-
In afwijking van artikel 2.11, eerste lid, kan het praktijkonderwijs worden gegeven in een andere taal dan het Nederlands.
-
De gedragscode, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, wordt toegezonden aan de inspectie.
Wet voortgezet onderwijs 2020 Laatste controle 29-05-2026, laatste wijziging 28-05-2026 (Bron: wetten.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk 2 Onderwijs
Paragraaf 1 Schoolsoorten, doelen en structuren voortgezet onderwijs
Paragraaf 2 Inrichting van het voortgezet onderwijs
- Artikel 2.10
- Artikel 2.11
- Artikel 2.12
- Artikel 2.13
- Artikel 2.14
- Artikel 2.15
- Artikel 2.16
- Artikel 2.17
- Artikel 2.18
- Artikel 2.19
- Artikel 2.20
- Artikel 2.21
- Artikel 2.22
- Artikel 2.23
- Artikel 2.24
- Artikel 2.25
- Artikel 2.26
- Artikel 2.27
- Artikel 2.29
- Artikel 2.30
- Artikel 2.31
- Artikel 2.31a
- Artikel 2.31b
- Artikel 2.32
- Artikel 2.33
- Artikel 2.34
- Artikel 2.35
- Artikel 2.36
- Artikel 2.37
Paragraaf 3 Onderwijstijd, vakanties
Paragraaf 4 Extra begeleiding en ondersteuning van leerlingen
Paragraaf 5 Toetsen en eindexamens
- Artikel 2.50
- Artikel 2.51
- Artikel 2.51a
- Artikel 2.52
- Artikel 2.53
- Artikel 2.54
- Artikel 2.55
- Artikel 2.55a
- Artikel 2.56
- Artikel 2.57
- Artikel 2.58
- Artikel 2.59
- Artikel 2.60
- Artikel 2.60a
- Artikel 2.60b
- Artikel 2.60c
- Artikel 2.60d
- Artikel 2.60e
- Artikel 2.61
- Artikel 2.62
- Artikel 2.63
- Artikel 2.64
- Artikel 2.65
Paragraaf 6 Aanwijzing als school met examenbevoegdheid
Paragraaf 7 Staatsexamens
Paragraaf 8 Andere vormen van voortgezet onderwijs
Paragraaf 9 Kwaliteitszorg en communicatie
Paragraaf 10 Onderwijskundige verbanden en samenwerking
- Artikel 2.99
- Artikel 2.100
- Artikel 2.101
- Artikel 2.102
- Artikel 2.103
- Artikel 2.104
- Artikel 2.105
- Artikel 2.106
- Artikel 2.107
- Artikel 2.107a
- Artikel 2.107b
- Artikel 2.107c
- Artikel 2.107d
- Artikel 2.107e
- Artikel 2.107f
- Artikel 2.107g
- Artikel 2.107h
- Artikel 2.107i
- Artikel 2.107j
- Artikel 2.107k
- Artikel 2.107l
- Artikel 2.108
- Artikel 2.109
- Artikel 2.109a
Paragraaf 11 Beschikbaar stellen van lesmateriaal aan leerlingen
Paragraaf 12 Beleidsinhoudelijke informatie
Hoofdstuk 3 Bestuur
Paragraaf 1 Bestuur en intern toezicht
Paragraaf 2 Openbare rechtspersoon voor openbaar onderwijs
Paragraaf 3 Stichting voor openbaar onderwijs
Paragraaf 4 Stichting voor openbaar en bijzonder onderwijs
Paragraaf 5 Stichting voor instandhouding samenwerkingsschool
Paragraaf 6 Niet bekostigd onderwijs
Paragraaf 8 Centrale diensten
Paragraaf 9 Klachten, maatregelen en aanwijzingen
Paragraaf 10 Veiligheid
Paragraaf 11 Overige bepalingen
Hoofdstuk 4 Voorzieningenplanning
Paragraaf 1 Aanspraak op bekostiging
Paragraaf 2 Vestigingen
Paragraaf 3 Regionale samenwerking voorzieningenplanning
Paragraaf 4 Beëindiging van de bekostiging
Paragraaf 5 Overige bepalingen
Hoofdstuk 5 Bekostiging en verantwoording
Paragraaf 1 Algemene bepalingen bekostiging
Paragraaf 2 Grondslag bekostiging personeel en exploitatie scholen
Paragraaf 3 Grondslag bekostiging personeel en exploitatie samenwerkingsverbanden
Paragraaf 4 Rol gemeente
Paragraaf 5 Vaststellen, verstrekken en betalen
Paragraaf 6 Overige voorschriften bekostiging
Paragraaf 7 Verantwoording
Paragraaf 8 Overige uitvoeringsregels
Hoofdstuk 6 Huisvesting
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Bekostigingsplafond; programma huisvestingsvoorzieningen; overzicht
Paragraaf 3 Verordening
Paragraaf 5 Bijzondere bepalingen gebruik
Paragraaf 6 Doordecentralisatie; verticale scholengemeenschappen; informatie
Hoofdstuk 7 Personeel
