In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas, vitaal of afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 63 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking hiervan, geldt het bepaalde over de stamomtrek niet, als er sprake is van:
een monumentale houtopstand of waardevolle houtopstand, als bedoeld in artikel 4:11a;
een houtopstand in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht, als bedoeld in de artikelen 4:12a en 4:12b;
monumentale houtopstand: is een beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van minimaal 80 jaar en/of met een unieke of zeer bijzondere meerwaarde en functie of status voor de omgeving, zoals vermeld op de door het bevoegd gezag vastgestelde lijst met monumentale bomen;
waardevolle houtopstand: is een beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van minimaal 40 jaar en/of met een, als structuur of individuele boom of bomengroep, belangrijke meerwaarde en functie of status voor de omgeving, zoals vermeld op de door het bevoegd gezag vastgestelde lijst met waardevolle bomen.
houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;
hakhout: één of meer bomen, die nadat ze zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan vijfentwintig procent van de kroon van de boom of het wortelgestel, met inbegrip van de eerste keer kandelaberen/kandelaren en het verrichten van handelingen, die leiden tot de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand;
knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;
jaar: 12 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning;
gebied: locatie/project zoals aangegeven op de verplicht bij te voegen kaart bij een vergunningaanvraag waaruit blijkt welke bomen de aanvrager wil kappen;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, als bedoeld in artikel 4.1a, van de Wet natuurbescherming;
onherstelbaar beschadigde/zieke houtopstand: hiervan is sprake als een houtopstand door het treffen van (beheer)maatregelen, naar deskundigen oordeel, niet meer in staat is een voor de omgeving verantwoorde restlevensduur te verkrijgen van minimaal 2 jaar. Dit uitsluitend ter beoordeling en verantwoording door aangewezen gemeentelijke deskundigen.