Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu (3)
Afdeling Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden (3)
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen (3)
Afdeling Evenementen (3)
Afdeling Betaald voetbalwedstrijden (3)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven (3)
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet (3)(6)
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf (3)
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (3)
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade (3)
Afdeling Bestrijding van heling van goederen (3)
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (3)
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester (3)
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen (3)
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente (3)
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente (3)

Artikel 5:1

Begripsomschrijvingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

  2. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).

Artikel 5:2

Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.

  1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

    1. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

    2. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  2. Tot de voertuigen bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

    1. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    2. voertuigen gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het eerste lid genoemde persoon.

  3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

    1. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer voertuigen; dan wel

    2. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

  4. Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:2A

Vergunningplicht commercieel aanbieden deelvoertuigen (7)

  1. Het is verboden om zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders voertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden;

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan nadere eisen en voorschriften vaststellen ten aanzien van het commercieel aanbieden van deelvoertuigen zoals deel(bak)fietsen, deelscooters en/of deelvormen van ‘Licht Elektronische voertuigen (LEV)’ als bedoeld in dit artikel;

  3. Onder deelvoertuigen worden voertuigen bedoeld als beschreven in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van personenauto's, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of meerdere aanbieder(s);

  4. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op auto’s.

  5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college van burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of intrekken indien:

    1. de aanvraag in strijd is met de nadere eisen en voorschriften als bedoeld in lid 2.

    2. de vergunninghouder handelt in strijd met de eisen en voorschriften die deel uitmaken van de vergunning;

    3. de deelvoertuigen van de vergunninghouder gevaar opleveren voor de veiligheid van de gebruikers of de verkeersveiligheid;

    4. indien de exploitatie niet uiterlijk 3 maanden na de afgifte van de vergunning van start is gegaan.

  6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3

Te koop aanbieden van voertuigen

  1. Het is verboden op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen wegen of weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing van dit verbod verlenen.

  3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:4

Defecte voertuigen

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Artikel 5:5

Voertuigwrakken

  1. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

  2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:6

Kampeermiddelen e.d.

  1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:

    1. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;

    2. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal Wegenreglement Friesland.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:7

Parkeren van reclamevoertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8

Parkeren van grote voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.

  4. Het college van burgemeester en wethouders kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:9

Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

  2. Dit verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:10

Parkeren of laten stilstaan van voertuigen met stankverspreidende stoffen (3)

  1. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren of te laten stilstaan waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

  2. Dit verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 5:11

Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen

  1. Het is verboden een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door dan wel deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.

  2. Dit verbod is niet van toepassing:

    1. op de weg;

    2. op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de overheid;

    3. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit doel zijn bestemd.

  3. Het college van burgemeester en wethouders kan van het verbod ontheffing verlenen.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:12

Overlast van fiets of bromfiets (8)

  1. Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beeindiging van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebieden op de weg te laten staan buiten de daarvoor bestemde ruimten of vakken.

  2. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.

  3. Het is verboden om fietsen of bromfietsen, in het belang van het beheer van de openbare ruimte, langer dan veertien dagen onafgebroken in door het college van burgemeester en wethouders aangewezen openbare (brom -) fietsstallingsgebieden te stallen.

Artikel 5:13

Inzameling van geld of goederen

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

  2. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:

    1. in besloten kring, of;

    2. door een instelling met een CBF-keurmerk, opgenomen in het CBF collecterooster, of;

    3. door plaatselijke verenigingen of stichtingen met de statutaire zetel in de gemeente Leeuwarden, die collecteren voor de liefdadigheids- of ideeel doel of voor het algemeen belang;

  4. mits de inzameling niet op zondag plaatsvindt en de collectant kan zich op aanvraag legitimeren.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:14

Begripsomschrijving

  1. In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op of aan de weg of op of aan een openbaar water, aan huis dan wel op een andere voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, dan wel diensten aan te bieden.

  2. Onder venten wordt niet verstaan:

    1. het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

    2. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22 van deze verordening;

    3. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen als bedoeld in het eerste lid op een verkoopstandplaats bedoeld in artikel 5:17 van deze verordening.

Artikel 5:15

Ventverbod (3)

  1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.

  2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 22.00 en 08.00 uur.

  3. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 5:17

Begripsomschrijving

  1. In deze afdeling wordt verstaan onder het innemen van een verkoopstandplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.

  2. Onder verkoopstandplaats wordt niet verstaan:

    1. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;

    2. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24;

    3. een standplaats in de zin van de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen.

Artikel 5:18

Verkoopstandplaatsen

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een verkoopstandplaats in te nemen of te hebben

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

  3. Het college kan categorieën van standplaatsen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt. In het belang van de openbare orde en de woon- en leefomgeving kunnen ten aanzien van deze categorieën nadere regels worden gesteld.

