1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.

  2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:

    1. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

    2. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

    3. het terrein van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering is voorzien dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen. De hond mag zich niet aan de voorzijde van de voorgevel bevinden. Het hekwerk achter de voorgevel is:

      1. 1,50 meter hoog bij honden met een maximale schofthoogte van maximaal 50 centimeter

      2. 1,80 meter hoog bij honden met een schofthoogte van 51 centimeter en meer.

      3. Het hekwerk bevat aan de binnenzijde geen horizontale planken of draden, zodat klimmen wordt voorkomen.