1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 heeft, in afwijking van artikel 1:7, een geldigheidsduur van vijf jaar.

  2. Uiterlijk 8 weken voor het verstrijken van de hierboven genoemde termijn dient de vergunninghouder een nieuwe aanvraag als bedoeld in artikel 3:4 ingediend te hebben.