-
Dit artikel is van toepassing op degene die een levend gefokt dier, een levende gekweekte plant of een uit het wild afkomstig levend dier onder zich heeft, en de daar bijbehorende administratie als bedoeld in artikel 11.103 van het Besluit activiteiten leefomgeving bijhoudt als het dier of de plant behoort tot:
de soorten, genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn;
de soorten, genoemd in bijlage A bij de cites-basisverordening, met uitzondering van de in bijlage X bij de cites-uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan;
de diersoorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening, met uitzondering van:
- 1°
gefokte vogels, die van een gesloten pootring zijn voorzien; en
- 2°
de soorten, genoemd in bijlage X bij het Besluit activiteiten leefomgeving;
- 1°
de kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten, genoemd in bijlage A bij de cites-basisverordening als voor die soorten een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 17 van de cites-uitvoeringsverordening is afgegeven; of
een uit het wild afkomstig levend dier van een soort, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening.
-
De administratie, bedoeld in het eerste lid, bevat de volgende gegevens:
de wetenschappelijke soortnaam van het dier of de plant en het aantal dieren of planten van die soort;
de datum en de plaats van verkrijging van het dier of de plant;
de naam, het adres en het land van de leverancier van wie het dier of de plant is verkregen;
het land van herkomst van het dier of de plant, als dit afwijkt van het land, bedoeld onder c;
het nummer van het bij de verkrijging van het dier of de plant behorende cites-document;
de datum en de plaats van vervreemding van het dier of de plant;
de naam, het adres en het land van de afnemer van het dier of de plant;
het nummer van het bij de vervreemding van het dier of de plant behorende cites-document;
de datum van de geboorte en het aantal nakomelingen van een dier;
gegevens over de soort en de code van de merktekens;
de datum van de aanbrenging van merktekens aan het dier of de plant; en
de datum en de plaats van sterfte van het dier of de plant, voor zover van toepassing.
-
De administratie, bedoeld in het eerste lid:
is op naam gesteld, volledig en voorzien van een logische indeling en opeenvolgende nummering;
wordt gevoerd op een zodanige wijze dat controle daarvan direct mogelijk is en de gegevens, bedoeld in het eerste lid, daaruit duidelijk blijken; en
wordt bewaard met alle aantekeningen en bescheiden, waaronder nota's, vrachtbrieven en andere bewijsmiddelen, boeken, registers of andere hulpmiddelen, die betrekking hebben op het onder zich hebben en verhandelen van dieren of planten als bedoeld in het eerste lid.
-
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, en de documenten, bedoeld in het derde lid, worden bewaard gedurende ten minste drie jaar na de datum van de laatste in de administratie aangebrachte wijziging of aanvulling.
Omgevingsregeling Actueel
Inhoud
Afdeling 4.8
Artikel 4.33
-
De gesloten pootring, bedoeld in artikel 11.104, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor gefokte vogels:
is een individueel gemerkte, ononderbroken ring of manchet, zonder enige naad of las, waarmee op geen enkele wijze is geknoeid en waarvan het formaat zodanig is dat zij, nadat zij in de eerste levensdagen van de vogel is aangebracht, niet kan worden verwijderd wanneer de poot van de vogel zijn definitieve omvang heeft bereikt;
heeft een diameter die niet groter is dan de in bijlage VIId voor de betrokken soort vastgestelde diameter;
voldoet aan de volgende eisen:
- 1°
een ring met een diameter van 2,5 tot en met 2,9 mm, gemeten aan de binnenkant van een ring, zijn vervaardigd van metaal, waarop een geanodiseerde kleurlaag is aangebracht, en zijn op zodanige wijze voorzien van een breukzone, dat de ring knapt, als de ring wordt opgerekt; of
- 2°
een ring met een diameter kleiner dan 2,5 mm en groter dan 2,9 mm, gemeten aan de binnenkant van een ring, zijn vervaardigd van metaal, waarop een geanodiseerde kleurlaag is aangebracht, of zijn vervaardigd van gekleurde kunststof, en zijn van zodanige kwaliteit, dat de ring knapt, als de ring wordt opgerekt; en
- 1°
is voorzien van een kleurlaag die voor elk jaar waarin de ring mag worden aangebracht verschillend is.
-
In afwijking van het eerste lid:
kan de gesloten pootring een diameter hebben die groter is dan de in de bijlage VIId vastgestelde maximale diameter, als de aanvrager aannemelijk kan maken dat een grotere diameter in verband met de dikte van de poot bij de aanvraag, bedoeld in artikel 4.35, noodzakelijk is; of
kunnen gesloten pootringen voor papegaaiachtigen en roofvogels zijn vervaardigd van roestvrij staal.
-
Een aanvrager van een aanvraag als bedoeld in artikel 4.35:
brengt een gesloten pootring als bedoeld in het eerste lid alleen aan op in Nederland in gevangenschap geboren en gefokte vogels van de soort waarvoor hij de gesloten pootring heeft aangevraagd; en
verschaft een gesloten pootring als bedoeld in het eerste lid niet aan derden.
Artikel 4.34
-
Als organisaties als bedoeld in artikel 11.104, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die zijn belast met de afgifte van gesloten pootringen worden aangewezen:
Kleindier Liefhebbers Nederland, gevestigd te Utrecht;
Nederlandse Bond voor Vogelliefhebbers, gevestigd te Bergen op Zoom;
Parkieten Sociëteit, gevestigd te Arnhem;
Vereniging Aviornis International Nederland, gevestigd te Wijchen; en
Vereniging Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel, gevestigd te Eindhoven.
-
De organisaties, bedoeld in het eerste lid, houden een administratie bij met gebruikmaking van een door de Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar gesteld automatiseringssysteem.
-
De administratie wordt bewaard gedurende een periode van ten minste vijf jaar en bevat per soort de volgende gegevens:
de soorten vogels waarvoor gesloten pootringen zijn aangevraagd;
als het gaat om gefokte vogels:
- 1°
het aantal verstrekte gesloten pootringen;
- 2°
de ringmaat; en
- 3°
de bijbehorende unieke nummers als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, onder b, en derde lid;
- 1°
als het gaat om gefokte vogels behorende tot soorten die zijn opgenomen in bijlage A bij de cites-basisverordening:
- 1°
de gegevens onder b, onder 1° en 2°; en
- 2°
het aantal ouderparen;
- 1°
de datum van toekenning van de gesloten pootringen; en
de noodzakelijke gegevens ter identificatie van de personen aan wie de gesloten pootringen zijn verstrekt.
-
De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verschaffen de minister op verzoek, op een door de minister te bepalen wijze, alle informatie over de afgifte van gesloten pootringen.
Artikel 4.35
-
Gesloten pootringen worden aangevraagd met gebruikmaking van een door een van de organisaties, bedoeld in artikel 4.34, eerste lid, ter beschikking gesteld aanvraagformulier dat volledig ingevuld en ondertekend wordt teruggestuurd.
-
De organisaties, bedoeld in artikel 4.34, eerste lid, verstrekken alleen gesloten pootringen:
waarvoor door de leverancier een schriftelijke garantie is afgegeven dat de ringen voldoen aan de specificaties, bedoeld in artikel 4.33; en
die ten minste zijn voorzien van de letters NL, de aanduiding van de binnendiameter tot in tienden van een millimeter, de laatste twee cijfers van het jaartal waarin de gesloten pootring mag worden aangebracht en, per ringmaat, een uniek nummer bestaande uit de bondscode, een kweeknummer en een volgnummer.
-
In afwijking van het tweede lid, onder b, zijn de gesloten pootringen, afgegeven door Kleindier Liefhebbers Nederland, voorzien van een uniek nummer bestaande uit de bondscode en een volgnummer.
-
De organisaties, bedoeld in artikel 4.34, eerste lid, geven geen gesloten pootring af als:
niet aannemelijk is dat de aanvrager vogels, waarvoor hij een gesloten pootring aanvraagt, fokt; of
het redelijke vermoeden bestaat dat de aanvrager handelt of zal handelen in strijd met artikel 4.33, derde lid.
Artikel 4.36
Als plantensoorten waarvoor een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 3.70, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de Minister voor Natuur en Stikstof kan worden aangevraagd, worden aangewezen:
Apocynaceae: Pachypodium spp;
Cactaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
Droseraceae: Dionaea muscipula;
Euphorbiaceae: de succulente soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
Liliaceae: de soorten Aloe, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
Nepenthaceae: de soorten Nepenthes, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
Orchidaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening, de hybriden van de soorten Paphiopedilum; en
Sarraceniaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening.
Artikel 4.37
-
Als diersoorten als bedoeld in artikel 11.108, tweede lid, aanhef, van het Besluit activiteiten leefomgeving waarvoor beheersmaatregelen als bedoeld in artikel 19 van de invasieve-exoten-basisverordening worden aangewezen:
de Chinese wolhandkrab (Eriocheir sinensis);
de Gevlekte Amerikaanse rivierkreeft (Orconectus Limosus);
de Geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft (Orconectes virilis);
de Californische rivierkreeft (Pacifastacus leniusculus);
de Rode Amerikaanse rivierkreeft (Procambarus Clarkia); en
de Marmerkreeft (Procambarus fallax forma virginalis).
-
Als voorwaarden als bedoeld in artikel 11.108, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving voor de beheersmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, worden vastgesteld:
degene die de in artikel 11.108, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedoelde handelingen verricht, draagt er zorg voor dat:
- 1°
alle passende maatregelen worden getroffen bij de bevissing, de opslag, de handel, het transport, het houden en het gebruik van de betrokken dieren om te voorkomen dat zij zich kunnen voortplanten, kunnen ontsnappen en zich kunnen verspreiden;
- 2°
alle passende maatregelen worden getroffen bij de opslag, het transport en het houden van de dieren om te voorkomen dat de betrokken dieren door onbevoegden kunnen worden verwijderd uit de omgeving waarin zij worden opgeslagen of getransporteerd;
- 3°
het beheren van afval, het onderhoud en schoonmaken van vistuigen, transport- en opslagmaterialen bij bevissing, de opslag, de handel, het transport en het houden van de dieren op zodanige wijze plaatsvindt dat exemplaren van de soorten zich niet kunnen verspreiden of door onbevoegden kunnen worden verwijderd; en
- 4°
wordt voorkomen dat dieren van de soorten op het grondgebied van andere lidstaten worden gebracht, tenzij die lidstaten dat toestaan in het kader van door hen getroffen beheersmaatregelen; en
- 1°
degene die de in artikel 11.108, tweede lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving bedoelde handelingen verricht maakt te allen tijde aannemelijk dat hij voldoet aan de in artikel 11.108, eerste en tweede lid, van dat besluit bedoelde regels.
-
Als passende maatregel als bedoeld in het tweede lid, onder a, onder 1° en 2°, wordt in ieder geval beschouwd een fysieke scheiding tussen de dieren en hun natuurlijke leefomgeving, waarbij de dieren die overleven zich vervolgens niet kunnen voortplanten en zich niet kunnen verspreiden.
Artikel 4.38
-
Als douanekantoren als bedoeld in artikel 11.94 van het Besluit activiteiten leefomgeving waar dieren, planten, producten, nesten of eieren van dieren of producten van planten van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, of genoemd in bijlage IV bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern, bijlage I bij het verdrag van Bonn of bijlage A, B, C, of D bij de cites-basisverordening binnen of buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht, worden aangewezen:
voor het binnen Nederland brengen van levende dieren:
- 1°
Schiphol Cargo, Evert van de Beekstraat 384, 1118 CZ Schiphol;
- 2°
Schiphol Passagiers, vertrekpassage 1 -260, 1118 AP, Schiphol; en
- 3°
Maastricht Aachen Airport, Vliegveldweg 2, 6199 AD, Maastricht;
- 1°
voor het buiten Nederland brengen van levende dieren:
- 1°
Schiphol Cargo, Evert van de Beekstraat 384, 1118 CZ Schiphol;
- 2°
Schiphol Passagiers, vertrekpassage 1 -260, 1118 AP, Schiphol;
- 3°
Maastricht Aachen Airport, Vliegveldweg 2, 6199 AD, Maastricht;
- 4°
Rotterdam Haven, Bosporusstraat 5, 3199 LJ, Rotterdam (Maasvlakte); en
- 5°
Rotterdam Haven, Reeweg 16, 3088 KA, Rotterdam;
- 1°
voor dode dieren, dode of levende planten en producten, nesten en eieren van dieren of producten van planten: alle douanekantoren.
-
Als veterinaire voorschriften gelden voor dieren of producten, nesten of eieren van dieren die behoren tot de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden deze dieren of producten, nesten of eieren daarvan binnengebracht op plaatsen die daarvoor als inspectiepost aan de grens zijn erkend op grond van de verordening officiële controles.
Artikel 4.39
Als gedragscode als bedoeld in artikel 11.131, eerste lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt aangewezen de Gedragscode houtopstanden TenneT, voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029.