Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu (3)
Afdeling Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden (3)
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen (3)
Afdeling Evenementen (3)
Afdeling Betaald voetbalwedstrijden (3)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven (3)
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet (3)(6)
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf (3)
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (3)
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade (3)
Afdeling Bestrijding van heling van goederen (3)
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (3)
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester (3)
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen (3)
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente (3)
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Betaald voetbalwedstrijden (3)

Artikel 2:26

Begripsomschrijvingen

In de navolgende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. organisator: Betaald Voetbal Organisatie (BVO), Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) of een andere rechtspersoon dan wel een natuurlijke persoon die een voetbalwedstrijd organiseert;

  2. voetbalwedstrijd: een wedstrijd waarbij één van de spelende teams een Nederlandse of een buitenlandse BVO dan wel een vertegenwoordigend elftal van de KNVB is;

  3. supporter:

    1. persoon die door kleding, uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maakt bij de aanhang van een BVO te horen;

    2. dan wel een persoon die bij deskundigen als zodanig bekend is;

    3. dan wel een persoon die een wezenlijke of significante bijdrage levert aan de verstoring van de openbare orde, direct gerelateerd aan de plaats te vinden, plaatshebbende c.q. plaatsgevonden wedstrijd van de BVO;

  4. stadiongebiedsverbod: het verbod om zich gedurende een aangewezen periode op de dag van een voetbalwedstrijd te bevinden in een gebiedsgedeelte van de gemeente waarbinnen de kans op voetbal gerelateerde verstoringen van de openbare orde groot is hierbij rekening houdend met de woning of werkgebied of specifieke voorzieningen van en voor diegene aan wie het stadiongebiedsverbod is opgelegd;

  5. stadsverbod: het verbod voor supporters van een bezoekende club om zich op de speeldag van een voetbalwedstrijd en indien hiervoor gerede aanleiding bestaat een deel van de aan de wedstrijd voorafgaande dag te bevinden binnen de gemeentegrenzen dan wel een gebied binnen de gemeentegrenzen.

Artikel 2:26a

Melding wedstrijden

  1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26, aanhef en onder b, te houden of te doen houden.

  2. De aanvraag om vergunning dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de gegevens van de organisator;

    2. de deelnemende voetbalorganisaties;

    3. de geplande datum, tijdstip en locatie van de wedstrijd.

  4. De aanvraag dient in ieder geval vergezeld te gaan van een door de organisator op te stellen calamiteiten- en veiligheidsplan, KNVB-veiligheidsverklaring en mobiliteitsplan.

  5. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid de vergunning weigeren, intrekken of hieraan aanvullende voorschriften verbinden indien:

    1. de vrees bestaat voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde;

    2. het aannemelijk is dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zullen worden nageleefd;

    3. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd.

    4. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;

    5. de openbare gezondheid in het geding dreigt te komen.

  6. De burgemeester weigert de vergunning indien niet voldaan is aan het bepaalde in de leden 2, 3 en 4.

  7. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen.

  8. Het is verboden een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26, aanhef en onder b, te doen spelen, wanneer een vergunning is geweigerd of ingetrokken.

  9. De aanvraag voor een vergunning moet ten minste 8 weken voor aanvang van het nieuwe voetbalseizoen, dan wel voor het aflopen van de bestaande vergunning, worden ingediend.

  10. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 2:26d

Aanwijzingen aan supporters

  1. De burgemeester kan aanwijzingen geven aan een supporter.

  2. Een aanwijzing voor een supporter die in het bezit is van een geldig toegangsbewijs kan inhouden onmiddellijk en rechtstreeks naar het stadion te gaan na aankomst in de gemeente en, indien hij niet in de gemeente woont, onmiddellijk en rechtstreeks na afloop van de wedstrijd de gemeente te verlaten en indien hij wel in de gemeente woont, zich niet te begeven naar/ in een omschreven gebiedsdeel van de gemeente, tenzij hij daar woont.

  3. Een aanwijzing aan een supporter die niet in het bezit is van een geldig toegangsbewijs kan inhouden onmiddellijk en volgens een aangegeven route naar een aangewezen plaats te gaan en, indien hij niet in de gemeente woont, onmiddellijk de gemeente volgens een aangegeven route te verlaten.

  4. Een aanwijzing aan supporters van een bezoekende BVO kan inhouden om binnen de gemeente in georganiseerd groepsverband te reizen.

Artikel 2:26e

Algemene verboden

  1. Het is een supporter verboden het voetbalveld voor, tijdens of na afloop van de voetbalwedstrijd zonder toestemming van de rechthebbende te betreden, of daarop voorwerpen te gooien.

