1. De ontheffing van de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 4.2, eerste lid en 4.3, eerste lid geldt ten hoogste 5 keer per jaar voor het niet bebouwde deel van de inrichting tot 23.00 uur.

  2. Het geluidsniveau gedurende 1 minuut (LAr,LT) veroorzaakt door muziek- en zanggeluid afkomstig van het niet bebouwde deel van de inrichting mag tussen 9.00 en 23.00 uur op een afstand van 10 meter van de geluidsbron niet meer bedragen dan 85 dB(A).

  3. De geluidsnormen als bedoeld in het tweede lid zijn inclusief onversterkte muziek. De bedrijfsduurcorrectie en de muziektoeslag worden buiten beschouwing gelaten.

  4. Het college kan voor het gestelde in het tweede lid ontheffing verlenen. Het college kan aan deze ontheffing voorschriften verbinden.