1. Het is verboden zonder vergunning van het college (bedrijfsmatig) voertuigen ten behoeve van gebruik door derden op de weg of in de openbare ruimte te plaatsen en aan te bieden.

  2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen categorieën voertuigen.

  3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het aanbieden en faciliteren van deelmobiliteit, in ieder geval ten aanzien van:

    1. de indieningsvereisten bij de aanvraag;

    2. de tijdsduur van de te verlenen vergunning;

    3. het aantal voertuigen per vergunning;

    4. kwaliteitseisen ten aanzien van de dienstverlening en aanverwante effecten, of;

    5. aan te wijzen gebieden die zijn uitgesloten van de mogelijkheid tot vergunningverlening zoals bedoeld in het eerste lid.

  4. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door het college vastgesteld formulier.

  5. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:

    1. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel, en;

    2. een exploitatieplan met verantwoording over bijdrage aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Vlaardingen, in het bijzonder op het gebied van mobiliteit.

  6. Indien het college het nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan het college van de aanvrager verlangen dat hij aanvullende gegevens overlegt. Tot deze gegevens zijn overgelegd, is de aanvraag onvolledig ingediend.

  7. De vergunning kan slechts worden verleend voor bepaalde tijd.

  8. Het college kan, onverminderd hetgeen in de nadere regels wordt bepaald, een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken, wijzigen of schorsen indien niet wordt voldaan aan de nadere regels, in strijd is gehandeld met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen of indien het ten gebruik aanbieden van de voertuigen:

    1. gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen of de verkeersveiligheid;

    2. schade aan de weg toebrengt;

    3. afbreuk doet aan de directe leefomgeving;

    4. een nadelige invloed heeft op het milieu;

    5. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte; of

    6. ernstige afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.