In afwijking van hoofdstuk 6 zijn de artikelen 11.61 tot en met 11.80 over huisvesting van toepassing.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Laatste controle 29-05-2026, laatste wijziging 28-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 2 Onderwijs
Paragraaf 1 Schoolsoorten, doelen en structuren voortgezet onderwijs
Paragraaf 2 Inrichting van het voortgezet onderwijs
- Artikel 2.10
- Artikel 2.11
- Artikel 2.12
- Artikel 2.13
- Artikel 2.14
- Artikel 2.15
- Artikel 2.16
- Artikel 2.17
- Artikel 2.18
- Artikel 2.19
- Artikel 2.20
- Artikel 2.21
- Artikel 2.22
- Artikel 2.23
- Artikel 2.24
- Artikel 2.25
- Artikel 2.26
- Artikel 2.27
- Artikel 2.29
- Artikel 2.30
- Artikel 2.31
- Artikel 2.31a
- Artikel 2.31b
- Artikel 2.32
- Artikel 2.33
- Artikel 2.34
- Artikel 2.35
- Artikel 2.36
- Artikel 2.37
Paragraaf 3 Onderwijstijd, vakanties
Paragraaf 4 Extra begeleiding en ondersteuning van leerlingen
Paragraaf 5 Toetsen en eindexamens
- Artikel 2.50
- Artikel 2.51
- Artikel 2.51a
- Artikel 2.52
- Artikel 2.53
- Artikel 2.54
- Artikel 2.55
- Artikel 2.55a
- Artikel 2.56
- Artikel 2.57
- Artikel 2.58
- Artikel 2.59
- Artikel 2.60
- Artikel 2.60a
- Artikel 2.60b
- Artikel 2.60c
- Artikel 2.60d
- Artikel 2.60e
- Artikel 2.61
- Artikel 2.62
- Artikel 2.63
- Artikel 2.64
- Artikel 2.65
Paragraaf 6 Aanwijzing als school met examenbevoegdheid
Paragraaf 7 Staatsexamens
Paragraaf 8 Andere vormen van voortgezet onderwijs
Paragraaf 9 Kwaliteitszorg en communicatie
Paragraaf 10 Onderwijskundige verbanden en samenwerking
- Artikel 2.99
- Artikel 2.100
- Artikel 2.101
- Artikel 2.102
- Artikel 2.103
- Artikel 2.104
- Artikel 2.105
- Artikel 2.106
- Artikel 2.107
- Artikel 2.107a
- Artikel 2.107b
- Artikel 2.107c
- Artikel 2.107d
- Artikel 2.107e
- Artikel 2.107f
- Artikel 2.107g
- Artikel 2.107h
- Artikel 2.107i
- Artikel 2.107j
- Artikel 2.107k
- Artikel 2.107l
- Artikel 2.108
- Artikel 2.109
- Artikel 2.109a
Paragraaf 11 Beschikbaar stellen van lesmateriaal aan leerlingen
Paragraaf 12 Beleidsinhoudelijke informatie
Hoofdstuk 3 Bestuur
Paragraaf 1 Bestuur en intern toezicht
Paragraaf 2 Openbare rechtspersoon voor openbaar onderwijs
Paragraaf 3 Stichting voor openbaar onderwijs
Paragraaf 4 Stichting voor openbaar en bijzonder onderwijs
Paragraaf 5 Stichting voor instandhouding samenwerkingsschool
Paragraaf 6 Niet bekostigd onderwijs
Paragraaf 8 Centrale diensten
Paragraaf 9 Klachten, maatregelen en aanwijzingen
Paragraaf 10 Veiligheid
Paragraaf 11 Overige bepalingen
Hoofdstuk 4 Voorzieningenplanning
Paragraaf 1 Aanspraak op bekostiging
Paragraaf 2 Vestigingen
Paragraaf 3 Regionale samenwerking voorzieningenplanning
Paragraaf 4 Beëindiging van de bekostiging
Paragraaf 5 Overige bepalingen
Hoofdstuk 5 Bekostiging en verantwoording
Paragraaf 1 Algemene bepalingen bekostiging
Paragraaf 2 Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen
Paragraaf 3 Grondslag bekostiging personeel en exploitatie samenwerkingsverbanden
Paragraaf 4 Rol gemeente
Paragraaf 5 Vaststellen, verstrekken en betalen
Paragraaf 6 Overige voorschriften bekostiging
Paragraaf 7 Verantwoording
Paragraaf 8 Overige uitvoeringsregels
Hoofdstuk 6 Huisvesting
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Bekostigingsplafond; programma huisvestingsvoorzieningen; overzicht
Paragraaf 3 Verordening
Paragraaf 5 Bijzondere bepalingen gebruik
Paragraaf 6 Doordecentralisatie; verticale scholengemeenschappen; informatie
Hoofdstuk 7 Personeel
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Verantwoordelijkheid, bekwaamheid en bevoegdheid van leraren
Paragraaf 3 Voorwaarden voor tijdelijke benoeming van de onbevoegde, onderbevoegde of andersbevoegde leraar
Paragraaf 4 Voorwaarden voor benoeming van leidinggevend en onderwijsondersteunend personeel
Paragraaf 5 Bijzondere regels voor scholengemeenschappen
Paragraaf 6 Zij-instroom in het beroep
Paragraaf 7 Rechtspositie personeel
Paragraaf 8 Stages
Paragraaf 9 Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel niet uit ’s Rijks kas bekostigde scholen
Paragraaf 10 Lerarenregister
Paragraaf 11 Registervoorportaal
Hoofdstuk 8 Deelname
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Gebruik persoonsgebonden nummer
Paragraaf 3 Begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie
Paragraaf 4 Overige regels
Hoofdstuk 9 Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden
Paragraaf 1 Experimenten
Paragraaf 2 Bijzondere inrichting
Paragraaf 2a Nieuwkomersonderwijs
Paragraaf 3 Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden
Hoofdstuk 10 Sancties
Hoofdstuk 11 Caribisch Nederland
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Wijze van toepassing hoofdstuk 2
- Artikel 11.4
- Artikel 11.5
- Artikel 11.6
- Artikel 11.7
- Artikel 11.8
- Artikel 11.8a
- Artikel 11.9
- Artikel 11.10
- Artikel 11.10a
- Artikel 11.11
- Artikel 11.12
- Artikel 11.13
- Artikel 11.14
- Artikel 11.15
- Artikel 11.16
- Artikel 11.17
- Artikel 11.18
- Artikel 11.19
- Artikel 11.20
- Artikel 11.21
- Artikel 11.22
- Artikel 11.23
- Artikel 11.24
- Artikel 11.24a
- Artikel 11.25
- Artikel 11.26
- Artikel 11.27
- Artikel 11.28
- Artikel 11.29
- Artikel 11.30
- Artikel 11.31
- Artikel 11.32
Paragraaf 3 Wijze van toepassing hoofdstuk 3
Paragraaf 4 Wijze van toepassing hoofdstuk 4
Paragraaf 5 Wijze van toepassing hoofdstuk 5
Paragraaf 6 Wijze van toepassing hoofdstuk 6
Paragraaf 7 Wijze van toepassing hoofdstuk 7
Paragraaf 8 Wijze van toepassing hoofdstuk 8
Paragraaf 8a Wijze van toepassing van hoofdstuk 9
Paragraaf 9 Wijze van toepassing Wet administratieve rechtspraak BES
Hoofdstuk 12 Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1 Invoeringsrecht WVO 2020
Paragraaf 2 Overgangsrecht Wet voortgezet onderwijs BES
Paragraaf 3 Overgangsrecht Wet van 4 juli 1996, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, alsmede de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de decentralisatie van de huisvestingsvoorzieningen (Stb. 1996, 402)
Paragraaf 4 Overgangsrecht in verband met de Wet van 29 april 2004 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbeteringen van uiteenlopende, voornamelijk uitvoeringstechnische aard (Stb. 2004, 216)
Paragraaf 5 Overgangsrecht Wet op de beroepen in het onderwijs
Paragraaf 6 Overgangsrecht Wet van 29 mei 2006 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake vervanging van de basisvorming door een nieuwe regeling voor de onderbouw (regeling onderbouw VO) (Stb. 2006, 281)
Paragraaf 7 Overgangsrecht Wet van 28 juni 2006 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel) (Stb. 2006, 329)
Paragraaf 8 Overgangsrecht Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 2008, 296)
Paragraaf 9 Overgangsrecht Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533)
Paragraaf 10 Overgangsrecht Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud) studenten van de lerarenopleiding omgangskunde (Stb. 2013, 120)
Paragraaf 11 Overgangsrecht Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal (Stb. 2014, 185)
Paragraaf 13 Overgangsrecht Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma’s in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88)
Paragraaf 15 Overgangsrecht Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160)
Paragraaf 16 Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Paragraaf 17 Overgangsrecht Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)
Hoofdstuk 13 Voorhang en evaluaties
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen
Paragraaf 6
Artikel 11.61
De artikelen 11.62 tot en met 11.80 zijn van overeenkomstige toepassing op instellingen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.86.
Artikel 11.62
-
De eilandsraad of het bestuurscollege draagt overeenkomstig deze paragraaf voor de door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen en voor de niet door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen zorg voor de voorzieningen in de huisvesting op het grondgebied van het openbaar lichaam.
-
De huisvesting is zodanig dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in het openbaar lichaam stelt. De eilandsraad of het bestuurscollege behandelt daarbij de door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen en de andere scholen op gelijke voet.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden bruto vloeroppervlakten per gelijktijdig aanwezige leerling voorgeschreven die voorzieningen in de huisvesting ten minste bevatten. Deze oppervlakten kunnen per schoolsoort verschillend worden vastgesteld.
Artikel 11.63
-
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder voorzieningen in de huisvesting verstaan:
voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit:
- 1°
nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, en eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair;
- 2°
uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en
- 3°
medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs;
- 1°
herstel van constructiefouten aan het gebouw of het terrein; of
herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden.
-
De kosten van bouwvoorbereiding kunnen tot de kosten van huisvesting worden gerekend.
Artikel 11.64
-
Het bestuurscollege stelt jaarlijks, na overleg met de betrokken bevoegde gezagsorganen, ten behoeve van het eerstvolgende jaar voor een door hem te bepalen tijdstip een bekostigingsplafond vast voor de bekostiging van de voorzieningen in de huisvesting voor:
basisscholen als bedoeld in de WPO BES; en
scholen.
-
Het bekostigingsplafond wordt zodanig vastgesteld dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van de in het eerste lid bedoelde scholen op het grondgebied van het openbaar lichaam.
Artikel 11.65
-
Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat een voorziening in de huisvesting wenst, dient bij het bestuurscollege een aanvraag in voor 1 september voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
De eilandsraad stelt bij verordening de vereisten voor de aanvraag vast.
-
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de door het openbaar lichaam in stand gehouden scholen.
Artikel 11.66
-
Het bestuurscollege beslist op de aanvraag voor 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Het bestuurscollege geeft het bevoegd gezag de gelegenheid om een onvolledige aanvraag binnen een door het bestuurscollege te stellen termijn aan te vullen.
-
Het bestuurscollege kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, als:
het bevoegd gezag niet heeft voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag in de eilandsverordening, bedoeld in artikel 11.65, tweede lid; of
de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking.
-
Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in artikel 11.64, onvoldoende is om alle aanvragen te kunnen inwilligen, wordt de volgorde van de verlening van bekostiging bepaald op basis van de urgentie van de gevraagde voorziening.
