De vergunning vervalt:

  1. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  2. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;

  3. de verlening van de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden;

  4. zodra de vergunninghouder kenbaar maakt de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk te hebben beëindigd. Uiterlijk binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie geeft de vergunninghouder daarvan schriftelijk kennis aan de burgemeester.