1. Het is verboden op een openbare plaats, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze te trachten als prostituee de aandacht van passanten op zich te vestigen.

  2. Het is verboden zich op een openbare plaats op enigerlei wijze dwingend te bemoeien met een prostituee.

  3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis, 431 of 273f Wetboek van Strafrecht dan wel artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

  4. Met het oog op de naleving van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  5. Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de openbare plaatsen bedoeld in het eerste of tweede lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

  6. De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het vijfde lid bij besluit verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de in dat besluit aangegeven openbare plaats(en).

  7. De burgemeester beperkt het in het zesde lid genoemde verbod indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.

  8. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het zesde lid.