De omgevingsvergunning kan niet worden verleend als dit in ieder geval nadelig is voor:

  1. de natuurwaarde van de houtopstand;

  2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

  3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

  4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

  5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

  6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;

  7. als velling in strijd is met het geldende bestemmingsplan of de Wet natuurbescherming.