  4. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

    1. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

    2. wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt;

    3. vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan;

    4. ingeval van strijd met de beleidsregel verkoopstandplaatsen.

  5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:19

Toestemming rechthebbende

Het is de rechthebbende op een perceel niet zijnde een woning of een school, toegestaan dat daarop zonder verkoopstandplaats-vergunning van het college van burgemeester en wethouders maximaal twee verkoopstandplaatsen worden of zijn ingenomen.

Artikel 5:20

Afbakeningsbepalingen

  1. Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Friesland.

  2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, vierde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken.

Artikel 5:23

Snuffelmarkten e.d.

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester:

    1. in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld;

    2. toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken.

  2. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt.

  4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:24

Begripsomschrijvingen (3)(8)

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een verblijf op of in de omgeving van het vaartuig;

  2. Afmeren: het vastmaken van een vaartuig of ander drijvend object aan een vast object, zoals een kade of oever;

  3. Erfopvolger: de partner van de eigenaar van het schip die minimaal 6 maanden op het hetzelfde adres staat ingeschreven. Of kinderen boven de 18 jaar die woonachtig zijn op hetzelfde adres als de eigenaar van het schip en hier ook feitelijk ingeschrevenstaan;

  4. Historisch woonschip: Dit zijn voormalig (bewoonde) beroepsvrachtschepen, sleepboten en vissersschepen, die zowel behoren tot de binnenvaart als de zeevaart die oorspronkelijk gebouwd zijn door middel van klinkverbindingen en niet langer dan 40 meter waren. De schepen hebben een historisch karakter en een authentieke romp en worden nu uitsluitend gebruikt voor permanente bewoning. Ook moet vaststaan dat het schip zelfstandig nautisch kan varen;

  5. Historisch schip: historische vaartuigen die oorspronkelijk voor de beroepsvrachtvaart vóór 1940 zijn gebouwd en nu uitsluitend gebruikt worden voor andere doeleinden (detailhandel, horeca etc.) dan wonen en waarvan vaststaat, dat deze schepen nautisch zelfstandig kunnen varen;

  6. Ligplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het aanleggen of innemen van een ligplaats van een woon-, bedrijfsmatige- of voor recreatieve doeleinden geschikt vaartuig voor bepaalde of onbepaalde tijd;

  7. Ligplaats innemen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan met aanleggen wordt bedoeld;

  8. Meetbrief: Een door Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) afgegeven document met het volledige signalement van het vaartuig;

  9. Museaal (woon-)schip: Een voormalig binnenvaart bedrijfsvaartuig gebouwd vóór 1940, die een belangrijke cultuurhistorische betekenis voor Nederland heeft gehad en waarvan de historische uitstraling in belangrijke mate is behouden en waarvan het huidige beeld in belangrijke mate overeenkomt met het beeld van het schip tijdens haar actieve beroepsperiode van voor 1940. Het streven is dat het schip bewoond wordt en het moet vast staan dat deze schepen nautisch zelfstandig kunnen varen.

  10. Openbaar water: alle wateren die al of niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;

  11. Pleziervaartuig: vaartuig dat is bestemd voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding.

  12. Vaartuig: naast het begrip vaartuig in de gebruikelijke zin van het woord een vaartuig zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren, dan wel de overblijfselen daarvan;

  13. Vergunning: persoonsgebonden vergunning, voor een specifieke locatie, die op basis van deze afdeling door het college is verstrekt;

  14. Zeebrief: Een zeebrief is een nationaliteitsbewijs (een soort paspoort) van een zeegaand schip. Uit dit document blijkt, dat een schip voor zee- of kustvaart gebruikt mag worden.

Artikel 5:25

Voorwerpen op, in of boven openbaar water (3)(8)

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in het tweede lid of een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.

  2. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

  3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, de Vaarwegenverordening Friesland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening gemeente Leeuwarden.

Artikel 5:27

Gevaar, schade of hinder in gemeentelijk water (3) (8)

  1. Het college kan een verbod opleggen om met een vaartuig de gemeentelijke wateren binnen te varen, een lig- of aanlegplaats in te nemen of in de gemeentelijke wateren of op een lig- of aanlegplaats te verblijven, als het van oordeel is dat een zodanige handeling gevaar, schade of hinder voor de gemeentelijke wateren of voor de omgeving met zich meebrengt of met zich mee kan brengen.

  2. Aan wie een in het eerste lid bedoeld verbod is opgelegd, is verplicht daaraan onmiddellijk gevolg te geven.

Artikel 5:28

Beschadigen van waterstaatswerken (3)(8)

  1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegenverordening Friesland.