-
De beschikking van het bestuurscollege kan een gedeelte van de gewenste voorziening of een andere voorziening dan gewenst omvatten.
Artikel 11.67
-
In afwijking van de termijnen in de artikelen 11.65 en 11.66 beslist het bestuurscollege binnen vier weken op een aanvraag voor een voorziening in de huisvesting die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden.
-
Het bestuurscollege wijst de aanvraag af indien:
de beslissing over de voorziening kan worden genomen met inachtneming van de termijn, bedoeld in artikel 11.66, eerste lid; of
een van de weigeringsgronden, genoemd in artikel 11.68, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f, en tweede lid, van toepassing is.
Artikel 11.68
-
Een voorziening in de huisvesting wordt alleen geweigerd als:
de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van artikel 11.63;
de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de aard en de omvang van de voorzieningen waarover de school al beschikt, voor zover deze uit de openbare kas zijn bekostigd;
de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen of onderwijskundige ontwikkelingen;
op andere wijze dan de aanvrager wenst redelijkerwijs in de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien, onder meer doordat binnen redelijke afstand van de gewenste plaats van de voorziening gebruik dan wel medegebruik mogelijk is, of een al voor bekostiging in aanmerking gebracht gebouw of deel daarvan beschikbaar komt;
het bekostigingsplafond, bedoeld in artikel 11.64, niet toereikend is voor de te verstrekken voorzieningen voor scholen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, van dat artikel; of
de gewenste voorziening anders dan op grond van de onderdelen b tot en met d niet noodzakelijk is.
-
Een voorziening in de huisvesting kan ook worden geweigerd, indien de voorziening als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud in een slechte bouwkundige staat verkeert of indien de voorziening nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door schuld of toedoen van het bevoegd gezag.
Artikel 11.69
-
Het bestuurscollege beslist met ingang van welk tijdstip de bekostiging van een voorziening daadwerkelijk kan beginnen, onverminderd artikel 11.70.
-
De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, als niet binnen een bij de beschikking te bepalen termijn een bouwopdracht is gegeven voor de voorziening, of een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten.
Artikel 11.70
Voorzieningen komen voor bekostiging in aanmerking op voorwaarde dat op het tijdstip, bedoeld in artikel 11.69, eerste lid,:
is voldaan aan de bij of krachtens de wet gestelde regels; en
de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert, ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van de vaststelling van de beschikking tot verlening niet ingrijpend zijn gewijzigd.
Artikel 11.71
-
Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school geeft opdracht om de voorziening in de huisvesting waartoe op grond van de artikelen 11.66 en 11.67 kan worden overgegaan, tot stand te brengen met daartoe door het openbaar lichaam beschikbaar te stellen financiële middelen, tenzij het met het bestuurscollege overeenkomt dat het openbaar lichaam deze voorziening tot stand brengt.
-
Als het openbaar lichaam de voorziening in de huisvesting van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school tot stand heeft gebracht, worden gebouw en terrein aan het bevoegd gezag in eigendom overgedragen, tenzij het bestuurscollege en het bevoegd gezag anders overeenkomen.
-
Als de voorziening in de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, niet voldoet aan de eisen voor eigendomsoverdracht, geeft het bestuurscollege deze aan het bevoegd gezag in gebruik.
Artikel 11.72
Als het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school aanspraak heeft op bekostiging van een voorziening in de huisvesting, is de instemming van het bestuurscollege vereist voor de bouwplannen en begrotingen, tenzij het bevoegd gezag met het bestuurscollege overeenkomt dat het openbaar lichaam deze voorziening tot stand brengt.
Artikel 11.73
Het openbaar lichaam brengt een voorziening in de huisvesting van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school alleen tot stand als tussen het bestuurscollege en het bevoegd gezag overeenstemming bestaat over de bouwplannen en de wijze van uitvoering.
Artikel 11.74
-
Het bevoegd gezag is verplicht het gebouw, het terrein en de roerende zaken waarvoor bekostiging wordt genoten, behoorlijk te gebruiken en te onderhouden.
