1. Geen vergunning is vereist voor de exploitatie van een openbare inrichting, die zich bevindt in een:

    1. schoolkantine;

    2. bedrijfskantine of -restaurant, voor zover deze uitsluitend als zodanig in gebruik is;

    3. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit. Hiervan is in ieder geval sprake als wordt voldaan aan alle hieronder genoemde voorwaarden:

      • het horecagedeelte bevat maximaal 9 zitplaatsen;

      • het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de oppervlakte van de totale winkel;

      • in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken verstrekt;

      • er zijn geen speelautomaten aanwezig;

      • er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren verstrekt die in relatie staan tot het assortiment van de winkel (uitgezonderd grootwinkelbedrijven).

    4. crematorium of rouwcentrum;

    5. museum, bejaardentehuis, ziekenhuis of verpleeghuis, voor zover deze uitsluitend zijn gericht op de bezoekers, bewoners c.q. verzorgingsbehoeftigen/patiënten en hun bezoekers, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

      • het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de oppervlakte van de totale inrichting;

      • in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken verstrekt;

      • er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren verstrekt.

    6. buurt- of clubhuis waar kleinschalige niet commerciële activiteiten plaatsvinden, zoals bij verenigingen of stichtingen, mits ze voldoen aan alle hieronder genoemde voorwaarden:

      • de horeca-exploitatie is ondergeschikt aan de hoofddoelstelling en activiteiten;

      • er wordt geen levende muziek ten gehore gebracht;

      • er worden geen alcoholhoudende dranken verkocht en geschonken;

      • de ruimten worden niet gebruikt om feesten en partijen te geven;

      • er vindt geen zalenverhuur plaats;

      • er zijn geen speelautomaten aanwezig.

    7. een gebouw in gebruik door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in afdeling 8a van deze verordening

  2. Voor de in het eerste lid genoemde openbare inrichtingen kan worden volstaan met een schriftelijke melding aan de burgemeester vóór aanvang van de exploitatie.