1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting, al dan niet voor een bepaalde duur, gesloten verklaren:

    1. Indien het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;

    2. Indien het seksbedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. Indien het bevoegd bestuursorgaan oordeelt, dat één van de in artikel 3.9 eerste lid onder d en artikel 3.9 tweede lid onder f, g en h genoemde situaties zich voordoet.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.

  3. Een ieder is verplicht toe te laten dat de in het tweede lid bedoelde bekendmaking wordt aangebracht en aangebracht blijft door middel van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting, zolang de sluiting van kracht is.

  4. Het is de exploitant of leidinggevende van een seksinrichting verboden daarin bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven.

  6. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door het bevoegd bestuursorgaan worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.