Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu (3)
Afdeling Voorkomen en bestrijden van ongeregeldheden (3)
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen (3)
Afdeling Evenementen (3)
Afdeling Betaald voetbalwedstrijden (3)
Afdeling Toezicht op horecabedrijven (3)
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet (3)(6)
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf (3)
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden (3)
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade (3)
Afdeling Bestrijding van heling van goederen (3)
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast (3)
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester (3)
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen (3)
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente (3)
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Het bewaren van houtopstanden (3)

Artikel 4:10

Begripsomschrijvingen (3)

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. boom: een houtachtig, overblijvend gewas, vitaal of afgestorven, met een stamomtrek van minimaal 63 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking hiervan, geldt het bepaalde over de stamomtrek niet, als er sprake is van:

    • een monumentale houtopstand of waardevolle houtopstand, als bedoeld in artikel 4:11a;

    • een houtopstand in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht, als bedoeld in de artikelen 4:12a en 4:12b;

  2. monumentale houtopstand: is een beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van minimaal 80 jaar en/of met een unieke of zeer bijzondere meerwaarde en functie of status voor de omgeving, zoals vermeld op de door het bevoegd gezag vastgestelde lijst met monumentale bomen;

  3. waardevolle houtopstand: is een beschermwaardige houtopstand met een leeftijd van minimaal 40 jaar en/of met een, als structuur of individuele boom of bomengroep, belangrijke meerwaarde en functie of status voor de omgeving, zoals vermeld op de door het bevoegd gezag vastgestelde lijst met waardevolle bomen.

  4. houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;

  5. hakhout: één of meer bomen, die nadat ze zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;

  6. vellen: rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan vijfentwintig procent van de kroon van de boom of het wortelgestel, met inbegrip van de eerste keer kandelaberen/kandelaren en het verrichten van handelingen, die leiden tot de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand;

  7. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud;

  8. jaar: 12 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning;

  9. gebied: locatie/project zoals aangegeven op de verplicht bij te voegen kaart bij een vergunningaanvraag waaruit blijkt welke bomen de aanvrager wil kappen;

  10. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, als bedoeld in artikel 4.1a, van de Wet natuurbescherming;

  11. onherstelbaar beschadigde/zieke houtopstand: hiervan is sprake als een houtopstand door het treffen van (beheer)maatregelen, naar deskundigen oordeel, niet meer in staat is een voor de omgeving verantwoorde restlevensduur te verkrijgen van minimaal 2 jaar. Dit uitsluitend ter beoordeling en verantwoording door aangewezen gemeentelijke deskundigen.

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van houtopstanden (3)

  1. U heeft een omgevingsvergunning nodig voor het vellen of het doen vellen van houtopstand, als:

    1. het aantal te vellen houtopstand 10 of meer is in een gebied per jaar;

    2. de te vellen houtopstand een waardevolle of monumentale houtopstand is, die is opgenomen op de lijst zoals bedoeld in artikel 4.11a.

  2. U heeft geen omgevingsvergunning nodig voor het vellen of het doen vellen van houtopstand als het gaat om:

    1. fruitbomen, met uitzondering van hoogstamfruitbomen, en windschermen om boomgaarden;

    2. naaldbomen, bedoeld om te dienen als kerstboom, als ze niet ouder zijn dan twintig jaar;

    3. kweekgoed;

    4. uit populieren of niet geknotte wilgen bestaande:

      1. wegbeplantingen;

      2. beplantingen langs waterwegen, en

      3. één rijige beplantingen langs landbouwgronden;

    5. het dunnen van bomen;

    6. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa als zij:

      1. ten minste eens per 10 jaar worden geoogst;

      2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en

      3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

  3. Buiten de bebouwde kom geldt het gestelde in het eerste lid verder niet voor houtopstand buiten erven en tuinen, als ze staan in een zelfstandige eenheid van:

    1. meer dan 10 are of;

    2. rijbeplanting van houtopstand van meer dan 20 gerekend over het totaal aantal rijen.

