1. De gemeenteraad stelt het integraal huisvestingsplan vast, dat in elk geval bevat:

    1. een beschrijving van elk schoolgebouw op het grondgebied van de gemeente;

    2. de geraamde investeringsbedragen per schoolgebouw voor de voorzieningen in de huisvesting, bedoeld in artikel 6.2, voor een periode van vier jaar;

    3. het beleid voor de onderwijshuisvesting in relatie tot de prognose van het aantal leerlingen in de gemeente in de periode waarop het plan betrekking heeft.

  2. Elk schoolgebouw op het grondgebied van de gemeente wordt aangeduid met vermelding van in ieder geval:

    1. de kadastrale gegevens van het perceel;

    2. het bouwjaar, het bruto vloeroppervlakte, de bouwtechnische staat, de functionaliteit van het gebouw in relatie tot de onderwijsvorm, het energieverbruik, de overige exploitatielasten, de verwachte technische levensduur en de duurzaamheid van het gebouw;

    3. de aanwezige sportvoorzieningen;

    4. de wijze waarop afstemming heeft plaatsgevonden met de meerjarenonderhoudsplannen, bedoeld in artikel 6.2c;

    5. de voornemens voor het schoolgebouw in de periode van twaalf jaar volgend op de periode van vier jaar waarvoor het plan geldt.

  3. Indien de gemeenteraad een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 6.21, vermeldt het integraal huisvestingsplan voor welk bevoegd gezag, voor welke voorziening in de huisvesting en voor welke termijn dit besluit is genomen.

  4. Het betreffende bevoegd gezag verstrekt voor zover nodig de gegevens, bedoeld in het in het tweede lid, aan de gemeenteraad.

  5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, In het integraal huisvestingsplan worden vermeld en welke informatie hierbij betrokken moet worden.