  2. Het is een supporter verboden alcohol bij zich te hebben dan wel te gebruiken op weg naar of van een voetbalwedstrijd.

  3. Het is anderen dan de organisator verboden op of aan de weg toegangskaarten voor de voetbalwedstrijd met een commercieel doel aan te bieden of voor verkoop voorhanden te hebben.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6.van het Vuurwerkbesluit is het een supporter verboden pyrotechnische voorwerpen bedoeld om licht, rook of lawaai te produceren, bij zich te hebben dan wel te gebruiken op weg naar of van een voetbalwedstrijd, dan wel in het voetbalstadion.

Artikel 2:26f

Verstoring openbare orde

  1. Het is verboden de openbare orde te verstoren.

  2. Onder het verstoren van de openbare orde wordt verstaan het veroorzaken van onrechtmatige hinder of onrechtmatig gevaar voor één of meer personen dan wel goederen.

  3. Van een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde is sprake indien een supporter of een groep van supporters in de hoedanigheid van supporter de openbare orde verstoort, dan wel hieraan een bijdrage levert.

  4. Deze verordening onderscheidt al naar gelang de ernst van de veroorzaakte hinder of de gevaarzetting een geringe, beperkte, ernstige, gewelddadige en voor personen gevaarlijke, zeer gevaarlijke of fatale verstoring van de openbare orde.

  5. Een poging tot een van de in de artikelen 2:26j, 2:26k, en 2:26l genoemde gedragingen levert eveneens een verstoring van de openbare orde op.

Artikel 2:26g

Geringe verstoringen

Als geringe verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval beschouwd de volgende gedragingen:

  1. natuurlijke behoefte doen op plekken die hiervoor niet zijn bedoeld;

  2. plegen van baldadigheid met gevaar of nadeel voor goederen;

  3. hinderen van het verkeer;

  4. zich op verboden terrein, anders dan het voetbalveld bevinden;

  5. gebruiken of onder invloed verkeren van een middel als verboden in de Opiumwet;

  6. bij zich hebben van alcohol dan wel gebruiken op weg naar of van een voetbalwedstrijd;

  7. bij zich hebben dan wel gebruiken op weg naar of van het voetbalstadion van pyrotechnische voorwerpen.

Artikel 2:26h

Beperkte verstoringen

Als beperkte verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval beschouwd de volgende gedragingen:

  1. een ander in zijn vrijheid van bewegen belemmeren;

  2. zich aan iemand tegen diens wil opdringen of hem op hinderlijke wijze volgen;

  3. plegen van baldadigheid tegenover een andere persoon;

  4. niet voldoen aan de wettelijke verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden;

  5. een valse naam of van een valse hoedanigheid aannemen om iemand te bewegen tot de afgifte van een goed;

  6. plegen van valsheid in geschrifte;

  7. veroorzaken van gevaar op de weg;

  8. niet voldoen aan een bevel van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van politie of een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  9. beletten, belemmeren of verijdelen van enige handeling van een ambtenaar van politie of een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  10. opgeven van verkeerde persoonsgegevens aan een bevoegd persoon;

  11. beledigen van een ambtenaar van politie of een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  12. zich beledigend uitlaten over een groep mensen, of het aanzetten tot haat tegen of discriminatie van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap;

  13. openbare dronkenschap;

  14. illegale verkoop van toegangskaarten.

Artikel 2:26i

Ernstige verstoringen

Als ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval beschouwd de volgende gedragingen:

  1. niet naleven van een stadiongebiedsverbod;

  2. huisvredebreuk dan wel een poging hiertoe;

  3. lokaalvredebreuk dan wel een poging hiertoe;

  4. opruien tegen een ambtenaar van politie of tegen een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  5. dragen van een wapen;

  6. vernielen van werken van openbaar nut;

  7. vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of weg maken van andermans goed;

  8. veroorzaken van verkeersongeval;

  9. niet naleven van een noodbevel;

  10. overtreden van noodverordening;

  11. diefstal of heling dan wel een poging hiertoe;

  12. brandstichten of ontploffing teweegbrengen met gevaar voor goederen;

  13. gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van vernielen van goederen;

  14. illegale handel;

  15. betreden van het voetbalveld voor, tijdens of na afloop een wedstrijd;

  16. gooien van al dan niet pyrotechnische voorwerpen op het voetbalveld.

Artikel 2:26j

Gewelddadige en voor personen gevaarlijke verstoringen

Als zeer ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval beschouwd de volgende gedragingen:

  1. zich met geweld dan wel het dreigen met geweld verzetten tegen een ambtenaar van politie of tegen een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  2. een ander met geweld of het bedreigen met geweld dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden;

  3. huisvredebreuk met geweld dan wel het dreigen met geweld;

  4. lokaalvredebreuk met geweld dan wel het dreigen met geweld;

  5. openlijke geweldpleging;

  6. oproepen tot gewelddadig gedrag;

  7. gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van geweld;

  8. mishandelen;

  9. vechterij;

  10. aanwenden van een wapen tegen een persoon;

  11. plegen van diefstal met geweld of het dreigen met geweld;

  12. brandstichten of ontploffing teweegbrengen met gevaar voor personen.

Artikel 2:26k

Gewelddadige en voor personen zeer gevaarlijke verstoringen

Als buitengewoon ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval beschouwd de volgende gedragingen die zwaar lichamelijk letsel veroorzaken:

  1. openlijk geweld plegen;

  2. gebruik van een wapen;

  3. mishandelen;

  4. zich met geweld verzetten tegen een ambtenaar van politie of tegen een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  5. brandstichten of een ontploffing teweegbrengen.

Artikel 2:26l

Voor personen fatale verstoringen

Als buitengewoon zeer ernstige verstoringen van de openbare orde worden in ieder geval beschouwd de volgende gedragingen met de dood van een ander ten gevolge:

  1. openlijk geweld plegen;

  2. gebruik van een wapen;

  3. mishandeling;

  4. zich met geweld verzetten tegen een ambtenaar van politie of tegen een persoon die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleent;

  5. brandstichten of ontploffing teweegbrengen.

Artikel 2:26m

Stadiongebiedsverbod

  1. De burgemeester kan aan een supporter die zich schuldig maakt aan een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde een stadiongebiedsverbod opleggen van:

    1. zes wedstrijden in geval van een geringe verstoring;

    2. 6 maanden tot een jaar in geval van een beperkte verstoring.

  2. De burgemeester legt aan een supporter die zich schuldig maakt aan een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde een stadiongebiedsverbod van:

    1. twee jaren in geval van een ernstige verstoring;

    2. drie jaren in geval van een gewelddadige en voor personen gevaarlijke verstoring;

    3. vijf jaren in geval van een gewelddadige en voor personen zeer gevaarlijke verstoring;

    4. tien jaren in geval van een voor personen fatale verstoring.

  3. Om dringende redenen kan de burgemeester (deels) ontheffing verlenen van het stadiongebiedsverbod.

Artikel 2:26n

Stadiongebiedsverbod bij vrees

  1. De burgemeester kan aan een supporter een stadiongebiedsverbod opleggen indien hij vreest voor een voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde door die supporter.

  2. Van vrees is in ieder geval sprake indien een persoon zich in een andere gemeente in Nederland dan wel in een ander land heeft schuldig gemaakt aan ten minste een ernstige voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde.

  3. De termijn van dit stadiongebiedsverbod wordt bepaald door de ernst van de verstoring van de openbare orde.

  4. Om dringende redenen kan de burgemeester (deels) ontheffing verlenen van het stadiongebiedsverbod.

Artikel 2:26o

Aantoonplicht en kwijtschelding stadiongebiedsverbod

  1. De burgemeester kan bij het opleggen van een stadiongebiedsverbod aan een supporter de plicht opleggen om op een door hem voorgeschreven wijze aan te tonen dit stadiongebiedsverbod na te leven.

  2. De burgemeester kan op verzoek van de betrokkene de termijn van een stadiongebiedsverbod met een derde bekorten, indien de betrokkene aantoont het verbod gedurende twee derde van de termijn zorgvuldig te hebben nageleefd.

Artikel 2:26p

Recidive

  1. Indien de betrokkene tijdens de looptijd van het stadiongebiedsverbod of binnen een periode van twee jaren erna de openbare orde opnieuw verstoort, kan de burgemeester voor die gedraging een stadiongebiedsverbod opleggen van de dubbele tijdsduur van de categorie waarbinnen de verstoring van openbare orde valt.

  2. De termijn van dit stadiongebiedsverbod begint te lopen de dag nadat de termijn van het eerdere stadiongebiedsverbod is verstreken.

  3. Om dringende redenen kan de burgemeester ontheffing verlenen van het stadiongebiedsverbod.

Artikel 2:26q

Stadsverbod

  1. De burgemeester kan aan een supporter dan wel aan supporters van een bezoekende voetbalclub een verbod opleggen om zich binnen de gemeentegrenzen te begeven, indien er vrees bestaat voor ten minste ernstige voetbal gerelateerde verstoring van de openbare orde.

  2. De lengte van een zodanig stadsverbod bedraagt maximaal 48 uren.

  3. In individuele gevallen van dringende aard kan de burgemeester ontheffing verlenen van het stadsverbod.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden