-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
-
De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.
Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu (3)
Afdeling Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden (3)
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen (3)
Afdeling Evenementen (3)
Afdeling Betaald voetbalwedstrijden (3)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven (3)
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet (3)(6)
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf (3)
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (3)
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade (3)
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:47b
- Artikel 2:47c
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:59b
- Artikel 2:59c
- Artikel 2:59d
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen (3)
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (3)
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester (3)
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen (3)
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente (3)
Afdeling Parkeerexcessen en stopverbod (3)
Afdeling Collecteren
Afdeling Verkoopstandplaatsen
Afdeling Snuffelmarkten
§ Algemene bepalingen
§ Innemen ligplaats (8)
§ Exploitatievergunning commercieel personenvervoer over water (9)
Afdeling Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Afdeling Vuurverbod (3)
Afdeling Asverstrooiing (3)
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of op dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf een openbare plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken , te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, teer of een kleur‑ of verfstof enige afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod is tevens van toepassing op straatmeubilair, verkeersmeubilair en andere tot de inrichting van de weg behorende voorzieningen.
-
Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
Het college van burgemeester en wethouders kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de in het vijfde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
-
De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap e.d.
-
Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur‑ of verfstof of verfgereedschap.
-
Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een tas of andere voorwerpen die er kennelijk toe zijn uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:46
Rijden over bermen e.d.
-
Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement Friesland.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:47a
Liggen of slapen op openbare plaatsen (1)
-
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken en verder op een openbare plaats een voertuig, woonwagen, tent of een soortgelijk of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken of daarin te overnachten dan wel gelegenheid daartoe te bieden.
-
Het college van burgemeester en wethouders kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen en daaraan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid voorschriften verbinden, onder andere ter voorkoming en beperking van hinder, overlast en ontsiering van het uiterlijk aanzien van de omgeving.
-
Het verbod geldt niet op door het college van burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.
Artikel 2:47b
Verplichte route
-
Het is de door de burgemeester aangewezen groepen van personen verboden op door hem aangewezen tijdstippen van een door hem aangewezen route af te wijken.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 2:47c
Hinderlijk gebruik lachgas op openbare plaatsen(5)
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied, lachgas te gebruiken als daardoor hinder kan ontstaan of gevaar bestaat voor personen, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik(2)
-
Het is verboden voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, met het kennelijke doel deze geheel of ten dele op de weg te nuttigen of te laten nuttigen.
-
Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:27, eerste en tweede lid;
de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49
Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden:
zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen e.d.
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of de ingang van een portiek indien:
dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of die portiek;
daardoor de doorgang ernstig belemmerd wordt.
Artikel 2:52
Overlast van fiets of bromfiets op markt‑ en kermisterrein e.d.
Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53
Bespieden van personen
-
Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.
-
Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindende persoon te bespieden.
Artikel 2:55
Nodeloos alarmeren
Het is verboden zonder dat daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat de politie, de brandweer of enig andere overheidsinstelling op welke wijze dan ook te alarmeren.
Artikel 2:57
Loslopende honden (2)(6)
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op recreatieterreinen, natuurgebieden dan wel stranden in de periode van 1 maart tot 1 november;
op openbare plaatsen zonder dat de hond aangelijnd is; of
op openbare plaatsen indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
-
Het in het eerste lid vervatte losloopverbod onder c geldt niet op de door het college aangewezen plaatsen, mits de hond losloopt onder voldoende geleide of toezicht.
-
Het in het eerste lid vervatte verbod onder a en b, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:
die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond; of
die wordt ingezet ten behoeve van het hoeden van een schaapskudde.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden, paarden en pony’s (2)
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
-
Degene die zich met een paard of pony op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat in de openbare ruimte, voor zover gelegen binnen de bebouwde kommen van de gemeente Leeuwarden, de uitwerpselen van het paard of de pony terstond worden opgeruimd.
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden (2)(3) (6)
-
Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband/tuig/neusband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:59a
Gevaarlijke honden op eigen terrein (3) (6)
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering is voorzien dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen. De hond mag zich niet aan de voorzijde van de voorgevel bevinden. Het hekwerk achter de voorgevel is:
1,50 meter hoog bij honden met een maximale schofthoogte van maximaal 50 centimeter
1,80 meter hoog bij honden met een schofthoogte van 51 centimeter en meer.
Het hekwerk bevat aan de binnenzijde geen horizontale planken of draden, zodat klimmen wordt voorkomen.
Artikel 2:59b
Locatieverbod honden (6)
-
De burgemeester kan aan de eigenaar of houder van een hond die een bijtincident heeft veroorzaakt een locatieverbod opleggen:
indien hij vreest dat de hond op die locatie opnieuw betrokken raakt bij een bijtincident.
indien de aanwezigheid van de hond op een locatie tot maatschappelijke onrust leidt.
Artikel 2:59c
Hekwerk en sluitwerk (6)
Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht en vrees bestaat voor het uitbreken van een hond van eigen terrein, kan het de eigenaar of houder van die hond verplichten om op het eigen terrein een solide hekwerk en/of sluitwerk aan te brengen. De hond mag zich niet aan de voorzijde van de voorgevel bevinden. Het hekwerk is achter de voorgevel is:
1,50 meter hoog bij honden met een maximale schofthoogte van maximaal 50 centimeter
1,80 meter hoog bij honden met een schofthoogte van 51 centimeter en meer.
Het hekwerk bevat aan de binnenzijde geen horizontale planken of draden, zodat klimmen wordt voorkomen.
Het sluitwerk bevat een dubbele zekering of sluis.
Artikel 2:59d
Vaste verblijfplaats gevaarlijke of hinderlijke hond (6)
-
Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht en de eigenaar of houder van de hond niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats, kan de burgemeester de eigenaar of houder van de hond verplichten om de hond onder te brengen op een locatie waar de hond een vaste verblijfplaats krijgt. De gegevens van deze vaste verblijfplaats alsmede de nieuwe houder van de hond moeten onverwijld bij de burgemeester gemeld worden. De burgemeester kan op grond van de APV aanvullende voorwaarden stellen waaraan de vaste woon- of verblijfplaats van de hond moet voldoen.
-
Indien de eigenaar of oorspronkelijk houder beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats mag de hond na melding aan de burgemeester terug. De burgemeester kan op grond van de APV aanvullende voorwaarden stellen waaraan de vaste woon- of verblijfplaats van de hond moet voldoen.
Artikel 2:60
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren (8)
-
Het is verboden op door het college ter voorkoming of beeindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
aanwezig te hebben; dan wel
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven.
-
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.
-
Op de ontheffing is
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:62
Loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:63
Duiven
Het is verboden op de openbare weg (stads)duiven of andere overlastveroorzakende vogels te voeren of gelegenheid te bieden deze te voeren.
Artikel 2:65
Bedelarij (8)
Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.