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Verantwoordelijkheid, bekwaamheid en bevoegdheid van leraren
Paragraaf 3 Voorwaarden voor tijdelijke benoeming van de onbevoegde, onderbevoegde of andersbevoegde leraar
Paragraaf 4 Voorwaarden voor benoeming van leidinggevend en onderwijsondersteunend personeel
Paragraaf 5 Bijzondere regels voor scholengemeenschappen
Paragraaf 6 Zij-instroom in het beroep
Paragraaf 7 Rechtspositie personeel
Paragraaf 8 Stages
Paragraaf 9 Bekwaamheids- en zedelijkheidseisen personeel niet uit ’s Rijks kas bekostigde scholen
Paragraaf 10 Lerarenregister
Paragraaf 11 Registervoorportaal
Hoofdstuk 8 Deelname
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Gebruik persoonsgebonden nummer
Paragraaf 3 Begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie
Paragraaf 4 Overige regels
Hoofdstuk 9 Experimenten, bijzondere inrichting en tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom ontheemden
Paragraaf 1 Experimenten
Paragraaf 2 Bijzondere inrichting
Paragraaf 2a Nieuwkomersonderwijs
Paragraaf 3 Tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden
Hoofdstuk 10 Sancties
Hoofdstuk 11 Caribisch Nederland
Paragraaf 1 Algemeen
Paragraaf 2 Wijze van toepassing hoofdstuk 2
- Artikel 11.4
- Artikel 11.5
- Artikel 11.6
- Artikel 11.7
- Artikel 11.8
- Artikel 11.8a
- Artikel 11.9
- Artikel 11.10
- Artikel 11.10a
- Artikel 11.11
- Artikel 11.12
- Artikel 11.13
- Artikel 11.14
- Artikel 11.15
- Artikel 11.16
- Artikel 11.17
- Artikel 11.18
- Artikel 11.19
- Artikel 11.20
- Artikel 11.21
- Artikel 11.22
- Artikel 11.23
- Artikel 11.24
- Artikel 11.24a
- Artikel 11.25
- Artikel 11.26
- Artikel 11.27
- Artikel 11.28
- Artikel 11.29
- Artikel 11.30
- Artikel 11.31
- Artikel 11.32
Paragraaf 3 Wijze van toepassing hoofdstuk 3
Paragraaf 4 Wijze van toepassing hoofdstuk 4
Paragraaf 5 Wijze van toepassing hoofdstuk 5
Paragraaf 6 Wijze van toepassing hoofdstuk 6
Paragraaf 7 Wijze van toepassing hoofdstuk 7
Paragraaf 8 Wijze van toepassing hoofdstuk 8
Paragraaf 8a Wijze van toepassing van hoofdstuk 9
Paragraaf 9 Wijze van toepassing Wet administratieve rechtspraak BES
Hoofdstuk 12 Invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 1 Invoeringsrecht WVO 2020
Paragraaf 2 Overgangsrecht Wet voortgezet onderwijs BES
Paragraaf 3 Overgangsrecht Wet van 4 juli 1996, houdende wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, alsmede de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de decentralisatie van de huisvestingsvoorzieningen (Stb. 1996, 402)
Paragraaf 4 Overgangsrecht in verband met de Wet van 29 april 2004 tot wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbeteringen van uiteenlopende, voornamelijk uitvoeringstechnische aard (Stb. 2004, 216)
Paragraaf 5 Overgangsrecht Wet op de beroepen in het onderwijs
Paragraaf 6 Overgangsrecht Wet van 29 mei 2006 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs inzake vervanging van de basisvorming door een nieuwe regeling voor de onderbouw (regeling onderbouw VO) (Stb. 2006, 281)
Paragraaf 7 Overgangsrecht Wet van 28 juni 2006 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de beroepen in het onderwijs onder meer in verband met het aanbrengen van enkele verbeteringen in de regels over de bekwaamheid van onderwijspersoneel zoals deze komen te luiden door de Wet op de beroepen in het onderwijs (aanpassing regels bekwaamheidseisen onderwijspersoneel) (Stb. 2006, 329)
Paragraaf 8 Overgangsrecht Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen (Stb. 2008, 296)
Paragraaf 9 Overgangsrecht Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs (Stb. 2012, 533)
