Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

§ 7.2.8a.3

Flora- en fauna-activiteit: vogelrichtlijnsoorten

Artikel 7.197k

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of opzettelijk vangen, opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren, of het opzettelijk wegnemen van nesten, het rapen en onder zich hebben van eieren of het opzettelijk storen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

    1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

    2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

    3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

    4. ter bescherming van flora en fauna;

    5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of

    6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

  3. Het tweede lid, onder e en f, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels.

  4. Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels en het bestrijden van schadeveroorzakende vogels door grondgebruikers van vogels:

    1. is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en

    2. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de vogelrichtlijnsoorten verstrekt.

Artikel 7.197l

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of aanbieden voor verkoop van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

      2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

      3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

      4. ter bescherming van flora en fauna;

      5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of

      6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;

    2. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en

    3. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.

Artikel 7.197m

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

      2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

      3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

      4. ter bescherming van flora en fauna;

      5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of

      6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;

    2. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en

    3. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.

Artikel 7.197n

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen, doden of achtervolgen van van nature in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de volgelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.40, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

      2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

      3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; of

      4. ter bescherming van flora en fauna; en

    2. een beschrijving van:

      1. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      2. de verspreiding van vogelrichtlijnsoorten in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar wordt verricht;

      3. de functies van de nesten of rustplaatsen van vogelrichtlijnsoorten;

      4. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

      5. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de vogelrichtlijnsoort te voorkomen;

      6. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de vogelrichtlijnsoort te herstellen; en

      7. de middelen, bedoeld in artikel 8.74p van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de methoden bedoeld in 8.74q van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die gebruikt worden.

← terug naar Omgevingsregeling