aangewezen, kan leerlingen in de gelegenheid stellen om in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan de school zijn ingeschreven, deel te nemen aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB of artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB BES, aan een instelling waarvoor wat die opleiding betreft, artikel 1.4a.1, eerste lid, WEB of artikel 1.4.2 WEB BES is toegepast, en die opleiding af te sluiten met een examen.
-
Het eerste lid wordt alleen toegepast om leerlingen met bijzondere kenmerken beter in staat te stellen een diploma als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, te behalen.
-
Toepassing van het eerste lid is gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van de instelling, bedoeld in dat lid.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor welke leerlingen en onder welke voorwaarden het eerste lid kan worden toegepast en regels gesteld over welke onderwerpen de samenwerkingsovereenkomst in elk geval moet omvatten.
Artikel 2.109a
-
Het bevoegd gezag van een ingevolge artikel 2.66 aangewezen school kan leerlingen in het kader van het onderwijs waarvoor zij aan die school zijn ingeschreven in de gelegenheid stellen een doorlopende leerroute vmbo-mbo als bedoeld in artikel 2.107a of de geïntegreerde route vmbo-basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 2.107l te volgen.
-
Toepassing van het eerste lid berust op een samenwerkingsovereenkomst, gesloten tussen het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, en het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, WEB of artikel 1.4.1, eerste lid, WEB BES.
-
De artikelen 2.107a, 2.107b, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel e, 2.107c tot en met 2.107e, 2.107f, eerste en tweede lid, 2.107g en 2.107j tot en met 2.107l zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «instelling voor beroepsonderwijs» telkens wordt gelezen «instelling als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, WEB of artikel 1.4.1, eerste lid, WEB BES».