1. Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

  3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

  4. Er wordt voor ten hoogste één seksbedrijf een vergunning verleend. Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden verleend.

  5. De vergunning voor een nieuwe exploitant wordt voor één jaar verleend en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

  6. Na verlenging van de vergunning heeft deze een geldigheidsduur van vijf jaar.

  7. Het bevoegd bestuursorgaan kan ten hoogste eens in de vijf jaar, degene aan wie een vergunning is verleend, verzoeken de juistheid van de bij het bestuursorgaan bekende gegevens omtrent degene aan wie of omtrent de activiteit waarvoor een vergunning is verleend, binnen een door een bestuursorgaan te stellen termijn te controleren.

  8. Degene aan wie het in het zevende lid genoemde verzoek is gedaan, is verplicht daaraan te voldoen.