1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of leidinggevende in de openbare inrichting aanwezig is.

  2. De exploitant of leidinggevende is verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de openbare inrichting geen strafbare feiten plaatsvinden.

  3. De burgemeester kan openbare inrichtingen of categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.

  4. Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen als genoemd in artikel 4 van de Alcoholwet.