Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene Bepalingen
Hoofdstuk Openbare Orde
Paragraaf Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2 Betoging
Paragraaf Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken
Paragraaf Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg
Paragraaf Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Paragraaf Afdeling 6 Veiligheid op de weg
Paragraaf Afdeling 7 Evenementen
Paragraaf Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 10 Voor publiek openstaande gebouwen
Paragraaf Afdeling 10a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Paragraaf Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Paragraaf Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 13 Vuurwerk
Paragraaf Afdeling 14 Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 15 Wijkverboden, veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare plaatsen
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Afdeling 13 Vuurwerk

Artikel 2.84

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder

  1. consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit);

  2. vergunninghouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden;

  3. beheerder: natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in het vuurwerkverkooppunt.

Artikel 2.85

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

  1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden zonder een vergunning van het college.

  2. Het college kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere regels stellen.

  3. Onverminderd de artikelen 1.6 en 1.8 kan de burgemeester de vuurwerkverkoopvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken, tijdelijk opschorten of wijzigen, indien:

    1. in of vanuit het vuurwerkverkooppunt zich een feit voordoet of zich feiten hebben voorgedaan of aannemelijk is dat in de toekomst zich een feit of feiten gaan voordoen waardoor de openbare orde en veiligheid of het woon- of leefklimaat in de omgeving van het vuurwerkverkooppunt nadelig zal worden beïnvloed;

    2. de vergunninghouder of de beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het vuurwerkverkooppunt, dan wel toestaat of gedoogt dat in het vuurwerkverkooppunt strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd, waarmee de openbare orde of het woon- en leefklimaat nadelig wordt beïnvloed;

    3. de vergunninghouder of de beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. de vestiging of de exploitatie van het vuurwerkverkooppunt in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer

    5. de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan zijn.

    6. geen melding is gedaan op grond van het Vuurwerkbesluit.

  4. De vuurwerkverkoopvergunning kan tevens worden ingetrokken indien:

    1. door de vergunninghouder ten minste een jaar lang geen vuurwerk wordt afgeleverd of verkocht;

    2. onvoorziene situaties of wijzigingen van de regelgeving dit noodzakelijk maken.

  5. De vergunningaanvraag wordt ingediend door de vergunninghouder van de inrichting.

  6. De vergunning is in de inrichting aanwezig.

  7. De vergunning vervalt:

    1. indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe vergunning in werking is getreden;

    2. zodra de opslag en verkoop van consumentenvuurwerk wordt beëindigd.

  8. De vergunning, bedoeld in het eerste lid, heeft een geldigheidsduur van een jaar.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2.86

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

  1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

  2. Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een voor publiek toegankelijke plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

  3. De verboden in het eerste en tweede zijn niet van toepassing op situaties waarin voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2.86a

Carbid schieten

  1. Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus/container/opslagvat/gasfles op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

  2. Het is verboden carbid te schieten op een openbare plaats.

  3. Het is verboden materialen te vervoeren of voorhanden te hebben op een openbare plaats die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het schieten van carbid.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019