Paragraaf 10 Overgangsrecht Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud) studenten van de lerarenopleiding omgangskunde (Stb. 2013, 120)
Paragraaf 11 Overgangsrecht Wet van 7 mei 2014 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het onderwijs in de Friese taal (Stb. 2014, 185)
Paragraaf 13 Overgangsrecht Wet van 10 februari 2016 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma’s in het voorbereidend beroepsonderwijs (Stb. 2016, 88)
Paragraaf 15 Overgangsrecht Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160)
Paragraaf 16 Overgangsrecht Wet van 1 juli 2020 tot wijziging van onder andere de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de afschaffing van de rekentoets in het voortgezet onderwijs (afschaffing rekentoets vo) (Stb. 2020, 233)
Paragraaf 17 Overgangsrecht Wet van 28 oktober 2020 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (Stb. 2020, 437)
Hoofdstuk 13 Voorhang en evaluaties
Hoofdstuk 14 Slotbepalingen
Paragraaf 2
Artikel 11.5
In afwijking van de artikelen 2.20, vierde lid, aanhef, en 2.25, tweede lid, aanhef, geeft een school het onderwijs in een of meer van de profielen.
Artikel 11.6
In afwijking van de artikelen 2.29 en 2.30 zijn de artikelen 11.7 en 11.8 van toepassing.
Artikel 11.7
Praktijkonderwijs is onderwijs voor leerlingen voor wie naar het oordeel van het bevoegd gezag vaststaat dat:
overwegend een orthopedagogische en orthodidactische benadering is geboden; en
het volgen van onderwijs in een van de leerwegen, genoemd in artikel 2.22, eerste lid, al dan niet in combinatie met het volgen van leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel 11.13, niet zal leiden tot het behalen van een diploma of een getuigschrift vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid.
Artikel 11.8
-
Indien het bevoegd gezag van de school waar een leerling zich aanmeldt, of waaraan de leerling is ingeschreven, redelijkerwijs kan aannemen dat deze niet in staat is een van de leerwegen, genoemd in artikel 2.22, eerste lid, al dan niet in combinatie met leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel 11.13 af te sluiten met een diploma of getuigschrift vmbo als bedoeld in artikel 2.58, tweede lid, kan het bevoegd gezag aan de ouders van de leerling voorstellen dat de leerling in plaats daarvan praktijkonderwijs volgt.
-
Het bevoegd gezag van de school voor praktijkonderwijs beslist over de toelating van de leerling tot het praktijkonderwijs. Het hanteert daartoe een indicatieprocedure die is gebaseerd op erkende testen en toetsen.
-
Het bevoegd gezag van de school voor praktijkonderwijs waaraan de leerling wordt toegelaten, stelt, na overleg met de ouders, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop voor de leerling het praktijkonderwijs wordt gegeven.
Artikel 11.8a
Artikel 2.31a, vierde lid, tweede volzin, en artikel 2.31b zijn niet van toepassing.
Artikel 11.9
Artikel 2.32 en artikel 2.33, tweede lid, zijn niet van toepassing.
Artikel 11.10
In aanvulling op artikel 2.34 draagt het bevoegd gezag zorg voor een optimale aansluiting van leerlingen met een moedertaal die niet overeenkomt met de instructietaal die op de scholen wordt gehanteerd.
Artikel 11.10a
Artikel 11.11
-
Indien een leerling in een deel van de week onderwijs ontvangt op een andere school of wordt begeleid bij het expertisecentrum onderwijszorg, telt de tijd dat de leerling dit onderwijs ontvangt mee voor het aantal uren onderwijs dat de leerling ten minste moet ontvangen op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 3.
