De exploitatievergunning vervalt
zodra de exploitant of exploitanten de exploitatie van de openbare inrichting heeft of hebben beëindigd;
indien de openbare inrichting om andere redenen dan een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder a van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes aaneengesloten maanden niet wordt geëxploiteerd.