1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.

  2. De vergunning geldt voor één evenement.

  3. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C evenement indien de organisator:

    1. onder curatele staat,

    2. in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of

    3. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:

    1. een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement een dusdanig effect op het gemeenschapsleven heeft, dat het niet wenselijk is dat de activiteiten worden voortgezet;

    2. de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd;

    3. ten behoeve van de vergunningverlening onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt;

    4. er een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting van de hulpverleningscapaciteit wordt gedaan;

    5. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke maatregel is genomen;

    6. de bescherming van een jaar- of weekmarkt nodig is;

    7. het B- of C-evenement niet voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, is aangemeld;

    8. een volledige aanvraag voor een A-evenement niet ten minste vier weken voor het evenement plaatsvindt, is ontvangen;

    9. een volledige aanvraag voor een B- of C-evenement niet ten minste acht weken voor het evenement plaatsvindt, is ontvangen;

    10. de inhoud, frequentie of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de stad Vlaardingen.

  5. De burgemeester kan ter regulering van het evenement voorschriften aan de vergunning verbinden.

  6. Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, worden door de organisator onverwijld aan de burgemeester gemeld.

  7. Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de WVW 1994.

  8. In afwijking van artikel 1.2, eerste lid, beslist de burgemeester:

    1. indien er sprake is van een A-evenement, binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 2.27 is ontvangen.

    2. indien er sprake is van een B- of C- evenement, binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 2.27 is ontvangen.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.