1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

    1. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

    2. op recreatieterreinen, natuurgebieden dan wel stranden in de periode van 1 maart tot 1 november;

    3. op openbare plaatsen zonder dat de hond aangelijnd is; of

    4. op openbare plaatsen indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

  2. Het in het eerste lid vervatte losloopverbod onder c geldt niet op de door het college aangewezen plaatsen, mits de hond losloopt onder voldoende geleide of toezicht.

  3. Het in het eerste lid vervatte verbod onder a en b, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

    1. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

    2. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond; of

    3. die wordt ingezet ten behoeve van het hoeden van een schaapskudde.