-
Het zonder toestemming van het bestuurscollege vervreemden of bezwaren met een zakelijk recht door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school van gebouwen, terreinen en roerende zaken waarvoor bekostiging wordt genoten, anders dan een vervreemding op grond van artikel 3.33, is nietig.
-
Het tweede lid is niet van toepassing op het recht van opstal voor een door het openbaar lichaam te plaatsen tijdelijke voorziening in de huisvesting op grond die eigendom is van het bevoegd gezag van de betrokken school.
Artikel 11.75
-
Het bestuurscollege is bevoegd een gedeelte van een gebouw of terrein dat tijdelijk of gedurende een gedeelte van de dag niet nodig zal zijn voor de daar gevestigde school, gedurende die tijd te bestemmen als huisvesting voor een andere school, voor ander uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs dat geen voortgezet onderwijs is, of voor educatie als bedoeld in de WEB BES, dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het voorgenomen gebruik dient zich te verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school. Het bestuurscollege is daarnaast bevoegd om een gebouw of terrein, of een gedeelte daarvan dat is bedoeld voor onderwijs in lichamelijke opvoeding of expressie-activiteiten, maar daarvoor tijdelijk een deel van de dag of helemaal niet nodig is, gedurende die tijd beschikbaar te stellen als huisvesting voor een andere school, voor ander uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs dat geen voortgezet onderwijs is, voor educatie als bedoeld in de WEB BES of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het bestuurscollege is bevoegd een sportterrein, buiten de tijden dat het terrein voor het voortgezet onderwijs wordt gebruikt, te bestemmen voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden, op zodanige wijze dat het zich verdraagt met het onderwijs dat op het terrein wordt gegeven.
-
Als het gebouw of terrein in gebruik is voor een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school, voert het bestuurscollege vooraf overleg met het bevoegd gezag en, voor zover van toepassing, ook met het bevoegd gezag van de andere school of nevenvestiging waarvoor de huisvesting is bestemd.
Artikel 11.76
-
Voor zover artikel 11.75 geen toepassing vindt, kan het bevoegd gezag een gedeelte van een gebouw of terrein in gebruik geven ten behoeve van uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Als een gedeelte van een gebouw of terrein niet nodig is voor uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs, kan het bevoegd gezag dat gedeelte verhuren aan een derde. Voorwaarde is dat het gehuurde niet bestemd zal zijn als woon- of bedrijfsruimte in de zin van de vijfde en zesde afdeling van titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Als het een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school betreft, is voor verhuur toestemming van het bestuurscollege vereist.
-
Een ingebruikgeving of verhuur op grond van het eerste lid eindigt:
wanneer het bestuurscollege gebruik maakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 11.75 zonder dat enige schadeplicht ontstaat; of
wanneer het in gebruik gegeven dan wel verhuurde deel nodig is voor gebruik door de eigen school.
-
Een ingebruikgeving of verhuur op grond van het eerste lid vindt niet plaats als het voorgenomen gebruik zich niet verdraagt met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school.
-
Artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op een ingebruikgeving en verhuur op grond van het eerste lid.
-
Nietig is:
verhuur van een gebouw of terrein door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school zonder toestemming van het bestuurscollege;
elk met dit artikel strijdig beding dat is opgenomen in een huurovereenkomst voorschoolgebouwen.
Artikel 11.77
Voorzieningen aan gebouwen of terreinen in verband met verhuur op grond van de artikelen 11.76 of 11.78 door het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school komen niet ten laste van het openbaar lichaam.
Artikel 11.78
-
Het bestuurscollege en het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat eigenaar is van het gebouw en terrein kunnen in een gezamenlijke akte verklaren dat het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden of blijvend zal ophouden het gebouw of terrein of een voor eigendomsoverdracht vatbaar gedeelte daarvan, voor de school te gebruiken.
-
Bij toepassing van het eerste lid stellen het bestuurscollege en het bevoegd gezag van de betrokken school gezamenlijk vast of voorzieningen in een slechte bouwkundige staat verkeren als gevolg van het verwijtbaar nalaten van noodzakelijk onderhoud. Als dat het geval is, worden de daarmee gemoeide kosten verrekend.
-
De eilandsraad en het bevoegd gezag van de niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school treffen gezamenlijk een voorziening voor het beslechten van geschillen bij de toepassing van het tweede lid.
-
De Rijksvertegenwoordiger kan in geval van een geschil over de toepassing van het eerste lid op verzoek besluiten dat het bevoegd gezag blijvend heeft opgehouden dan wel blijvend zal ophouden het gebouw of terrein of een voor eigendomsoverdracht vatbaar gedeelte daarvan, voor de school te gebruiken. Zowel het bestuurscollege als het bevoegd gezag van de school kunnen de Rijksvertegenwoordiger verzoeken een besluit te nemen.
-
Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat voornemens is gebouwen of terreinen, of een gedeelte daarvan, blijvend niet meer voor de school te gebruiken, meldt dit onverwijld aan het bestuurscollege.
-
Zodra de in het eerste lid bedoelde akte door beide partijen is getekend, het in het vierde lid bedoelde besluit van de Rijksvertegenwoordiger onherroepelijk is geworden, of in beroep is bepaald dat de uitspraak van de rechter in de plaats treedt van het vernietigde besluit, wordt de akte, het onherroepelijk geworden besluit respectievelijk de uitspraak, ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES. Door de inschrijving verkrijgt het openbaar lichaam de eigendom.
-
Het bestuurscollege en het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school dat eigenaar is van het schoolgebouw, kunnen in een gezamenlijke akte verklaren dat een gedeelte van het gebouw dat niet vatbaar is voor eigendomsoverdracht, blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn.
-
De Rijksvertegenwoordiger kan in geval van een geschil over de toepassing van het zevende lid op verzoekbesluiten dat een gedeelte van het gebouw dat niet vatbaar is voor eigendomsoverdracht, blijvend niet meer voor het onderwijs nodig zal zijn. Zowel het bestuurscollege als het bevoegd gezag van de school kunnen de Rijksvertegenwoordiger verzoeken om een besluit te nemen. Voordat hij een besluit neemt, hoort de Rijksvertegenwoordiger de wederpartij.
-
Zodra de in het zevende lid bedoelde akte door beide partijen is getekend, het in het achtste lid bedoelde besluit van de Rijksvertegenwoordiger onherroepelijk is geworden, of in beroep is bepaald dat de uitspraak van de rechter, die een beslissing inhoudt als bedoeld in het achtste lid, eerste volzin, in de plaats treedt van het vernietigde besluit, kan het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school het desbetreffende gedeelte van het gebouw met toestemming van het bestuurscollege verhuren.
-
De toestemming, bedoeld in het negende lid, wordt verleend voor een tijdvak van ten hoogste drie jaren. Op verzoek van het bevoegd gezag kan dit tijdvak steeds worden verlengd met een termijn van ten hoogste drie jaren.
-
Artikel 230a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op een verhuur als bedoeld in het negende lid.
Artikel 11.79
In afwijking van deze paragraaf kan de eilandsraad besluiten dat jaarlijks een bedrag voor huisvestingskosten wordt betaald aan het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school, voor zover die op het grondgebied van dat openbaar lichaam in stand wordt gehouden. De eilandsraad neemt dat besluit in overeenstemming met het bevoegd gezag.
Artikel 11.80
Het bevoegd gezag van een niet door het openbaar lichaam in stand gehouden school verschaft aan de eilandsraad respectievelijk het bestuurscollege alle inlichtingen die de eilandsraad respectievelijk het bestuurscollege voor een adequate uitvoering van de bepalingen in deze paragraaf noodzakelijk achten.