1. Onze Minister kan aan de kerkelijke gemeenten of de plaatselijke kerken, bedoeld in artikel 2.35, eerste lid, en aan de genootschappen, bedoeld in artikel 2.35, tweede lid, subsidie verstrekken voor het onderwijs, bedoeld in die artikelleden.

  2. De artikelen 4, 5, 9 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies zijn van toepassing, met dien verstande dat subsidie alleen kan worden verstrekt op grond van een algemene maatregel van bestuur.