1. Zodra een aanvraag exploitatievergunning is ingediend voor de overname van een bestaande openbare inrichting die binnen dezelfde of lichtere exploitatiecategorie zal worden geëxploiteerd, kan een voorlopige exploitatievergunning worden aangevraagd.

  2. Een voorlopige exploitatievergunning kan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 2.39, eerste, tweede en derde lid, worden geweigerd, indien:

    1. overlastklachten over de bestaande exploitatie van de inrichting zijn ontvangen bij de gemeente of de politie;

    2. jegens de aanvrager van de voorlopige exploitatievergunning of de inrichting zelf een bestuurlijke maatregel van kracht is dan wel een voornemen tot het nemen van een bestuurlijke maatregel bestaat;

    3. over de bestaande exploitatie bestuurlijke procedures lopen.

    4. de inrichting langer dan 6 maanden niet is geëxploiteerd.

  3. Een voorlopige exploitatievergunning wordt niet verleend voor de exploitatie van een coffeeshop of speelautomatenhal.

  4. De burgemeester stelt nadere regels vast over de stukken die bij de vergunningaanvraag moeten worden overgelegd.