In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.
Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het college in het belang van voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te bezigen indien zulks gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Op de ontheffing is
Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.
Het is verboden zonder ontheffing van de burgemeester carbid te schieten.
De burgemeester verleent van het verbod ontheffing indien wordt voldaan aan het volgende:
de aanvraag wordt ingediend vóór 1 december voorafgaand aan het moment van schieten;
het carbidschieten vindt plaats op 31 december tussen 10.00 uur en 18.00 uur;
de aanvraag is vergezeld van een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt;
er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens, dier en milieu;
er wordt gebruik gemaakt van melkbussen met een maximale inhoud van 50 liter;
de plek waar het carbidschieten plaatsvindt ligt buiten de bebouwde kom;
de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:
op een afstand van tenminste 75 meter van woonbebouwing en;
op een afstand van tenminste 300 meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van dieren;
het vrijschootsveld bedraagt tenminste 75 meter en hierin bevinden zich geen openbare wegen of paden en er wordt geschoten in een richting die is afgewend van woonbebouwing;
indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het terrein te worden verlicht.
De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is.
In bijzondere gevallen kan de burgemeester afwijken van het gestelde in lid 3, sub f., mits de veiligheid van mens en dier gewaarborgd is en er geen ernstige overlast voor hen ontstaat.
Dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Wetboek van Strafrecht.
Op de ontheffing is