1. Indien een leidinggevende, als bedoeld in artikel 2:27, lid 4, zijn taak feitelijk heeft beëindigd, geeft de vergunninghouder daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging schriftelijk kennis aan de burgemeester.

  2. De leiding kan slechts worden uitgeoefend door een nieuwe leidinggevende, indien deze door de vergunninghouder is gemeld bij de burgemeester en de burgemeester de ontvangst van deze melding onverwijld elektronisch of schriftelijk heeft bevestigd. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel en wordt getoetst aan de in artikel 2:28 en 2:28a gestelde eisen.