1. De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende gegevens en bescheiden heeft ontvangen.

  2. In afwijking van het eerste lid, beslist de burgemeester binnen vijf werkdagen na de datum waarop hij de aanvraag voor een voorlopige exploitatievergunning heeft ontvangen.

  3. De beslissing als in het eerste lid kan gemotiveerd en met redenen omkleed eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.

  4. De beslissing op een aanvraag voor een voorlopige exploitatievergunning kan gemotiveerd en met redenen omkleed eenmaal voor ten hoogste vijf werkdagen worden verdaagd.

  5. Op de vergunning als bedoeld in artikel 2.34 en 2.34a is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.