In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. Aanleggen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, gedurende de tijd die daadwerkelijk gebruikt wordt voor een verblijf op of in de omgeving van het vaartuig;

  2. Afmeren: het vastmaken van een vaartuig of ander drijvend object aan een vast object, zoals een kade of oever;

  3. Erfopvolger: de partner van de eigenaar van het schip die minimaal 6 maanden op het hetzelfde adres staat ingeschreven. Of kinderen boven de 18 jaar die woonachtig zijn op hetzelfde adres als de eigenaar van het schip en hier ook feitelijk ingeschrevenstaan;

  4. Historisch woonschip: Dit zijn voormalig (bewoonde) beroepsvrachtschepen, sleepboten en vissersschepen, die zowel behoren tot de binnenvaart als de zeevaart die oorspronkelijk gebouwd zijn door middel van klinkverbindingen en niet langer dan 40 meter waren. De schepen hebben een historisch karakter en een authentieke romp en worden nu uitsluitend gebruikt voor permanente bewoning. Ook moet vaststaan dat het schip zelfstandig nautisch kan varen;

  5. Historisch schip: historische vaartuigen die oorspronkelijk voor de beroepsvrachtvaart vóór 1940 zijn gebouwd en nu uitsluitend gebruikt worden voor andere doeleinden (detailhandel, horeca etc.) dan wonen en waarvan vaststaat, dat deze schepen nautisch zelfstandig kunnen varen;

  6. Ligplaats: een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het aanleggen of innemen van een ligplaats van een woon-, bedrijfsmatige- of voor recreatieve doeleinden geschikt vaartuig voor bepaalde of onbepaalde tijd;

  7. Ligplaats innemen: het afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan met aanleggen wordt bedoeld;

  8. Meetbrief: Een door Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) afgegeven document met het volledige signalement van het vaartuig;

  9. Museaal (woon-)schip: Een voormalig binnenvaart bedrijfsvaartuig gebouwd vóór 1940, die een belangrijke cultuurhistorische betekenis voor Nederland heeft gehad en waarvan de historische uitstraling in belangrijke mate is behouden en waarvan het huidige beeld in belangrijke mate overeenkomt met het beeld van het schip tijdens haar actieve beroepsperiode van voor 1940. Het streven is dat het schip bewoond wordt en het moet vast staan dat deze schepen nautisch zelfstandig kunnen varen.

  10. Openbaar water: alle wateren die al of niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;

  11. Pleziervaartuig: vaartuig dat is bestemd voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding.

  12. Vaartuig: naast het begrip vaartuig in de gebruikelijke zin van het woord een vaartuig zonder waterverplaatsing, een casco, een vaartuig in aanbouw en een vaartuig dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren, dan wel de overblijfselen daarvan;

  13. Vergunning: persoonsgebonden vergunning, voor een specifieke locatie, die op basis van deze afdeling door het college is verstrekt;

  14. Zeebrief: Een zeebrief is een nationaliteitsbewijs (een soort paspoort) van een zeegaand schip. Uit dit document blijkt, dat een schip voor zee- of kustvaart gebruikt mag worden.