Artikel 5:29

Reddingsmiddelen (3) (8)

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel of voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30

Veiligheid op het water (3)(8)

  1. Het is verboden om als bader of zwemmer in het openbaar water je op te houden of je te begeven als het scheepvaart­verkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het verbod uit het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaart­politieregle­ment, de Waterwet of het Vaarwegenverordening Friesland.

Artikel 5:31

Overlast aan vaartuigen (3)(8)

  1. Het is verboden om zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Artikel 5:31.1

Algemeen ligplaatsverbod (3)(8) (9)

  1. Het is verboden met een vaartuig aan te leggen, een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen.

  2. Het college kan nadere regels stellen aan de ligplaatsen in het belang van de veiligheid, het milieu en het uiterlijk aanzien van de omgeving. In ieder geval kunnen per categorie van ligplaatsen regels worden gesteld over het type of het aantal vaartuigen per ligplaats, de maximale verblijfsduur van een vaartuig, het uiterlijk van het vaartuig, het wonen op het vaartuig en het gebruik van het water.

  3. Het verbod uit het eerste lid geldt niet voor zover:

    1. Hiervoor een vergunning of ontheffing is afgegeven door het college;

    2. Dit volgt uit het aanwijzingsbesluit ligplaatsen Leeuwarden;

    3. Hierin wordt voorzien door de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegenverordening Friesland.

  4. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

  5. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen

Artikel 5:31.2

Ligplaatsvergunning historische en museale (woon)schepen (8)

  1. De locaties waar een historisch of museaal (woon)schip een ligplaats mag innemen zijn aangewezen in het geldende bestemmingsplan of aangewezen in het aanwijzingsbesluit ligplaatsen Leeuwarden.

  2. Het college kan een tijdelijke vergunning verlenen voor het verbod als bedoeld in artikel 5.31.1 lid 1, voor zover er een ligplaats wordt ingenomen voor een evenement;

  3. In de aanvraag voor een vergunning vermeldt de aanvrager in ieder geval:

    1. de naam, het adres en de woonplaats van de aanvrager, alsmede het elektronisch adres van de aanvrager, als de aanvraag met een elektronisch formulier wordt ingediend;

    2. (voorlopig) koopcontract;

    3. een bij het schip behorende geldige of verlopen oorspronkelijke meetbrief dan wel een zeebrief in geval van een voormalig beroeps zeevaart schip of een foto van het oorspronkelijke brandmerk welke aanwezig is op het huidige schip;

    4. foto’s van het schip.

    5. Voor schepen die hier tijdelijk aanleggen in verband met een evenement geldt dat zij in ieder geval een CVO of brandveiligheidsrapport van de brandweer moeten overleggen om aan te tonen dat het schip veilig is.

  4. De ligplaatsvergunning geldt zowel voor de aanvrager als voor de erfopvolger die deze ligplaatsvergunning verkrijgt.

  5. Het is niet toegestaan om een historisch of museaal (woon)schip te gebruiken voor de verhuur van één of meerdere (on)zelfstandige woonruimten;

  6. Om in aanmerking te komen voor een ligplaats moet het uiterlijk van het historisch of museaal (woon)schip voldoen aan redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria zoals die zijn opgenomen in de Welstandsnota ligplaatsen van de gemeente Leeuwarden.

Artikel 5:31.3

Weigeringsgronden(8)

  1. De vergunning als bedoeld in artikel 5:31:2 kan worden geweigerd:

    1. als voor de ligplaats al een vergunning is verleend;

    2. in een geval van een museaal of historisch woonschip of ander vergelijkbaar schip: als de aanvrager geen natuurlijk persoon is van tenminste 18 jaar, en ook geen eigenaar van het schip is;

    3. in het geval van een historisch schip, rondvaart schip of zeilend bedrijfsvaartuig of ander vergelijkbaar schip: als de aanvrager geen natuurlijk persoon is van tenminste 18 jaar en/of aanvrager geen rechtsgeldige vertegenwoordiger is van een rechtspersoon en/of geen eigenaar is van het schip;

    4. als vergunningverlening leidt tot afwijken van het bestemmingsplan of aanwijzingsbesluit ligplaatsen Leeuwarden;

    5. als het vaartuig niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    6. als blijkt dat door de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

    7. als het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na de datum van vergunningverlening de betreffende ligplaats met een vaartuig in kan nemen;

    8. als aannemelijk is dat het vaartuig in strijd met artikel 5:31.1, lid 5, wordt of zal worden gebruikt.

    9. als het vaartuig niet wordt of zal worden gebruikt voor permanente bewoning door de vergunninghouder.

    10. als het vaartuig niet over een meetbrief of zeebrief beschikt.

  2. De weigeringsgronden genoemd in lid 1 zijn ook van toepassing voor de wachtlijstregeling als bedoeld in artikel 5.31.5.

Artikel 5:31.4

Intrekken vergunning (8)

Naast de in artikel 1:6 genoemde gronden kan het college een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.31.2 intrekken als:

  1. als het vaartuig wordt gebruikt in strijd met de voorschriften uit de vergunning;

  2. als het historische woonschip langer dan zes maanden niet in gebruik is geweest als hoofdverblijf van de vergunninghouder;

  3. als het vaartuig langer dan zes maanden niet op de in de vergunning genoemde ligplaats heeft gelegen;

  4. als de vergunninghouder het betreffende vaartuig gebruikt of laat gebruiken in strijd met artikel 5:31.2 lid 5;

  5. als het uiterlijk van het vaartuig of de lig- of aanlegplaats waarop de vergunning betrekking heeft in strijd is met de redelijke eisen van welstand.

  6. ter verkrijging van de ligplaatsvergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt.

Artikel 5:31.5

Wachtlijst (8)

Het college houdt voor de verschillende categorieën vaartuigen een wachtlijst aan en stelt voor de uitvoering daarvan nadere regels.

Artikel 5:31.6

Verbouwen (8)

  1. Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college een vaartuig dat beschikt over een vergunning zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 5.31.2 te verbouwen.

  2. Bij een aanvraag om een vergunning zoals bedoeld in het eerste lid, worden tenminste gevoegd foto’s van de bestaande situatie en een toereikende omschrijving van de te verrichten werkzaamheden en bouwtekeningen van de bestaande (foto’s) en beoogde situatie.

  3. De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van of op basis van de artikel 5.31.3 genoemde weigeringsgronden.

Artikel 5:31.7

Varen (8)tekst

  1. Het is verboden om met een vaartuig door of in een rietkraag te varen.

  2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Artikel 5:31.8

Overgangsbepaling (8)

Een rechtmatige situatie die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze afdeling aanwezig of in uitvoering is, dan wel gerealiseerd kan worden krachtens een vergunning, ontheffing of toestemming en afwijkt van de in deze afdeling gestelde regels, mag, als deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, blijven voortbestaan.

Artikel 5:31.10

Exploitatievergunning commercieel personenvervoer over water (9)

Het is verboden om zonder vergunning van het college tegen betaling met een vaartuig of object personen te vervoeren of te laten vervoeren, of een vaartuig of object ter beschikking te stellen voor het varen met één of meerdere personen.

Artikel 5:31.11

Geldigheidsduur (9)

De exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 5:31.10, heeft een geldigheidsduur van 5 jaar.

Artikel 5:31.12

Nadere regels (9)

  1. Het college kan nadere regels stellen in het belang van de veiligheid, het milieu en het uiterlijk aanzien van de omgeving aangaande:

    1. voorschriften en beperkingen die in ieder geval aan een vergunning worden verbonden;

    2. bij een aanvraag over te leggen documenten, verklaringen en gegevens en de daarin te verstrekken informatie;

    3. het aantal aanvragen dat ten hoogste door een aanvrager wordt ingediend;

  2. In de nadere regels kan door het college onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën vaartuigen of vergunningen.

Artikel 5:31.13

Weigeringsgronden (9)

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een exploitatievergunning voor het tegen betaling met een vaartuig vervoeren of laten vervoeren van personen, of het ter beschikking stellen van een vaartuig voor het varen met één of meerdere personen worden geweigerd indien:

    1. de uitoefening van deze activiteit in strijd is met het bestemmingsplan/omgevingsplan of de APV;

    2. de veiligheid op het water of de walkant in gevaar zal worden gebracht door de uitoefening van de activiteit of het innemen van een ligplaats;

    3. door de aanvrager niet voldaan wordt aan de door het college gestelde nadere regels zoals bedoeld in artikel 5:31.11.

Artikel 5:33a

Aanwijzing gebieden niet toegankelijk voor ruiterverkeer

  1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen en recreatiegebieden aan te wijzen ten behoeve waarvan zij verklaren dat het rijden op of meevoeren van een paard of pony aldaar overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan natuur- dan wel milieuwaarden.

  2. Het is verboden zich met een paard of pony te bevinden in de op basis van het eerste lid aangewezen gebieden.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van paarden en pony’s ten dienste van politie, andere handhavers, hulpverleners en aanwonenden, alsmede ten aanzien van paarden en pony’s die ingezet worden voor het beheer van het betreffende gebied of voor trouwpartijen en andere plechtigheden.

Artikel 5:34

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels of dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert.

  3. Het college van burgemeester en wethouders kan van dit verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en de fauna.

  5. Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Artikel 5:35

Begripsomschrijving

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5:36

Verboden plaatsen

  1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

    1. verharde delen van de weg;

    2. begraafplaatsen en crematoriumterreinen;

    3. speelterreinen/speelweiden

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

  3. Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen.

  4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:37

Hinder of overlast

Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden