1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te treden of muziek ten gehore te brengen op een openbare plaats.

  2. De burgemeester kan openbare plaatsen aanwijzen waar het in het eerste lid genoemde verbod niet geldt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

    1. er wordt met ten hoogste 6 personen opgetreden;

    2. er worden geen draaiorgels, geluidversterkende apparatuur of slaginstrumenten gebruikt;

    3. het optreden duurt niet langer dan één uur achtereen op dezelfde plaats;

    4. het optreden vindt plaats op meer dan 50 meter afstand van een andere straatartiest;

    5. het optreden vindt niet plaats op maandag tot en met zaterdag tussen 21.00 uur en 8.00 uur en op zondag vóór 13.00 uur en na 21.00 uur;

    6. het optreden vindt niet plaats op een markt of een evenement.

  3. Onder dezelfde plaats als bedoeld in het tweede lid, onder c., wordt verstaan iedere plaats die ligt op minder dan 100 meter afstand van een plaats die eerder die dag door de betreffende straatartiest is ingenomen.

  4. Door het optreden mag het voetgangers- en ander verkeer niet belemmerd worden en mag de toegang tot winkels en andere gebouwen niet geblokkeerd worden.

  5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid genoemde verbod.

  6. De burgemeester kan beperkingen stellen aan het aantal optredens van straatartiesten of aan het aantal straatartiesten dat gelijktijdig optreedt. Hij kan daarbij onderscheid maken naar categorieën straatartiesten.

  7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.