1. De verordening regelt in elk geval:

    1. de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de openbare rechtspersoon;

    2. de wijze van benoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden;

    3. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd;

    4. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening;

    5. de wijze waarop de gemeenteraad toezicht op het bestuur uitoefent;

    6. de gronden waarop het bestuur kan beslissen de vergaderingen van het bestuur besloten te houden; en

    7. de periode waarvoor de openbare rechtspersoon in het leven wordt geroepen en die ten minste vijf jaar is.

  2. De verordening verzekert een overheersende invloed van de gemeente in het bestuur.