1. Het College voor toetsen en examens stelt vast:

    1. de eindcijfers voor het staatsexamen of deelstaatsexamen, indien dit staatsexamen of deelstaatsexamen is afgelegd ten overstaan van het College voor toetsen en examens; en

    2. de uitslag van het staatsexamen.

  2. De uitslag van het staatsexamen wordt vastgesteld op basis van:

    1. de eindcijfers, bedoeld in het eerste lid; of

    2. de bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.72, tweede lid, onder b.

  3. De uitslag luidt «geslaagd» of «afgewezen».

  4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

    1. het vaststellen van de eindcijfers van het staatsexamen en het deelstaatsexamen;

    2. de uitslag van het staatsexamen; en

    3. het toekennen van het judicium cum laude.