1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26, aanhef en onder b, te houden of te doen houden.

  2. De aanvraag om vergunning dient te geschieden door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:

    1. de gegevens van de organisator;

    2. de deelnemende voetbalorganisaties;

    3. de geplande datum, tijdstip en locatie van de wedstrijd.

  4. De aanvraag dient in ieder geval vergezeld te gaan van een door de organisator op te stellen calamiteiten- en veiligheidsplan, KNVB-veiligheidsverklaring en mobiliteitsplan.

  5. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid de vergunning weigeren, intrekken of hieraan aanvullende voorschriften verbinden indien:

    1. de vrees bestaat voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde;

    2. het aannemelijk is dat de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zullen worden nageleefd;

    3. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van de voetbalwedstrijd.

    4. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;

    5. de openbare gezondheid in het geding dreigt te komen.

  6. De burgemeester weigert de vergunning indien niet voldaan is aan het bepaalde in de leden 2, 3 en 4.

  7. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan meerdere wedstrijden betreffen.

  8. Het is verboden een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 2:26, aanhef en onder b, te doen spelen, wanneer een vergunning is geweigerd of ingetrokken.

  9. De aanvraag voor een vergunning moet ten minste 8 weken voor aanvang van het nieuwe voetbalseizoen, dan wel voor het aflopen van de bestaande vergunning, worden ingediend.

  10. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.