-
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen:
regels worden gesteld over de uitvoering van het eerste lid; en
voorwaarden worden gesteld waaraan scholen en instellingen als bedoeld in het eerste lid moeten voldoen als voorwaarde voor het meetellen van de tijd, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 11.12
In afwijking van paragraaf 4 van hoofdstuk 2 zijn de artikelen 11.13 tot en met 11.23 van toepassing.
Artikel 11.13
-
Leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven aan de leerling voor wie vaststaat dat een orthopedagogische en orthodidactische benadering nodig is om het onderwijs in een van de leerwegen, bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, te kunnen afsluiten.
-
Leerwegondersteunend onderwijs:
bereidt de leerling voor op het volgen van onderwijs in een van deze leerwegen, of
wordt verzorgd tijdens het volgen van dat onderwijs; en
wordt zodanig in het onderwijs geïntegreerd en ingericht dat de leerling een ononderbroken ontwikkelingsproces kan volgen dat is gericht op het afsluiten van de leerweg.
-
Leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven indien de leerling met behulp van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte, geen ononderbroken ontwikkelingsproces kan doormaken als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
-
Het bevoegd gezag beslist of een leerling is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs. Het hanteert daartoe een indicatieprocedure die is gebaseerd op erkende testen en toetsen. Na overleg met de ouders van de leerling beslist het bevoegd gezag of aan de leerling leerwegondersteunend onderwijs wordt aangeboden.
-
Het bevoegd gezag stelt, na overleg met de ouders en de leerling, voor de leerling een handelingsplan op. Het handelingsplan bevat een omschrijving van de wijze waarop aan de leerling het leerwegondersteunend onderwijs wordt gegeven.
Artikel 11.14
-
Het bevoegd gezag van een school waar een leerling met een specifieke onderwijsbehoefte is ingeschreven stelt in overeenstemming met de ouders en met inachtneming van artikel 11.18, derde lid, voor elk schooljaar een handelingsplan op. Indien de leerling wordt ingeschreven op of na 1 augustus, wordt het handelingsplan zo spoedig mogelijk maar uiterlijk een maand na die inschrijving opgesteld.
-
Het bevoegd gezag stelt het handelingsplan op nadat het bevoegd gezag de leerling in de gelegenheid heeft gesteld op een door de leerling te bepalen wijze vrijelijk zijn mening hierover naar voren te brengen. Het bevoegd gezag biedt de leerling daartoe de ondersteuning die hij nodig heeft.
-
Het bevoegd gezag beschrijft in het handelingsplan de inbreng van de leerling en hoe deze van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan.
-
Het bevoegd gezag licht aan de leerling toe op welke wijze diens mening van invloed is geweest op de vast- of bijstelling van het handelingsplan.
-
Het handelingsplan wordt jaarlijks met de ouders en de leerling geëvalueerd.
Artikel 11.15
Het bevoegd gezag richt het voortgezet onderwijs zo in dat leerlingen die door ziekte thuis verblijven of die zijn opgenomen in een ziekenhuis op adequate wijze voldoende onderwijs kunnen ontvangen.
Artikel 11.16
-
Het bevoegd gezag is voor elk van zijn scholen aangesloten bij een samenwerkingsverband CN met, voor zover aanwezig in het openbaar lichaam:
een of meer scholen;
een of meer scholen voor basisonderwijs;
een of meer instellingen als bedoeld in de WEB BES;
de uitvoeringsinstantie, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet sociale kanstrajecten jongeren BES; en
een expertisecentrum onderwijszorg.
-
In afwijking van het eerste lid kan een samenwerkingsverband CN bestaan uit de betrokkenen, bedoeld in de onderdelen a, b, c of d, die samen een expertisecentrum onderwijszorg in stand houden.
-
Het samenwerkingsverband CN heeft als doel, het realiseren van een zodanig samenhangend geheel van zorgvoorzieningen binnen en tussen scholen en in samenwerking met de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, dat zoveel mogelijk leerlingen, vavo-studenten en mbo-studenten een ononderbroken onderwijsloopbaan kunnen doormaken.
-
Per openbaar lichaam is er één samenwerkingsverband CN.
-
Indien een bevoegd gezag wenst deel te nemen aan het samenwerkingsverband CN, wordt deze deelname door de bevoegde gezagsorganen die samenwerken in het samenwerkingsverband CN niet geweigerd.
