Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu (3)
Afdeling Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden (3)
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen (3)
Afdeling Evenementen (3)
Afdeling Betaald voetbalwedstrijden (3)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven (3)
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet (3)(6)
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf (3)
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (3)
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade (3)
Afdeling Bestrijding van heling van goederen (3)
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (3)
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester (3)
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen (3)
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente (3)
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Parkeerexcessen en stopverbod (3)

Artikel 5:1

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  2. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  2. Tot de voertuigen bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    1. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    2. voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.

  3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    1. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel

    2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  4. Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:2A

Vergunningplicht commercieel aanbieden deelvoertuigen (7)

  1. Het is verboden om zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders voertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden;

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen en voorschriften vaststellen ten aanzien van het commercieel aanbieden van deelvoertuigen zoals deel(bak)fietsen, deelscooters en/of deelvormen van ‘Licht Elektronische voertuigen (LEV)’ als bedoeld in dit artikel;

  3. Onder deelvoertuigen worden voertuigen bedoeld als beschreven in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van personenauto's, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of meerdere aanbieder(s);

  4. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op auto’s.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of intrekken indien:

    1. de aanvraag in strijd is met de nadere eisen en voorschriften als bedoeld in lid 2.

    2. de vergunninghouder handelt in strijd met de eisen en voorschriften die deel uitmaken van de vergunning;

    3. de deelvoertuigen van de vergunninghouder gevaar opleveren voor de veiligheid van de gebruikers of de verkeersveiligheid;

    4. indien de exploitatie niet uiterlijk 3 maanden na de afgifte van de vergunning van start is gegaan.

  6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing van dit verbod verlenen.

  3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen e.d.

  1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal Wegenreglement Friesland.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:7

Parkeren van reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  4. Het college van burgemeester en wethouders kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:9

Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:10

Parkeren of laten stilstaan van voertuigen met stankverspreidende stoffen (3)

  1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren of te laten stilstaan waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

  2. Dit verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Dit verbod is niet van toepassing:

    1. op de weg;

    2. op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de overheid;

    3. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:12

Overlast van fiets of bromfiets (8)

  1. Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beeindiging van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebieden op de weg te laten staan buiten de daarvoor bestemde ruimten of vakken.

  2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.

  3. Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het beheer van de openbare ruimte, langer dan veertien dagen onafgebroken in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen openbare (brom -) fietsstallingsgebieden te stallen.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden