1. De exploitant en leidinggevende van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.33 alsmede de leidinggevende van een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49b, zijn verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van hun inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de besloten ruimte en het terras van de inrichting brengen.

  2. Het is de exploitant en leidinggevende van een inrichting als bedoeld in het eerste lid die door de burgemeester is aangewezen of die is gelegen aan een door de burgemeester bij openbare kennisgeving aangewezen weg, verboden drank in glas te verstrekken binnen de besloten ruimte en op het terras van de inrichting gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven periode.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid genoemde verbod.

  4. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor restaurants.

  5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.