-
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop een geschil wordt beslecht tussen de organisaties, bedoeld in het eerste lid, over aangelegenheden die het samenwerkingsverband CN aangaan.
Artikel 11.17
-
Het bevoegd gezag stelt samen met de bevoegde gezagsorganen die samenwerken in een samenwerkingsverband CN en met het expertisecentrum onderwijszorg indien artikel 11.16, tweede lid, van toepassing is, jaarlijks voor 1 mei een gezamenlijk eilandelijk zorgplan vast voor het daaropvolgende schooljaar.
-
Het eilandelijk zorgplan bevat in elk geval een beschrijving van:
de wijze waarop wordt voldaan aan artikel 11.16, eerste en derde lid;
de wijze, waarop de bekostiging voor de zorgvoorzieningen, bedoeld in artikel 11.23, wordt ingezet;
de wijze waarop de subsidie voor de taken, bedoeld in artikel 11.18, eerste lid, en voor zover van toepassing artikel 11.19, vierde lid, wordt ingezet;
de beoogde en bereikte kwalitatieve en kwantitatieve resultaten ten aanzien van de onderwijskundige opvang van de leerlingen, vavo-studenten en mbo-studenten met een specifieke onderwijsbehoefte;
de procedures voor de handelingsgerichte diagnose van leerlingen, vavo-studenten en mbo-studenten; en
de wijze waarop aan de ouders informatie wordt verstrekt over de zorgvoorzieningen.
-
Het eilandelijk zorgplan wordt voor 15 mei voorafgaand aan het schooljaar waarop het betrekking heeft, toegezonden aan de inspectie.
Artikel 11.18
-
Onze Minister kan op aanvraag een rechtspersoon aanwijzen die naar zijn oordeel in staat is deskundige ondersteuning te bieden aan leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte waarin binnen de school redelijkerwijs niet kan worden voorzien en waaronder in elk geval de volgende taken worden verstaan:
het verzorgen van onderwijsondersteunende activiteiten aan leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, geestelijke of meervoudige handicap of stoornis;
het verzorgen van ambulante begeleiding voor leerlingen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, geestelijke of meervoudige handicap of stoornis;
het verrichten van handelingsgerichte diagnostiek voor de leerlingen op verzoek van het bevoegd gezag, het samenwerkingsverband CN of de ouders; of
het op verzoek van een bevoegd gezag, het samenwerkingsverband CN of de ouders van leerlingen adviseren en collegiaal consulteren.
-
De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als expertisecentrum onderwijszorg.
-
Een leerling die binnen een locatie van het expertisecentrum onderwijszorg wordt begeleid, blijft ingeschreven bij de school. Het bevoegd gezag van deze school blijft verantwoordelijk voor de leerling tijdens het verblijf binnen het expertisecentrum onderwijszorg. Onder deze verantwoordelijkheid valt in elk geval de zorg voor het geven van adequaat onderwijs door een leraar die daartoe bevoegd is op grond van paragraaf 2 van hoofdstuk 7.
Artikel 11.19
-
Met inachtneming van artikel 11.57 vergoedt het bevoegd gezag voor het begeleiden van zijn leerling, bedoeld in artikel 11.18, derde lid, naar redelijkheid en indien dit naar het oordeel van het samenwerkingsverband CN nodig is, de kosten die worden gemaakt door:
het expertisecentrum onderwijszorg; en
een ander bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in artikel 11.16, eerste lid, onderdelen a tot en met c.
-
Per openbaar lichaam is er één expertisecentrum onderwijszorg.
-
Het expertisecentrum onderwijszorg treft een regeling voor de behandeling van klachten over gedragingen en beslissingen van het bestuur van dit centrum of het personeel, waaronder discriminatie, dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen door het bestuur of het personeel voor zover het betreft zijn respectievelijk hun werkzaamheden in het kader van het onderwijsproces of de deskundige ondersteuning, bedoeld in artikel 11.18, eerste lid. De artikelen 3.35 en 3.36 zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de taken van het expertisecentrum onderwijszorg.
Artikel 11.20
-
Onze Minister verstrekt het expertisecentrum onderwijszorg subsidie.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over het verstrekken van subsidie aan het expertisecentrum onderwijszorg voor de taken, bedoeld in artikel 11.21, eerste lid.
-
De titels 4.1 en 4.2 Awb en de artikelen 4, 5, 9 en 10 van de Wet overige OCW-subsidies zijn van toepassing op de subsidie.
Artikel 11.21
-
Met het toezicht op de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 11.18, eerste lid, en voor zover van toepassing artikel 11.19 vierde lid, zijn de ambtenaren belast die bij besluit van Onze Minister zijn aangewezen.
-
De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid Awb zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, Awb ten aanzien van het in het eerste lid bedoelde toezicht.
Artikel 11.22
-
Onze Minister is bevoegd tot het treffen van noodzakelijke voorzieningen indien het expertisecentrum onderwijszorg naar het oordeel van Onze Minister zijn taken ernstig verwaarloost.
-
Deze voorzieningen worden niet eerder getroffen dan nadat het expertisecentrum onderwijszorg in de gelegenheid is gesteld om binnen een door Onze Minister te stellen redelijke termijn alsnog zijn taken naar behoren uit te voeren.
Artikel 11.23
-
Het Rijk bekostigt scholen voor zorg voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de uitvoering van het eerste lid.
Artikel 11.24
De gedragscode, bedoeld in artikel 2.52, derde lid, wordt toegezonden aan de inspectie.
Artikel 11.24a
De artikelen 2.60, vierde lid, 2.60b, tweede en derde lid, zijn niet van toepassing, met dien verstande dat het bevoegd gezag de schriftelijke motivering bedoeld in artikel 2.60b, tweede lid, wel zo spoedig mogelijk aan de examencommissie zendt.
Artikel 11.25
Artikel 2.68, vierde lid, is niet van toepassing.
Artikel 11.26
-
In artikel 2.83, eerste lid, wordt voor «artikel 6:7 Awb» gelezen «artikel 56, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES».
-
In artikel 2.83, tweede lid, wordt voor «artikel 7.24, eerste, tweede en vierde tot en met zevende lid, Awb» gelezen «artikel 69, eerste lid, van de Wet administratieve rechtspraak BES».
Artikel 11.27
In afwijking van artikel 2.89, tweede lid, bevat het schoolplan een beschrijving van de wijze waarop het bevoegd gezag de uitwerking van het eilandelijk zorgplan vorm geeft.
Artikel 11.28
De artikelen 2.94 tot en met 2.96 zijn niet van toepassing.
Artikel 11.29
In afwijking van de artikelen 2.103, zesde lid, tweede volzin, en zevende lid, 2.105 en 5.45 zijn de artikelen 11.30, 11.31 en 11.58 van toepassing.
Artikel 11.30
-
Het buitenschoolse praktijkgedeelte van het leer-werktraject wordt verzorgd door een bedrijf of organisatie, op grondslag van een leer-werkovereenkomst die wordt gesloten door het bevoegd gezag, de betrokken leerling of diens ouders, dat bedrijf of die organisatie, en de Raad onderwijs arbeidsmarkt, die daarmee verklaart:
dat het bedrijf of de organisatie voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 2.106, onderdeel a; en
voor zover van toepassing, dat de gronden voor dat kwaliteitsoordeel nog steeds aanwezig zijn.
-
In afwijking van Boek 7A, artikel 1613c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek BES, is bij strijd als bedoeld in dat artikel, het eerste lid van toepassing.
Artikel 11.31
-
Het bedrijf dat of de organisatie die het buitenschoolse gedeelte van het leer-werktraject verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de leerlingen binnen het bedrijf respectievelijk de organisatie.
-
De Raad onderwijs arbeidsmarkt draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van bedrijven en organisaties die het buitenschoolse praktijkgedeelte verzorgen, aan de hand van de eisen, bedoeld in artikel 2.106, onderdeel a.
-
De Raad onderwijs arbeidsmarkt draagt zorg voor openbaarmaking van een overzicht van bedrijven en organisaties met een gunstige beoordeling.
-
Het buitenschoolse praktijkgedeelte van het leer-werktraject wordt alleen verzorgd door bedrijven en organisaties met een gunstige beoordeling.
Artikel 11.32
In artikel 2.107, tweede lid, wordt voor «het bestuur van de Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven» gelezen «de Raad onderwijs arbeidsmarkt».