1. In dit artikel wordt verstaan onder experimenteren: het door middel van het houden van één of meerdere pilots tijdelijk afwijken van een of meer bepalingen in deze verordening met het oog op het verzamelen van gegevens om te beoordelen of de afwijking permanent of algemeen kan worden gemaakt.

  2. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten tot het houden van een pilot.

  3. Het college kan, bij wijze van experiment en in het kader van een pilot, afwijken van de volgende onderdelen van deze verordening:

    1. artikel 2:10 (Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan);

    2. artikel 4:15 (Vergunningsplicht handelsreclame).

  4. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van een pilot.

  5. In het besluit, zoals genoemd in het tweede lid, wordt in ieder geval opgenomen:

    1. het doel van de pilot;

    2. de tijdsduur van de pilot;

    3. van welke regels wordt afgeweken;

    4. voor welk gebied de pilot geldt; en

    5. de voorwaarden die het college verbindt aan de pilot.

  6. De gemeenteraad wordt voor aanvang van een pilot door het college geïnformeerd over de pilot.

  7. Een pilot heeft een looptijd van ten hoogste twee jaar.

  8. Iedere gehouden pilot wordt geëvalueerd door het college. De uitkomsten van een dergelijke evaluatie worden ter kennis gebracht van de gemeenteraad. Als de evaluatie aanleiding geeft tot het aanpassen van deze verordening, kan het college besluiten, in afwijking van het zevende lid, een pilot met ten hoogste een jaar te verlengen met het oog op het aanpassen van deze verordening of de daarop gebaseerde beleidsregels.