1. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder voorzieningen in de huisvesting verstaan:

    1. voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit:

      1. nieuwbouw, een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, verplaatsing van een bestaand gebouw of van een gedeelte daarvan, terreinen, en eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair;

      2. uitbreiding van de onder 1° bedoelde voorzieningen; en

      3. medegebruik van een ruimte die geschikt is voor het onderwijs;

    2. herstel van constructiefouten aan het gebouw of het terrein; of

    3. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden.

  2. De kosten van bouwvoorbereiding kunnen tot de kosten van huisvesting worden gerekend.