1. Het College voor toetsen en examens stelt een examenreglement vast, dat in elk geval bevat:

    1. regels over de organisatie van het staatsexamen en deelstaatsexamen en de gang van zaken tijdens deze examens;

    2. informatie over de maatregelen, bedoeld in artikel 2.82, en de toepassing daarvan; en

    3. regels over de herkansingsmogelijkheden van het college-examen en het centraal examen.

  2. Het College voor toetsen en examens stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast voor de examinering in het daaropvolgende jaar. Het programma vermeldt per vak in elk geval:

    1. de onderdelen van het examenprogramma die worden getoetst;

    2. de inhoud van de verschillende onderdelen;

    3. de wijze en de tijdstippen waarop het centraal examen en de toetsen van het college-examen plaatsvinden, en de duur van de toetsen;

    4. de wijze van herkansing;

    5. de verhindering voor het college-examen; en

    6. de wijze waarop voor een examenkandidaat het cijfer voor het college-examen tot stand komt.

  3. Het College voor toetsen en examens zendt het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting voor 1 januari aan de inspectie en draagt er zorg voor dat ze bij de bevestiging van de aanmelding aan de eindexamenkandidaten worden verstrekt.