  4. Ook heeft u geen omgevingsvergunning nodig voor:

    1. Het vellen van een houtopstand die moet worden geveld volgens de Plantenziektenwet of op aanschrijving van het bevoegd gezag;

    2. houtopstand die onherstelbaar ziek of beschadigd zijn;

    3. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    4. het periodiek beknotten of kandelaberen bij daarvoor geschikte boomsoorten, als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen, ter uitvoering van het reguliere onderhoud.

  5. De burgemeester kan, in afwijking van het eerste lid, toestemming geven tot direct vellen als er sprake is van acuut gevaar of een vergelijkbaar spoedeisend belang.

Artikel 4:11a

Monumentale en waardevolle bomen (3)

  1. Het college stelt een Bomenlijst vast waarop de monumentale en waardevolle houtopstanden in de gemeente staan.

  2. Op de bomenlijst staan in ieder geval de houtopstanden die in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting staan. Op de lijst wordt per houtopstand in ieder geval een herkenbare omschrijving, de standplaats, de kadastrale aanduiding en de reden van registratie vermeld.

  3. Er worden door het bevoegd gezag nadere regels vastgesteld voor het (doen) vellen van monumentale of waardevolle bomen, die vermeld staan op de bomenlijst.

Artikel 4:11b

Weigeringsgronden (3)

De omgevingsvergunning kan niet worden verleend als dit in ieder geval nadelig is voor:

  1. de natuurwaarde van de houtopstand;

  2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

  3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

  4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

  5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

  6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;

  7. als velling in strijd is met het geldende bestemmingsplan of de Wet natuurbescherming.

Artikel 4:12

Termijnen (3)

  1. Het college kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbinden dat de omgevingsvergunning, als deze betrekking heeft op het vellen van houtopstanden, één jaar geldig is na het onherroepelijk worden van de vergunning.

  2. Als het om een omgevingsvergunning tot het gefaseerd vellen van houtopstanden over meerdere jaren gaat, is de omgevingsvergunning geldig tot 12 maanden na de afgesproken tijdsfasen van vellen.

Artikel 4:12a

Bijzondere vergunningsvoorschriften (3)

  1. Het college kannadere verplichtingen opnemen in de omgevingsvergunning, zoals:

    1. een herplantplicht;

    2. aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna;

    3. het financieel compenseren van groen als er niet wordt of kan worden voldaan aan de verplichtingen om te herplanten. Het college is bevoegd om hierover nadere regels op te stellen.

  2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid onder a gegeven, dan kan worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting, en op welke wijze, niet-aangeslagen beplanting moet worden vervangen.

Artikel 4:12b

Herplant-/instandhoudingsplicht (3)

  1. Ook als een houtopstand waarvoor een vergunning nodig is om te vellen, wordt geveld of vernietigd zonder vergunning kan het college aan de rechthebbende een verplichting opleggen tot herplant en/of het betalen van een vergoeding. Het college is bevoegd hier nadere regels over op te stellen.

  2. Wordt een herplantplicht als bedoeld in het eerste lid opgelegd dan kan daarbij worden bepaald wanneer na de herbeplanting, en op welke wijze, niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.

  3. Als houtopstand, waarvoor een vergunning nodig is om te mogen vellen, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aanwijzingen geven die opgevolgd moeten worden.

  4. Als een verplichting als bedoeld in dit artikel wordt opgelegd moet hier verplicht aan voldaan worden. Dit geldt ook voor de rechtsopvolger.

Artikel 4:12c

Afstand tot de erfgrens (3)

De afstand als bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, tot de grens tussen percelen in privaat eigendom, wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen. De afstand tot de grens tussen percelen in privaat en gemeentelijk eigendom wordt vastgesteld op nihil voor bomen, heesters en heggen.

Artikel 4:12d

Bestrijding iepziekte (3)

  1. Als zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is de rechthebbende, als hij daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn:

    1. als de iepen in de grond staan, te vellen;

    2. de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;

    3. of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zo te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.

    1. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. Het verbod is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter.

    2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van dit verbod.

Artikel 4:12e

Bescherming publieke houtopstand (3)

  1. Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:

    1. te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

    2. daaraan snoeiwerk te verrichten behalve door bevoegde deskundige boomverzorgers ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.

  2. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand of boom aan te brengen of te bevestigen zonder vergunning van het bevoegd gezag.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden