1. Het is verboden zonder of in strijd met een vergunning van de burgemeester muziek te maken met een draaiorgel.

  2. De vergunning, bedoeld in het eerste lid, is geldig tot en met 31 december van het kalenderjaar waarvoor de vergunning is verleend.

  3. De burgemeester kan weggedeelten aanwijzen waar het verboden is muziek te maken met een draaiorgel ter voorkoming of beperking van overlast voor weggebruikers en gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken.

  4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.