1. Het is de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a niet zijnde een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49a, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur.

  2. De burgemeester kan ten hoogste zeven openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a aanwijzen, waarvan de eigenaar of exploitant verplicht is te zorgen dat de openbare inrichting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is gesloten en door bezoekers is verlaten op zondag tot en met donderdag tussen 04.00 en 19.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 05.00 en 20.00 uur. De burgemeester is bevoegd van het maximum aantal openbare inrichtingen af te wijken, indien naar zijn oordeel sprake is van een zodanig bijzonder concept van bedrijfsvoering van de openbare inrichting, dat het de in dit lid genoemde sluitingstijden rechtvaardigt.

  3. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.35, eerste lid onder c, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

  4. De burgemeester kan voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a of voor een daartoe behorend terras, die gevestigd zijn in door hem aangewezen gebieden, andere sluitingstijden vaststellen.

  5. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a.

  6. Het is de exploitant van een openbare inrichting die beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a, toegestaan om in afwijking van de in het eerste, vierde en vijfde lid genoemde sluitingstijden, maximaal tien keer per jaar zijn inrichting, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot 05.00 uur op maandag tot en met zondag, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, aan de burgemeester heeft gemeld.

  7. Het is de exploitant van een openbare inrichting die beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a, toegestaan om in afwijking van de in het tweede, vierde en vijfde lid genoemde sluitingstijden, maximaal 10 keer per jaar zijn inrichting, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot 05.00 uur op zondag tot en met donderdag, en tot 06.00 uur op vrijdag en zaterdag, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, aan de burgemeester heeft gemeld.

  8. Een melding als bedoeld in het zesde en zevende lid kan alleen worden gedaan in combinatie met een kennisgeving incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4.3 van deze verordening. Nadat de melding/kennisgeving is gedaan, is het de exploitant toegestaan om:

    • af te wijken van de sluitingstijden; of

    • een incidentele festiviteit te houden; of

    • op dezelfde dag af te wijken van de sluitingstijden en een incidentele festiviteit te houden.

  9. Het is de exploitant van een openbare inrichting die beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a, toegestaan op maximaal twaalf door de burgemeester aan te wijzen dagen, zijn openbare inrichting, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot 05.00 uur.

  10. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  11. Het eerste, tweede, vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.