1. Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht en de eigenaar of houder van de hond niet beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats, kan de burgemeester de eigenaar of houder van de hond verplichten om de hond onder te brengen op een locatie waar de hond een vaste verblijfplaats krijgt. De gegevens van deze vaste verblijfplaats alsmede de nieuwe houder van de hond moeten onverwijld bij de burgemeester gemeld worden. De burgemeester kan op grond van de APV aanvullende voorwaarden stellen waaraan de vaste woon- of verblijfplaats van de hond moet voldoen.

  2. Indien de eigenaar of oorspronkelijk houder beschikt over een vaste woon- of verblijfplaats mag de hond na melding aan de burgemeester terug. De burgemeester kan op grond van de APV aanvullende voorwaarden stellen waaraan de vaste woon- of verblijfplaats van de hond moet voldoen.