Omgevingsregeling Actueel

Inhoud

Afdeling 7.2

Aanvraag omgevingsvergunningen

Artikel 7.2

Deze afdeling is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de wet en, voor zover het gaat om de artikelen 7.3 en 7.4, ook op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 of 5.4 van de wet.

Artikel 7.3

Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd;

  2. het telefoonnummer van de aanvrager;

  3. het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

  4. een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

  5. als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde;

  6. als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde;

  7. als wordt gevraagd een voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden over regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 van de wet: een beschrijving van het onderwerp van dat voorschrift; en

  8. als wordt gevraagd om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen: gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

Artikel 7.4

  1. Bij de aanvraag wordt aangegeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken.

  2. Als burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken, verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

Artikel 7.5

Deze paragraaf is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.25 of 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 7.6

Bij een aanvraag wordt een opgave van de bouwkosten verstrekt.

Artikel 7.7

  1. Bij een aanvraag worden met het oog op het waarborgen van de veiligheid gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de belastingen en de belastingcombinaties voor sterkte en stabiliteit van de bouwconstructie en onderdelen daarvan;

    2. de uiterste grenstoestand van de bouwconstructie en onderdelen daarvan;

    3. de detaillering van trappen, hellingbanen en afscheidingen aan randen van vloeren, trappen of hellingbanen;

    4. de beweegbare constructieonderdelen in de gevel;

    5. de brandklasse en rookklasse van constructieonderdelen;

    6. de brandcompartimentering en de kwaliteit van scheidingsconstructies;

    7. de vluchtroutes, het verloop, de inrichting en de capaciteit hiervan, evenals de draairichting van de deuren waardoor een vluchtroute voert en de deuren grenzend aan de vluchtroute; en

    8. de inbraakwerendheid.

  2. Als de aanvraag betrekking heeft op het veranderen of vergroten van een bestaand bouwwerk, blijkt uit de aangeleverde gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, ook wat de opbouw van de bestaande constructie is en wat de toegepaste materialen zijn.

  3. Bij de aanvraag wordt een toelichting op het ontwerp van de constructies verstrekt over:

    1. de aangehouden belastingen en belastingcombinaties;

    2. de constructieve samenhang;

    3. het stabiliteitsprincipe; en

    4. de bouwconstructie en de brandwerendheid bij het bezwijken hiervan.

Artikel 7.8

Bij een aanvraag worden met het oog op het beschermen van de gezondheid gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de geluidwering van buiten;

  2. de bescherming tegen geluid van bouwwerkinstallaties;

  3. de geluidsabsorptie van gemeenschappelijke verkeersruimten van een woongebouw;

  4. de geluidwering tussen niet-gemeenschappelijke verblijfsruimten van dezelfde gebruiksfunctie en de geluidwering tussen ruimten van verschillende gebruiksfuncties;

  5. de luchtvolumestroom en waterdichtheid, regenwerendheid, de factor van de temperatuur en wateropname van inwendige en uitwendige scheidingsconstructies;

  6. de voorziening voor luchtverversing en de spuivoorziening;

  7. de afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht;

  8. het weren van ratten en muizen; en

  9. de daglichtoppervlakte.

Artikel 7.9

Bij een aanvraag worden met het oog op duurzaamheid gegevens en bescheiden verstrekt over:

  1. de waarden voor energiebehoefte, primair fossiel energiegebruik, het aandeel hernieuwbare energie en oververhitting in de zomer;

  2. de thermische eigenschappen van de toegepaste uitwendige scheidingsconstructie;

  3. de beperking van luchtdoorlatendheid; en

  4. de milieubelasting van het gebouw door de toe te passen materialen, bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken.

Artikel 7.10

Bij een aanvraag worden met het oog op bruikbaarheid en toegankelijkheid gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt:

  1. de aanduiding van de gebruiksfuncties, de verblijfsgebieden en de afmeting en de bezetting van alle ruimten inclusief totaaloppervlakten per gebruiksfunctie;

  2. de aanduiding van bad- of toiletruimte, lift, buitenberging en buitenruimte;

  3. de integrale toegankelijkheid van het bouwwerk en in het bouwwerk gelegen ruimten;

  4. de aanduiding van de vloerpeilen ten opzichte van het aansluitende terrein; en

  5. de aanduiding van de opstelplaats van een aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen.

Artikel 7.11

  1. Bij een aanvraag worden voor bouwwerkinstallaties gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. de noodstroomvoorziening en -verlichting;

    2. het leidingplan en aansluitpunten van breedbandconnectie, gas-, elektra- en waterleiding;

    3. de aansluitpunten van de drinkwater- en warmwatervoorziening;

    4. het leidingplan en aansluitpunten van riolering en hemelwaterafvoeren;

    5. de aard en locatie van brandveiligheidinstallaties en van de vluchtrouteaanduiding;

    6. gebouwgebonden veiligheidsvoorzieningen voor veilig onderhoud met behulp van de Checklist Veilig onderhoud op en aan gebouwen 2012; en

    7. technische bouwsystemen en het daarbij behorende systeemrendement.

  2. Als de aanvraag gaat over een woongebouw worden gegevens en bescheiden verstrekt over:

    1. zelfsluitende deuren;

    2. spreekinstallaties; en

    3. signaalvoorzieningen en deuropeners ter voorkoming van veel voorkomende criminaliteit.

Artikel 7.13

Bij een aanvraag worden gegevens en bescheiden verstrekt over kwaliteitsverklaringen bouw en CE-markeringen van bouwproducten.

Artikel 7.14

Bij een aanvraag die gaat over een woonwagen, kan ter voldoening aan de artikelen 7.7 tot en met 7.11 en 7.13, documentatie van de leverancier van de woonwagen worden verstrekt.

Artikel 7.15

  1. Bij een aanvraag die gaat over een wegtunnel als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels worden aanvullend op de artikelen 7.7, tot en met 7.13 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een toelichting waaruit blijkt dat het ontwerp van de tunnel voldoet aan de norm van artikel 6, eerste lid, van die wet;

    2. een bouwplan dat voldoet aan bijlage 2, Leidraad veiligheidsdocumentatie voor wegtunnels, onder B2 (Bouwplan), bij de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels;

    3. als er een gestandaardiseerde uitrusting wordt toegepast: een toelichting waaruit blijkt dat het ontwerp aansluit bij de standaarduitrusting van de tunnel waarvoor op grond van artikel 6b van die wet is gekozen; en

    4. gegevens en bescheiden waaruit blijkt dat de tunnel voldoet aan de regels voor tunnelveiligheid, bedoeld in paragraaf 4.2.15 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

  2. Als ook gevraagd wordt om een voorschrift als bedoeld in artikel 7.3, onder g, worden voor wegtunnels ook gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat de toestemming als bedoeld in artikel 14 van de richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 over minimumveiligheidseisen voor tunnels in het transeuropese wegennet (PbEU 2004, L 167, gerectificeerd in PbEU 2004, L 201) is verkregen om van eisen van die richtlijn af te wijken.

Artikel 7.16

  1. Gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 8.3c, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvoor het bevoegd gezag op grond van dat lid op verzoek van de aanvrager een voorschrift tot het later verstrekken van die gegevens en bescheiden aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit moet verbinden zijn:

    1. de belastingen en de belastingcombinaties voor sterkte en stabiliteit en de uiterste grenstoestand van alle te wijzigen constructieve delen van het bouwwerk en van het bouwwerk als geheel, voor zover het niet gaat om de hoofdlijn van de constructie of het constructieprincipe; en

    2. de details van de in of voor het bouwwerk toegepaste bouwwerkinstallaties, voor zover het niet gaat om de gegevens over de hoofdlijn of het principe van de toegepaste installaties.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing als de gegevens en bescheiden betrekking hebben op tekeningen of berekeningen waaruit het constructieprincipe blijkt voor de nieuwe situatie en, als daarvan sprake is, voor de bestaande situatie. Dit gaat om:

    1. tekeningen van de definitieve hoofdopzet van de constructie van alle verdiepingen met inbegrip van globale maatvoering;

    2. een schematisch funderingsoverzicht of palenplan met globale plaatsing, aantallen en paalpuntniveaus, met inbegrip van globaal grondonderzoek waaruit de draagkracht van de ondergrond blijkt;

    3. plattegronden van vloeren en daken, met inbegrip van globale maatvoering;

    4. overzichtstekeningen van constructies in staal, hout en geprefabriceerd beton, met inbegrip van stabiliteitsvoorzieningen en dilataties, principedetails van karakteristieke constructieonderdelen in een schaal van 1:20, 1:10 of 1:5, met inbegrip van maatvoering; en

    5. een toelichting op het ontwerp van de constructies als bedoeld in artikel 7.7, derde lid.

  3. De hoofdlijn, bedoeld in het eerste lid, onder b, gaat in ieder geval over de wijze van verwarming, koeling en luchtbehandeling, de locatie en wijze van verticaal transport en de locatie van en het type brandveiligheidinstallatie.

  4. Gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 8.3c, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvoor het bevoegd gezag op grond van dat lid als naar zijn oordeel de bouwactiviteit daartoe aanleiding geeft een voorschrift tot het later verstrekken van die gegevens en bescheiden aan de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit kan verbinden zijn: de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.7, eerste lid, onder c tot en met h, en 7.8 tot en met 7.11.

Artikel 7.17

  1. Bij een aanvraag worden tekeningen verstrekt met een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding.

  2. Tenzij paragraaf 7.2.9.3 van toepassing is en de daarin aangegeven schaal geldt, heeft een tekening een schaal die niet kleiner is dan:

    1. 1:1.000, als het gaat om een situatietekening;

    2. 1:100, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van minder dan 10.000 m2; en

    3. 1:200, als het gaat om een geveltekening, plattegrond of doorsnede van een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte van 10.000 m2 of groter.

  3. Tenzij paragraaf 7.2.9.3 van toepassing is, heeft een detailtekening een schaal van 1:5, 1:10 of 1:20.

  4. De situatietekening heeft een noordpijl waaruit de oriëntatie van het bouwwerk blijkt op het perceel en ten opzichte van de omgeving.

Artikel 7.18

  1. Bij een aanvraag worden plattegronden verstrekt met een doorsnede van een bouwlaag op 1.200 mm boven vloerniveau waarop zijn aangegeven:

    1. uitwendige en inwendige scheidingsconstructies, met inbegrip van de materiaalaanduiding;

    2. peilmaten van de vloer;

    3. trappen en hellingbanen;

    4. binnen- en buitenkozijnen;

    5. kokers, schachten, kanalen en schoorstenen;

    6. alle oppervlakken die een directe relatie hebben met of behoren tot:

      1. gebruiksfuncties;

      2. gebruiksoppervlakten en vloeroppervlakten;

      3. verwarmde en onverwarmde zones;

      4. gebruiksgebieden, functiegebieden en verblijfsgebieden;

      5. verkeersruimten; en

      6. toegankelijkheidssectoren; en

    7. overige gegevens die zich hiervoor lenen, waaronder in ieder geval toiletruimten, badruimten, buitenbergingen, buitenruimten, liften, stallingsruimten, technische ruimten, opslagruimten en opstelplaatsen van het aanrecht en kook-, stook- en warmwatertoestellen.

  2. De vloerpeilen ten opzichte van het straatpeil en de hoogte van het maaiveld zijn aangeduid ter plaatse van de entree van het bouwwerk.

  3. Plattegronden en doorsneden zijn voorzien van maatvoering en hoogtelijnen.

  4. Alle aanzichten, met inbegrip van geveltekeningen, worden in loodrechte verticale projectie weergegeven.

  5. Alle dichte delen en kozijnen die een directe koppeling met de berekeningen hebben, zijn als zodanig terug te vinden in de berekening.

Artikel 7.19

  1. De aanvraag bevat over de bij die aanvraag gevoegde berekeningen, de volgende gegevens:

    1. naam en versie van de gebruikte rekenprogramma’s;

    2. invoergegevens en handberekeningen op doorlopend genummerde bladen;

    3. de herkomst van basis- of invoergegevens;

    4. symbolen en afkortingen weergegeven conform de voor de verschillende berekeningen geldende NEN-normen;

    5. een toelichting op afwijkende symbolen of afkortingen, voor zover deze in rekenprogramma’s zijn gebruikt; en

    6. numerieke gegevens, weergegeven in SI-eenheden als bedoeld in de internationale standaard van het Système International.

  2. Bij de aanvraag worden over de gebruikte rekenprogramma's de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de toegepaste rekenprogramma's;

    2. een beschrijving van de rekenmethode;

    3. een beschrijving van het toepassingsgebied;

    4. een aanduiding van de betekenis van de gepresenteerde waarden;

    5. een aanduiding van de nauwkeurigheid van de resultaten;

    6. een beschrijving van het gekozen assenstelsel; en

    7. een verklaring van de gebruikte symbolen en grootheden.

Artikel 7.20

Bij een aanvraag wordt een constructieve berekening verstrekt, die ten minste de volgende gegevens bevat:

  1. schematisering in overeenstemming met de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is, met inbegrip van te hanteren belastingschema’s;

  2. toerekening van materiaaleigenschappen in overeenstemming met de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is;

  3. doorsnedegrootheden die per constructieonderdeel zijn gemotiveerd, in de vorm van een berekening;

  4. verantwoording van eigenschappen van ondersteuningen;

  5. berekeningsresultaten per belastingschema uitgewerkt volgens de NEN- of NEN-EN-norm die van toepassing is; en

  6. maatgevende waarden.

Artikel 7.21

  1. Bij een aanvraag wordt een berekening van de mechanische ventilatie verstrekt waarvan het resultaat ten minste de volgende gegevens en bescheiden bevat:

    1. strangenschema's met diameters en lengten;

    2. gegevens over drukverlies; en

    3. merk en type van de toe te passen bouwwerkinstallatie.

  2. Een berekening van de waarden, bedoeld in artikel 7.9, onderdelen a, b en c, bevat ten minste de volgende gegevens en bescheiden:

    1. de totale oppervlakte van kozijnen, ramen, deuren, dichte delen en daarmee gelijk te stellen constructiedelen;

    2. de oppervlakte van elke toegepaste glassoort en de thermische eigenschappen hiervan;

    3. een tekening waarop de voor de berekening gehanteerde woningen zijn aangegeven;

    4. een plattegrondtekening met een arcering over de begrenzing van de woningen of woongebouwen die bij de berekening zijn aangehouden;

    5. gebruiksfunctie en energiesectoren die op een tekening voor niet tot bewoning bestemde gebouwen zijn gearceerd; en

    6. invoergegevens van de berekening, met inbegrip van de bouwfysische eigenschappen van het bouwwerk en de bouwwerkinstallaties en het gehanteerde rekenprogramma.

  3. Het bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, gebruikte rekenprogramma is geattesteerd volgens BRL 9501.

Artikel 7.22

De artikelen in deze paragraaf zijn alleen van toepassing voor zover dat in de paragrafen 7.2.3.2 tot en met 7.2.3.12, 7.2.4.2 tot en met 7.2.4.8 en 7.2.5.2 tot en met 7.2.5.9 is bepaald.

Artikel 7.22a

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit die externe veiligheidsrisico’s veroorzaakt, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de ongewone voorvallen die zich kunnen voordoen, de nadelige gevolgen daarvan en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1 van de wet;

    2. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en

    3. de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

  2. Op het berekenen van de afstanden voor het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden zijn de artikelen 4.11, aanhef en onder a, en 4.12, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

  3. Als bij de aanvraag gegevens en bescheiden zijn verstrekt over de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar, bedoeld in artikel 8.10a, eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is op het berekenen van die kans Safeti-NL van toepassing.

Artikel 7.23

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. het maximale debiet in kubieke meters per uur van het te lozen afvalwater;

  2. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden;

  3. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;

  4. een lijst met stoffen die worden geloosd;

  5. een riooltekening;

  6. de locaties van de lozingspunten;

  7. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;

  8. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de lozingen te voorkomen of te beperken;

  9. een onderbouwing van de noodzaak om te lozen;

  10. de samenstelling van het afvalwater dat wordt geloosd;

  11. de bron of oorzaak van het afvalwater dat wordt geloosd;

  12. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de stoffen die worden geloosd, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  13. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets;

  14. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd;

  15. als een andere lozingsroute dan naar het oppervlaktewater niet mogelijk is: de redenen waarom dat het geval is;

  16. de eigenschappen van de opgeslagen stoffen; en

  17. als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

Artikel 7.24

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW op een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. het maximale debiet in kubieke meters per uur van het te lozen koelwater;

  2. de regelmaat waarmee lozingen plaatsvinden;

  3. een aanduiding of de lozing continu of niet-continu plaatsvindt;

  4. de locaties van de lozingspunten;

  5. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van het lozen en de verwachte duur ervan;

  6. de herkomst en eigenschappen van het koelwater;

  7. de maximale warmtevracht van het koelwater dat wordt geloosd;

  8. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de warmtevracht van de lozingen te voorkomen of te beperken;

  9. de resultaten van de immissietoets voor de warmtelozing, verricht volgens de CIW beoordelingssystematiek warmtelozingen, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  10. een schema of tekening van de opzet van het koelwatersysteem en een beschrijving daarvan;

  11. een beschrijving van de wijze waarop de lozing wordt vastgesteld en geregistreerd en de wijze waarop over de lozing wordt gerapporteerd; en

  12. als stoffen aan het koelwater worden toegevoegd:

    1. een lijst met stoffen die worden geloosd;

    2. de eigenschappen van die stoffen;

    3. een onderbouwing van de noodzaak om die stoffen te lozen;

    4. de resultaten van de bepaling van de waterbezwaarlijkheid van de te lozen stoffen, verricht volgens de Algemene BeoordelingsMethodiek, bedoeld in bijlage XVIII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

    5. de resultaten van de immissietoets voor de te lozen stoffen, verricht volgens het Handboek Immissietoets.

Artikel 7.25

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie, een andere milieubelastende installatie, een Seveso-inrichting of het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van:

    1. de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties;

    2. de grondstoffen, hulpmaterialen en andere stoffen die worden gebruikt of gegenereerd;

    3. de bronnen, aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk, met een overzicht van de significante milieugevolgen van die emissies;

    4. de technieken die worden toegepast om emissies die zijn te voorzien in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te verminderen;

    5. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om de emissies in het oppervlaktewaterlichaam of zuiveringtechnisch werk te controleren; en

    6. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de voorgestelde technologie, technieken en maatregelen;

  2. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a; en

  3. een niet-technische samenvatting van de gegevens en bescheiden, bedoeld onder a en b.

Artikel 7.26

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten met bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen of het behandelen of zuiveren van afvalwater, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie per afvalstof;

  2. een beschrijving van de handelingen van nuttige toepassing of verwijdering per afvalstof;

  3. een beschrijving van de handelingen van nuttige toepassing of verwijdering en de wijze van registratie van de afvalstoffen die bij de nuttige toepassing of verwijdering ontstaan;

  4. een beschrijving van de wijze van afzet en registratie van de stoffen of materialen die geen afvalstoffen zijn en die zijn ontstaan bij de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen;

  5. per handeling van nuttige toepassing of verwijdering en per afvalstof de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

  6. als het gaat om afvalstoffen die via afgifte of inzameling worden verkregen: een beschrijving van de procedures van acceptatie van de afvalstoffen, administratieve organisatie en interne controle.

Artikel 7.27

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie, andere milieubelastende installatie, Seveso-inrichting, mijnbouwwerk, militaire zeehaven of luchthaven, het verrichten van milieubelastende activiteiten in de minerale producten industrie of voedingsmiddelenindustrie of het verbranden of verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van:

    1. de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties;

    2. de grondstoffen, hulpmaterialen, andere stoffen en energie die worden gebruikt of gegenereerd;

    3. de emissiebronnen van de activiteiten;

    4. de aard en omvang van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht, met een overzicht van de significante milieugevolgen van de emissies;

    5. de toestand van het terrein van de installatie;

    6. de technieken die worden toegepast ter voorkoming of, als dat niet mogelijk is, ter vermindering van de emissies die zijn te voorzien in de bodem, het water en de lucht;

    7. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afval te voorkomen of, wanneer dat niet mogelijk is, te beperken en om hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing van afvalstoffen voor te bereiden;

    8. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om de emissies in de bodem, het water en de lucht te controleren;

    9. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de voorgestelde technologie, technieken en maatregelen; en

    10. 10°

      een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken;

  2. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

  3. als bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten: een rapport van een bodemonderzoek dat:

    1. is verricht om de kwaliteit van de bodem en het grondwater vast te stellen;

    2. gaat over het gedeelte van de locatie waarop de bodembedreigende stoffen worden gebruikt, gemaakt of uitgestoten;

    3. voldoet aan NEN 5725 en NEN 5740, waarbij het veldwerk wordt verricht door een onderneming met een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of een certificatie-instantie of inspectie-instantie met een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000;

    4. de naam en het adres bevat van degene die het onderzoek heeft verricht;

    5. een beschrijving bevat van de wijze waarop het onderzoek is verricht;

    6. inzicht biedt in de aard en de mate van de aangetroffen verontreinigde stoffen en de herkomst daarvan;

    7. informatie bevat over het huidige en eerdere gebruik van de locatie; en

    8. bestaande informatie bevat over bodemmetingen en grondwatermetingen die de toestand van de bodem en het grondwater weergeven op het tijdstip van opstelling van het rapport, of anders nieuwe bodemmetingen en grondwatermetingen voor het constateren van eventuele verontreiniging van de bodem door de bodemverontreinigende stoffen die bij de activiteit zijn gebruikt, gemaakt of uitgestoten; en

  4. een niet-technische samenvatting van de gegevens en bescheiden, bedoeld onder a tot en met c.

Artikel 7.27a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit die emissies in de lucht of het water veroorzaakt, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een aanduiding van de mate waarin de activiteit leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van de stoffen, bedoeld in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  2. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om emissies in de lucht te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

  3. een aanduiding van de mate waarin zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water worden geëmitteerd; en

  4. een beschrijving van de mogelijkheden om de emissies van zeer zorgwekkende stoffen in de lucht of het water te beperken.

Artikel 7.27b

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een milieubelastende activiteit met een significant verbruik van energie, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. het elektriciteitsverbruik in kilowattuur per jaar;

  2. het brandstofverbruik in kubieke meters per jaar; en

  3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om energie doelmatig te gebruiken.

Artikel 7.28

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van een milieubelastende activiteit op een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met m, verstrekt.

Artikel 7.29

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 100 kW, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. gegevens over het nominaal thermisch ingangsvermogen in megawatt van de stookinstallatie;

    2. gegevens over het type stookinstallatie, onderverdeeld naar gasmotor, dieselmotor, dual-fuelmotor, gasturbine, ketel, fornuis, droger, luchtverhitter en andere stookinstallatie; en

    3. gegevens over het type gebruikte brandstoffen, onderverdeeld naar vaste rie-biomassa, andere vaste brandstoffen, andere vloeibare brandstoffen dan gasolie en andere gasvormige brandstoffen dan aardgas en vergistingsgas.

Artikel 7.29a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van een stookinstallatie, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.30

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het omzetten van elektrische energie in elektromagnetische stralingsenergie, als het elektrisch vermogen groter is dan 4 kW, bedoeld in de artikelen 3.9 en 3.10 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden gegevens en bescheiden verstrekt over de aard en omvang van elektromagnetische velden.

Artikel 7.31

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een windpark met 3 of meer windturbines als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden voor elke windturbine de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het vermogen in kilowatt;

    2. de diameter van de rotors in centimeters;

    3. de hoogte van de masten in meters; en

    4. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico 1 op de 100.000 en 1 op de 1.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

  2. Op het berekenen van de afstand voor het plaatsgebonden risico is artikel 4.11, aanhef en onder b, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.33

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een koelinstallatie, bedoeld in de artikelen 3.15, eerste lid en 3.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

    2. als het gaat om een koelinstallatie met ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 13;

    3. als het gaat om een koelinstallatie met minder dan 10.000 kg ammoniak en met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van ten hoogste 80 mm: gegevens over:

      1. het aantal koelinstallaties in een machinekamer;

      2. de werktemperatuur in graden Celsius van de installatie met pompbeveiliging;

      3. de hoeveelheidsklasse ammoniak in kilogrammen;

      4. de opstellingsuitvoering;

      5. de nominale diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper vanaf de machinekamer en vanaf de vloeistofleiding; en

      6. de coördinaten van de koelinstallatie;

    4. als het gaat om een koelinstallatie met ten minste 10.000 kg ammoniak of met een diameter van de vloeistofleiding naar de verdamper van meer dan 80 mm: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c; en

    5. als het gaat om een koelinstallatie met meer dan 100 kg koolwaterstoffen: gegevens over:

      1. het soort koolwaterstof dat wordt toegepast in de koelinstallatie; en

      2. de hoeveelheid koolwaterstof in kilogrammen die wordt toegepast in de koelinstallatie.

Artikel 7.34

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van een koelinstallatie, bedoeld in artikel 3.16, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.35

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen en gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;

  2. de hoeveelheid water die ten hoogste in de bodem wordt gebracht en de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar;

  3. een beschrijving van de hydrologische en hydrothermische gevolgen van het in de bodem brengen van water en het onttrekken van grondwater;

  4. de maximale temperatuur in graden Celsius van het water dat in de bodem wordt gebracht;

  5. de coördinaten van elke put;

  6. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

  7. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put;

  8. de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het bodemenergiesysteem zal voorzien in megawattuur per jaar;

  9. de lozingsroute van het afvalwater; en

  10. een verklaring van degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt of installeert over het energierendement dat het systeem zal behalen, uitgedrukt als SPF, dat wordt berekend volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: Qw: de hoeveelheid warmte per jaar in megawattuur die door het open bodemenergiesysteem wordt geleverd; Qk: de hoeveelheid koude per jaar in megawattuur die door het systeem wordt geleverd; E: de hoeveelheid elektriciteit per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt; en G: de hoeveelheid gas per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt.

Artikel 7.36

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het aanleggen of gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a, b, f, g, h en j tot en met o, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook gegevens en bescheiden verstrekt over het gehalte van ammonium, zware metalen, ijzer en natriumchloride van het te lozen afvalwater.

Artikel 7.37

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van gassen in een opslagtank, bedoeld in de artikelen 3.21 en 3.22, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank in graden Celsius en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters;

    2. de grootte van de opslagtank in kubieke meters;

    3. een beschrijving van de installatie;

    4. een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank;

    5. als de stoffen onder druk worden opgeslagen: de druk in kilopascal;

    6. als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3:

      1. de jaarlijkse doorzet in kubieke meters;

      2. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

      3. als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank; en

      4. als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp.

    7. als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 kg ammoniak, meer dan 1 m3 andere giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2, meer dan 1 m3 gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3, meer dan 50 m3 propaan of propeen of meer dan 13 m3 acetyleen: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid;

    8. als het gaat om het opslaan van zuurstof, kooldioxide, argon, helium of stikstof: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 9;

    9. als het gaat om het opslaan van ammoniak: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 12; en

    10. als het gaat om het opslaan van propaan, butaan of propeen: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 19.

Artikel 7.38

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vloeistoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen, de temperatuur van de stoffen in de opslagtank en de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen;

    2. de grootte van de opslagtank, tankcontainer of verpakking in kubieke meters en het materiaal waarvan die is gemaakt;

    3. een aanduiding of het gaat om:

      1. een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; en

      2. een verticaal of horizontaal opgestelde opslagtank;

    4. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

    5. als het gaat om het opslaan van:

      1. meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1;

      2. meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

      3. meer dan 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, als die:

        1. i

          bij inademing acuut toxisch zijn; of

        2. ii

          bij opname door de mond acuut toxisch zijn, voor zover die stoffen niet kunnen worden ingedeeld in die klasse bij inademing of blootstelling aan de huid; of

      4. vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, verpakkingsgroep I of II in een bovengrondse opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt met een inhoud van meer dan 150 m3: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid;

    6. als de stoffen onder druk worden opgeslagen: de druk in kilopascal;

    7. als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 30;

    8. als het gaat om het opslaan van andere vloeibare gevaarlijke stoffen dan stoffen van ADR-klasse 3 in een opslagtank met een inhoud van ten hoogste 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 31;

    9. als het gaat om het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3 in een bovengrondse opslagtank met een inhoud van meer dan 150 m3: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 29; en

    10. als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

Artikel 7.39

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen in een opslagtank of een tankcontainer of verpakking die als opslagtank wordt gebruikt, bedoeld in artikel 3.25, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a, b, c, e, f, g, h en n, verstrekt.

Artikel 7.40

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in een opslagplaats opslaan van gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de maximale opslagcapaciteit in kilogrammen;

    2. de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste wordt opgeslagen;

    3. een aanduiding van de stoffen die worden opgeslagen en de eigenschappen van die stoffen en een aanduiding of stoffen van verpakkingsgroep I worden opgeslagen;

    4. de hoeveelheid stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in kilogrammen, die ten hoogste per categorie wordt opgeslagen;

    5. het beschermingsniveau volgens PGS 15;

    6. de oppervlakte in vierkante meters van de opslagplaats;

    7. een beschrijving van de brandbeveiligingsinstallatie en het daarvoor opgestelde uitgangspuntendocument volgens PGS 15;

    8. een aanduiding of de gevaarlijke stoffen wel of niet gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger worden opgeslagen;

    9. de coördinaten van de opslagplaats, tenzij onderdeel l of m van toepassing is;

    10. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 15;

    11. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

    12. als het gaat om het opslaan van meer dan 1.500 l giftige of bijtende gassen van ADR-klasse 2 of meer dan 1.500 l tot vloeistof verdichte gassen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, in gasflessen, bedoeld in artikel 3.28, aanhef en onder a of g, van het Besluit activiteiten leefomgeving: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c;

    13. als het gaat om het opslaan van 10.000 kg of meer in totaal van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.27, eerste lid, onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedoeld in artikel 3.28, aanhef en onder h, van dat besluit, voor zover brandbare gevaarlijke stoffen met fluor-, chloor-, broom-, stikstof- of zwavelhoudende verbindingen worden opgeslagen, of zowel brandbare gevaarlijke stoffen als gevaarlijke stoffen met die verbindingen worden opgeslagen, en voor zover het gaat om:

      1. een opslagplaats met een oppervlakte van meer dan 100 m2; of

      2. verpakkingseenheden van meer dan 100 kg met een stof van ADR-klasse 6.1, van verpakkingsgroep I, die in de open lucht worden gelost of geladen: de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c; en

    14. als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 5.2: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 8.

  2. Het eerste lid, onder m, is niet van toepassing als het gaat om:

    1. het opslaan van ten hoogste 30.000 kg per opslagplaats, voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger; of

    2. een geval waarvoor afstanden zijn vastgesteld in tabel B.3 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 7.41

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk of van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het gewicht van het vuurwerk, de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en de andere stoffen en voorwerpen van ADR-klasse 1 in kilogrammen, onderscheiden naar ADR-klasse en compatibiliteitsgroep als bedoeld in de ADR en aangegeven met de letters A tot en met J, K tot en met N of S, dat ten hoogste wordt opgeslagen in elke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    2. de coördinaten van de ruimte, bedoeld in artikel 4.1031, tweede lid, van dat besluit en elke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    3. de grootte van de deuropening in vierkante meters van elke bewaarplaats en bufferbewaarplaats voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;

    4. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a;

    5. als de aanvraag betrekking heeft op het opslaan van vuurwerk van categorie F4: de hoeveelheid NEM in kilogrammen; en

    6. als de aanvraag betrekking heeft op het bewerken van vuurwerk van categorie F4 of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik:

      1. de namen van degenen door wie of onder toezicht van wie activiteiten met dat vuurwerk of die pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden verricht;

      2. gegevens over de vakbekwaamheid van het personeel dat werkzaamheden met dat vuurwerk of die pyrotechnische artikelen verricht; en

      3. een uitgangspuntendocument voor brandbeveiligingsinstallaties, waarin alle bouwkundige, organisatorische en installatietechnische eisen voor de met sprinklers te beveiligen ruimten en locaties zijn beschreven, dat voldoet aan Memorandum 60 van het Centrum voor criminaliteitspreventie en veiligheid en dat is beoordeeld en goedgekeurd door een inspectie-instantie met een accreditatie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020 als type A voor dat memorandum.

  2. Voor het bepalen van het gewicht van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in:

    1. een bufferbewaarplaats wordt uitgegaan van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met omhulsel en verpakking, maar zonder de transportverpakking, bedoeld in de ADR; en

    2. een bewaarplaats wordt uitgegaan van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met omhulsel en verpakking en met de transportverpakking, bedoeld in de ADR.

Artikel 7.42

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1, bedoeld in artikel 3.34 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de coördinaten van:

    1. het brandcompartiment voor het opslaan van zwart kruit van ADR-klasse 1.1 of rookzwak kruit van ADR-klasse 1.3;

    2. de opslagplaats voor noodsignalen van ADR-klasse 1.3 of 1.4;

    3. de opslagplaats voor munitiepatronen of hagelpatronen voor vuurwapens van ADR-klasse 1.4;

    4. de opslagplaats voor patronen voor schiethamers van ADR-klasse 1.4; en

    5. de opslagplaats voor andere ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1;

  2. het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen;

  3. gegevens over de dikte van het metselwerk of beton in centimeters van de onderdelen van het bouwwerk die grenzen aan de buitenlucht en waarin de ontplofbare stoffen worden opgeslagen;

  4. een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.6 per ontplofbare stof die wordt opgeslagen;

  5. de hoeveelheid NEM in kilogrammen;

  6. als het gaat om het opslaan van gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 1.1, 1.3 of 1.4: een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 32; en

  7. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

Artikel 7.43

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vaste minerale anorganische meststoffen, bedoeld in artikel 3.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de coördinaten;

  2. de opslagcapaciteit in kilogrammen;

  3. de meststoffengroep, bedoeld in PGS 7, van de vaste minerale anorganische meststoffen die worden opgeslagen;

  4. de hoeveelheid in kilogrammen vaste minerale anorganische meststoffen per meststoffengroep, bedoeld in PGS 7, die wordt opgeslagen;

  5. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om te voldoen aan PGS 7; en

  6. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

Artikel 7.44

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten met bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voorafgaand aan de inzameling of afgifte van deze afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.39 en 3.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, onder a tot en met e, verstrekt.

Artikel 7.45

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.40b, eerste lid, en 3.40c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, verstrekt.

  2. Als het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen kan worden aangemerkt als het verwijderen van afvalstoffen, worden bij de aanvraag ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de kwaliteit van de bodem op de locatie waar het op of in de bodem brengen van afvalstoffen plaatsvindt;

    2. de bodemkundige gesteldheid en geohydrologische omstandigheden op de locatie waar het op of in de bodem brengen van afvalstoffen plaatsvindt, waaronder ten minste gegevens over:

      1. de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, vastgesteld met metingen verricht volgens NEN 5766 op de 14e en 28e van elke maand, gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag;

      2. de grondwaterstroming; en

      3. de doorlatendheid in meters per etmaal, dikte in meters, samenstelling en zetting van de bodemlagen;

    3. een beschrijving van het beheer van de afvalstoffen die op of in de bodem zijn gebracht en van de maatregelen of voorzieningen ter bescherming van het milieu die worden getroffen na beëindiging van het op of in de bodem brengen; en

    4. een exploitatieplan en een controleplan die ten minste de volgende gegevens bevatten:

      1. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie;

      2. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van de afvalstoffen;

      3. per handeling en per afvalstof: de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

      4. een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en van de administratieve organisatie en interne controle.

Artikel 7.46

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 3.40c, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.47

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie of buiten een installatie, bedoeld in de artikelen 3.40d en 3.40e, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Als paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing is, worden bij de aanvraag ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om ervoor te zorgen dat:

      1. de installatie zo wordt ontworpen, uitgerust, onderhouden en geëxploiteerd dat wordt voldaan aan paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de afvalcategorieën die worden verbrand of meeverbrand;

      2. de warmte die wordt opgewekt bij het verbrandings- en meeverbrandingsproces zoveel mogelijk wordt gebruikt voor het produceren van warmte, stoom of elektriciteit; en

      3. het ontstaan van residuen en de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk worden beperkt en residuen die ontstaan worden gerecycled;

    2. een beschrijving van de meest ongunstige bedrijfsomstandigheden; en

    3. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie.

Artikel 7.48

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen in een andere milieubelastende installatie of buiten een installatie, bedoeld in artikel 3.40e, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.49

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder a, en 3.42, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een zuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder b, en 3.42, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  3. Bij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van het afvalwater dat wordt ingenomen;

    2. een beschrijving van de aanpak van het verwerken van het ingenomen afvalwater;

    3. een riooltekening;

    4. de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk in inwonerequivalenten;

    5. het gemiddelde lozingsdebiet in kubieke meters per dag;

    6. de maximale hydraulische aanvoer in kubieke meters per uur;

    7. de samenstelling van het te lozen afvalwater;

    8. de ligging van de geuremissiepunten; en

    9. als de drempelwaarden van bijlage 2 bij het rapport Integrale aanpak van risico’s van onvoorziene lozingen worden overschreden: de resultaten van een milieurisicoanalyse.

Artikel 7.50

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder a, en 3.42, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25 verstrekt.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een zuiveringsvoorziening voor het zuiveren van ingezameld of afgegeven afvalwater, bedoeld in de artikelen 3.41, onder b, en 3.42, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.51

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van stoffen, voorwerpen of producten met organische oplosmiddelen, bedoeld in de artikelen 3.44 en 3.45, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.52

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van stoffen, voorwerpen of producten met organische oplosmiddelen, bedoeld in artikel 3.45, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.53

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het afvangen van CO2-stromen voor geologische opslag, bedoeld in de artikelen 3.47 en 3.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.53a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het op of in de bodem brengen van zuiveringsslib afkomstig van zuiveringsinstallaties voor huishoudelijk of stedelijk afvalwater, bedoeld in artikel 3.48b van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van het zuiveringsslib; en

  2. een beschrijving van de procedures van acceptatie van zuiveringsslib en van de administratieve organisatie en interne controle.

Artikel 7.53b

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd, baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd of grond of baggerspecie die niet beschikt over een milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 3.48k, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. als grond of baggerspecie die beschikt over een milieuverklaring bodemkwaliteit wordt opgeslagen: een aanduiding van de kwaliteitsklassen, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit, van de partij grond of partij baggerspecie;

    2. een aanduiding of verschillende partijen grond of verschillende partijen baggerspecie worden samengevoegd; en

    3. als verschillende partijen grond of verschillende partijen baggerspecie worden samengevoegd:

      1. een aanduiding of dit gebeurt tot een partij die groter is dan 25 m3;

      2. een aanduiding van de kwaliteitsklassen, bedoeld in artikel 25d van het Besluit bodemkwaliteit, van de partijen, tenzij partijen die niet beschikken over een milieuverklaring bodemkwaliteit worden samengevoegd; en

      3. het volume van de samengevoegde partij in kubieke meters.

Artikel 7.53c

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het opslaan, zeven, mechanisch ontwateren of samenvoegen van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd, baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd of grond of baggerspecie die niet beschikt over een milieuverklaring bodemkwaliteit, bedoeld in artikel 3.48k, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h, verstrekt.

Artikel 7.53d

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het brengen van grond of baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, voor zover het gaat om het opvullen van een diepe plas voor het bevorderen van de natuurwaarde of recreatieve waarde van de diepe plas, het ontwikkelen tot landbodem voor het verwezenlijken van bedrijventerreinen, woningbouwlocaties, landbouwgronden, natuurgronden of recreatieterreinen of het stabiliseren van wanden, bedoeld in artikel 3.48p van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van de locatie waarop de activiteit wordt verricht en een situatietekening waarop is aangegeven:

    1. de locatie met een legenda en een noordpijl; en

    2. de omgeving van de locatie;

  2. een bovenaanzicht en een dwarsdoorsnede van de locatie op een schaal van ten minste 1:10.000;

  3. een aanduiding van de beoogde:

    1. hoeveelheid in kubieke meters, kwaliteit en herkomst van de grond en baggerspecie die worden toegepast in het oppervlaktewaterlichaam en in de afdeklaag;

    2. dikte van de afdeklaag in meters;

    3. diepte, oppervlakte, chemische en ecologische kwaliteit en het beoogde volume van het oppervlaktewaterlichaam na beëindiging van de activiteit of een fase, als de activiteit gefaseerd wordt verricht; en

    4. datum en het beoogde tijdstip van het begin van de activiteit of de fases, als de activiteit gefaseerd wordt verricht, en de verwachte duur ervan;

  4. de vermelding van de functionele toepassing in het kader waarvan de grond en baggerspecie wordt toegepast en een onderbouwing van de functionaliteit van de toepassing;

  5. de dimensionering van de functionele toepassing in het kader waarvan de grond en baggerspecie wordt toegepast;

  6. een beschrijving van de inrichting en de maatschappelijke functie van de locatie na de opvulling van het oppervlaktewaterlichaam;

  7. een beschrijving van de gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam en de gevolgen voor de openbare drinkwatervoorziening;

  8. een beschrijving van de procedures en van de criteria voor acceptatie van grond en baggerspecie en van de administratieve organisatie en interne controle;

  9. een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch en geohydrologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit;

  10. een beschrijving van de wijze waarop tijdens en na afronding van de activiteit of een fase, als de activiteit gefaseerd wordt verricht, wordt gecontroleerd:

    1. op het bereiken van de doelen, bedoeld onder c;

    2. op verontreiniging van het oppervlaktewaterlichaam of de omgeving van de locatie;

    3. op de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewaterlichaam; en

    4. op de instandhouding van de afdeklaag;

  11. een beschrijving van de wijze waarop is gewaarborgd dat corrigerende maatregelen worden getroffen als de controles, bedoeld onder j, daartoe aanleiding geven; en

  12. een aanduiding en onderbouwing van het type diepe plas, zowel voor als na de opvulling van het oppervlaktewaterlichaam.

Artikel 7.54

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in de artikelen 3.50, eerste lid, en 3.51, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.22a, eerste lid, en 7.27, onder a, c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de naam en functie van de bestuurder van de Seveso-inrichting, als dat een ander is dan degene die de activiteit verricht;

    2. de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die in de Seveso-inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn;

    3. een lijst met de hoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, die aanwezig zijn of kunnen zijn in de Seveso-inrichting;

    4. een beschrijving van de activiteiten die in de Seveso-inrichting worden verricht;

    5. informatie over de directe omgeving van de Seveso-inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of die de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken, met gegevens over inrichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Seveso-richtlijn, milieubelastende activiteiten waarop deze paragraaf niet van toepassing is en gebieden en ontwikkelingen die de bron kunnen zijn van of het risico of de gevolgen van een zwaar ongeval kunnen vergroten;

    6. voor de beoordeling of het risico op een zwaar ongeval of de gevolgen daarvan groter kunnen zijn door de geografische situatie of de ligging van de Seveso-inrichting ten opzichte van andere Seveso-inrichtingen, voor gevaarlijke stoffen die behoren tot de categorie ontplofbare stoffen, ontvlambare gassen, ontvlambare aerosolen of ontvlambare vloeistoffen, bedoeld in bijlage I, deel 1, bij de Seveso-richtlijn:

      1. het grootste insluitsysteem en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die ten hoogste daarin aanwezig kan zijn;

      2. de betrokken gevaarlijke stoffen en de categorieën waartoe deze behoren;

      3. de plaats van het insluitsysteem in de Seveso-inrichting; en

      4. de druk in kilopascal en de temperatuur in graden Celsius van de betrokken gevaarlijke stoffen in het insluitsysteem;

    7. een beschrijving van de passende maatregelen die worden getroffen ter bescherming van een Natura 2000-gebied dat in de nabijheid van de Seveso-inrichting is gelegen; en

    8. als het gaat om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een hogedrempelinrichting: het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 4.14 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en de gegevens en bescheiden die het veiligheidsrapport moet bevatten op grond van de artikelen 4.14 tot en met 4.17 van dat besluit.

Artikel 7.55

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een Seveso-inrichting, bedoeld in artikel 3.51, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.56

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het stoken, bedoeld in de artikelen 3.54 en 3.55, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook gegevens en bescheiden verstrekt die duidelijk maken of het afvangen en comprimeren van kooldioxide en het transporteren daarvan naar een geschikte opslaglocatie in technisch en economisch opzicht haalbaar zijn.

Artikel 7.57

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het stoken, bedoeld in artikel 3.55, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.58

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het raffineren van aardolie en gas, bedoeld in de artikelen 3.57 en 3.58, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.59

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het raffineren van aardolie en gas, bedoeld in artikel 3.58, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.60

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cokes, bedoeld in de artikelen 3.60 en 3.61, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.61

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van cokes, bedoeld in artikel 3.61, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.62

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, het briketteren of walsen van steenkool of bruinkool of het maken van steenkoolproducten of vaste rookvrije brandstof, bedoeld in de artikelen 3.63, eerste lid, en 3.64, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.63

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het vergassen of vloeibaar maken van steenkool of andere brandstoffen, het briketteren of walsen van steenkool of bruinkool of het maken van steenkoolproducten of vaste rookvrije brandstof, bedoeld in artikel 3.64, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.64

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het roosten of sinteren van ertsen, het maken van ijzer of staal, het verwerken, smelten of gieten van ferrometalen of het winnen van ruwe non-ferrometalen, bedoeld in de artikelen 3.66, eerste lid, en 3.67, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.65

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het roosten of sinteren van ertsen, het maken van ijzer of staal, het verwerken, smelten of gieten van ferrometalen of het winnen van ruwe non-ferrometalen, bedoeld in artikel 3.67, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.66

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk of magnesiumoxide, het winnen van asbest of het maken van asbestproducten, het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, het smelten van minerale stoffen, het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles of het maken van koolstof of elektrografiet, bedoeld in de artikelen 3.69, eerste lid, en 3.70, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.67

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het maken van cement, cementklinkers, ongebluste kalk of magnesiumoxide, het winnen van asbest, het maken van asbestproducten, het maken van glas, met inbegrip van het maken van glasvezels, het smelten van minerale stoffen, het maken van mineraalvezels, glazuren of emailles of het maken van koolstof of elektrografiet, bedoeld in de artikel 3.70, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.68

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, anorganisch-chemische producten, fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, producten voor gewasbescherming, biociden, farmaceutische producten of explosieven, bedoeld in de artikelen 3.72, eerste lid, en 3.73, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.69

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van organisch-chemische producten, anorganisch-chemische producten, fosfaathoudende, stikstofhoudende of kaliumhoudende meststoffen, producten voor gewasbescherming, biociden, farmaceutische producten of explosieven, bedoeld in artikel 3.73, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.70

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout of het voorbehandelen of verven van textielvezels of textiel, bedoeld in de artikelen 3.75, eerste lid, en 3.76, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.71

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van papierpulp, papier, karton of oriented strand board, spaanplaat of vezelplaat van hout of het voorbehandelen of verven van textielvezels of textiel, bedoeld in artikel 3.76, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.72

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke of ongevaarlijke afvalstoffen, het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen of het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.78 en 3.79, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de structuur van de onderneming en de organisatie.

Artikel 7.73

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of nuttig toepassen van gevaarlijke of ongevaarlijke afvalstoffen, het tijdelijk opslaan van gevaarlijke afvalstoffen of het ondergronds opslaan van gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 3.79, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.74

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers en dierlijk afval, bedoeld in de artikelen 3.81 en 3.82, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de structuur van de onderneming en de organisatie.

Artikel 7.75

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor de destructie of het verwerken van kadavers en dierlijk afval, bedoeld in artikel 3.82, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.76

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, onder a of b, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de maximale stortcapaciteit in tonnen;

    2. de kwaliteit van de bodem op de locatie waar het storten plaatsvindt;

    3. de bodemkundige gesteldheid en geohydrologische omstandigheden op de locatie waar het storten plaatsvindt, waaronder ten minste gegevens over:

      1. de gemiddelde hoogste en laagste grondwaterstand, vastgesteld met metingen verricht volgens NEN 5766 op de 14e en 28e van elke maand, gedurende een periode van ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag;

      2. de grondwaterstroming; en

      3. de doorlatendheid in meters per etmaal, dikte in meters, samenstelling en zetting van de bodemlagen;

    4. een beschrijving van de nadelige gevolgen voor het milieu en de aard, omvang en duur daarvan die de locatie waar het storten plaatsvindt naar verwachting kan veroorzaken na beëindiging van het storten van afvalstoffen;

    5. een beschrijving van het beheer van de gestorte afvalstoffen en van de maatregelen of voorzieningen ter bescherming van het milieu die worden getroffen na beëindiging van het storten;

    6. een exploitatieplan en een controleplan die ten minste de volgende gegevens bevatten:

      1. een beschrijving van de milieubelastende activiteiten die worden verricht en de installaties;

      2. een beschrijving van de grondstoffen en hulpmaterialen, andere stoffen en energie die worden gebruikt of gegenereerd;

      3. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie;

      4. de aard, samenstelling, hoeveelheid in tonnen, herkomst en wijze van registratie van de afvalstoffen;

      5. per handeling en per afvalstof: de maximale opslagcapaciteit in tonnen en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar;

      6. een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en van de administratieve organisatie en interne controle; en

      7. de capaciteit van de stortplaats;

    7. als het gaat om het storten van afvalstoffen in de diepe ondergrond: een veiligheidsbeoordeling die voldoet aan onderdeel 2.5 van de bijlage bij Beschikking (EG) 2003/33 van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn (EG) 1999/31 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG 2003, L 11);

    8. als de aanvrager om de omgevingsvergunning een ander is dan degene die de stortplaats exploiteert of gaat exploiteren: de naam en het adres van degene die de stortplaats exploiteert of gaat exploiteren; en

    9. als het gaat om een stortplaats waar niet alleen baggerspecie wordt gestort: bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning over de bovenafdichting van de stortplaats.

Artikel 7.77

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, onder a of b, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden, voor zover alleen baggerspecie wordt gestort en de installatie niet ligt in een oppervlaktewaterlichaam, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. over de immissie van verontreiniging in het grondwater:

      1. een aanduiding of in het poriënwater voor een stof de standaardwaarde, bedoeld in bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt overschreden;

      2. als voor een stof die standaardwaarde wordt overschreden: een aanduiding of de toelaatbare flux, bedoeld in bijlage XVIIIg, voor die stof wordt overschreden;

      3. als voor een stof die toelaatbare flux wordt overschreden:

        1. i

          een aanduiding of de standaardwaarde voor die stof door de immissie wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en

        2. ii

          de berekende jaarlijkse vracht aan verontreinigingen in het poriënwater in grammen;

      4. als voor een stof die standaardwaarde wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied: gegevens over het direct buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied optreden van een natuurlijke en effectieve geohydrologische isolatie; en

      5. als voor een stof die standaardwaarde niet wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloed gebied: gegevens waaruit blijkt dat het niet overschrijden van de standaardwaarde alleen het gevolg is van verdunning door locatiespecifieke omstandigheden;

    2. een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in artikel 8.62c van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die worden getroffen om verspreiding van verontreinigende stoffen buiten de stortplaats te voorkomen of te beperken en om te voorkomen dat de standaardwaarde voor een stof wordt overschreden buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied;

    3. een onderbouwing van de effectiviteit van de maatregelen, bedoeld onder b;

    4. een beschrijving van de aanleg, het in werking stellen en het onderhoud van het geohydrologisch isolatiesysteem, bedoeld in artikel 8.62c, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en het controlesysteem, bedoeld in artikel 8.62g van dat besluit, als dat in de directe nabijheid van de stortplaats wordt aangelegd; en

    5. bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning over het aanbrengen van een geohydrologisch isolatiesysteem of een afdeklaag.

  2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en c, worden bepaald volgens bijlage XVIIIf en berekend met een methode waarmee het bevoegd gezag heeft ingestemd.

Artikel 7.78

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie of een andere milieubelastende installatie voor het storten van afvalstoffen, bedoeld in artikel 3.85, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.79

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.84, eerste lid, onder c, en 3.85, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een winningsafvalbeheersplan als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn winningsafval;

    2. bewijs dat de winningsafvalvoorziening geschikt is gelegen, in het bijzonder gelet op verplichtingen voor beschermde gebieden en geologische, hydrologische en hydrogeologische, seismische en geotechnische factoren;

    3. bewijs dat de winningsafvalvoorziening zo is ontworpen dat wordt voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden om:

      1. verontreiniging van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater te voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met de kaderrichtlijn water en de grondwaterrichtlijn;

      2. zeker te stellen dat verontreinigd water en percolaat op doelmatige wijze kunnen worden verzameld; en

      3. erosie door water of wind wordt tegengegaan voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;

    4. bewijs dat de winningsafvalvoorziening passend is gebouwd, wordt beheerd en onderhouden om:

      1. de fysische stabiliteit te verzekeren;

      2. verontreiniging of besmetting van bodem, lucht, oppervlaktewaterlichamen of grondwater te voorkomen; en

      3. schade aan het landschap zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken;

    5. ontwerpen en regelingen voor:

      1. periodieke monitoring en inspectie van de winningsafvalvoorziening door personen die beschikken over de daarvoor benodigde vakbekwaamheid; en

      2. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen als de resultaten van de monitoring en inspectie wijzen op instabiliteit of verontreiniging van water of bodem;

    6. regelingen voor:

      1. de rehabilitatie en sluiting van de winningsafvalvoorziening; en

      2. de fase na sluiting van de winningsafvalvoorziening;

    7. bewijs dat in het ontwerp en bij de bouw van een winningsafvalvoorziening van categorie A rekening is gehouden met de noodzakelijke voorwaarden om een zwaar ongeval te voorkomen en de nadelige gevolgen van een dergelijk ongeval voor de gezondheid of het milieu te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken;

    8. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie; en

    9. bewijs dat financiële zekerheid is of wordt gesteld voor het nakomen van verplichtingen die gaan gelden op grond van de omgevingsvergunning en dat het bedrag waarvoor de zekerheid in stand wordt gehouden, is berekend overeenkomstig beschikking nr. 2009/335/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 april 2009 inzake technische richtsnoeren voor het stellen van de financiële zekerheid overeenkomstig Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU 2006, L 102/15).

Artikel 7.80

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het storten of verzamelen van winningsafvalstoffen, bedoeld in artikel 3.85, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.81

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of een afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in de artikelen 3.87 en 3.88, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om ervoor te zorgen dat:

      1. de installatie zo wordt ontworpen, uitgerust, onderhouden en geëxploiteerd dat wordt voldaan aan paragraaf 4.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de afvalcategorieën die worden verbrand of meeverbrand;

      2. de warmte die wordt opgewekt bij het verbrandings- en meeverbrandingsproces zoveel mogelijk wordt gebruikt voor het produceren van warmte, stoom of elektriciteit; en

      3. het ontstaan van residuen en de schadelijkheid ervan zoveel mogelijk worden beperkt en residuen die ontstaan worden gerecycled;

    2. een beschrijving van de meest ongunstige bedrijfsomstandigheden; en

    3. een beschrijving van de structuur van de onderneming en de organisatie.

Artikel 7.82

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het verwijderen of het nuttig toepassen van afvalstoffen in een afvalverbrandingsinstallatie of een afvalmeeverbrandingsinstallatie, bedoeld in artikel 3.88, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.83

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van dierlijke meststoffen, bedoeld in de artikelen 3.90 en 3.91, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.84

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3.91, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.85

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het bewerken van drinkwater voor de openbare drinkwatervoorziening, bedoeld in de artikelen 3.93, eerste lid, en 3.94, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h, j en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.86

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het behandelen van aardgas, het regelen van aardgasdruk of het meten van de hoeveelheid of kwaliteit van aardgas, bedoeld in de artikelen 3.97 en 3.98 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de ontwerpcapaciteit in normaal kubieke meters per uur en de werkdruk in kilopascal aan de inlaatzijde van de installatie; en

    2. de opstelling van de installatie.

Artikel 7.87

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in artikel 3.104, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.88

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in artikel 3.104, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.89

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het smelten of gieten van non-ferrometalen, het harden of gloeien van metalen of het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak, bedoeld in artikel 3.105, aanhef en onder a, b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag wordt ook een aanduiding verstrekt van de metalen die worden verwerkt.

  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanbrengen van metaallagen met een cyanidehoudend bad met een inhoud van ten minste 100 l of voor het behandelen van het oppervlak van metalen met een bad met een inhoud van ten minste 1 m3 vloeibare gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 6.1 of vloeibare gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening, bedoeld in artikel 3.105, aanhef en onder d of e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, verstrekt.

Artikel 7.90

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van ferrometalen, het smelten van non-ferrometalen, het behandelen van het oppervlak van metalen, het maken van auto’s of motoren of het assembleren van auto’s, het bouwen of repareren van luchtvaartuigen of het maken van spoorwegmaterieel, bedoeld in artikel 3.106, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving of het met testbanken beproeven van motoren, turbines of reactoren of het uitstampen van metalen met springstoffen, bedoeld in artikel 3.106, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de metalen die worden verwerkt; en

    2. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.91

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het verwerken van metalen, bedoeld in artikel 3.107 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de metalen die worden verwerkt;

    2. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt;

    3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; en

    4. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.92

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het verwerken van metalen, het op metaal aanbrengen van deklagen of conversielagen, het behandelen van het oppervlak van metalen, het harden en gloeien van metalen, het diffunderen van stoffen in het metaaloppervlak of het maken van producten van metaal, bedoeld in de artikelen 3.103, onder b tot en met f, en 3.108 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.93

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in artikel 3.112, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.94

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in artikel 3.112, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.95

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken van asfalt, asfaltproducten, kalkzandsteen of cellenbeton, bedoeld in artikel 3.113 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.96

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van keramische producten door verhitting, bedoeld in artikel 3.114 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de materialen die worden verwerkt;

    2. als steen mechanisch wordt bewerkt: een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt; en

    3. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.97

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het breken, malen, zeven of drogen van mergel, zand, grind, kalk, steenkolen of andere mineralen of derivaten daarvan, het winnen van steen, mergel, zand, grind of kalk of het maken van betonmortel of producten van betonmortel, bedoeld in artikel 3.115 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de materialen die worden verwerkt;

    2. als steen mechanisch wordt bewerkt: een opsomming van de steensoorten die worden bewerkt;

    3. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen;

    4. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

    5. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.98

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen, het vullen van spuitbussen met drijfgassen, het maken van vloeibare biobrandstof of het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht, bedoeld in artikel 3.119, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.99

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van elastomeren, verf, lak, drukinkt, lijm, waspoeder of enzymen, het vullen van spuitbussen met drijfgassen, het maken van vloeibare biobrandstof of het maken van vloeibare gassen uit de buitenlucht, bedoeld in artikel 3.119, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.100

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het looien van huiden of het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in artikel 3.123, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.101

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het looien van huiden of het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in artikel 3.123, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.102

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in artikel 3.124, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de houtconserveringsmiddelen die worden toegepast; en

    2. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het gebruik van houtconserveringsmiddelen te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.103

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het conserveren van hout of houtproducten, bedoeld in artikel 3.124, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

Artikel 7.104

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van papierstof, papier of karton, het looien van huiden of het voorbehandelen of verven van vezels of textiel, bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

    2. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

    3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.105

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van papierstof, papier of karton, het looien van huiden of het voorbehandelen of verven van vezels of textiel, bedoeld in artikel 3.125, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.106

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken of verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in artikel 3.129, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.107

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het slachten van dieren, het bewerken of verwerken van dierlijke of plantaardige grondstoffen voor het maken van levensmiddelen of voeder of het bewerken en verwerken van alleen melk, bedoeld in artikel 3.129, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.108

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van dierlijke of plantaardige oliën en vetten, het maken van conserven van dierlijke en plantaardige producten, het maken van zuivel, het brouwen van bier of het mouten, het maken van siroop of suikerwaren, het slachten van dieren of het maken van zetmeel, vismeel, visolie of suiker, bedoeld in artikel 3.130 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar;

    2. de ligging van de geuremissiepunten; en

    3. als in het vuilwaterriool zuurstofbindende stoffen met een jaargemiddelde vervuilingswaarde van 5.000 inwonerequivalenten of meer worden geloosd: een overzicht van de spreiding van de lozing over het jaar.

Artikel 7.109

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of bewerken van voedingsmiddelen voor landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.131 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.110

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in artikel 3.135, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.111

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een ippc-installatie voor het behandelen van het oppervlak van metalen of kunststoffen door een elektrolytisch of chemisch procedé, bedoeld in artikel 3.135, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.25, verstrekt.

Artikel 7.112

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het blazen, expanderen of schuimen van kunststof met een blaasmiddel anders dan lucht, kooldioxide of stikstof, bedoeld in artikel 3.136 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a, onder c en d, en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag wordt ook een aanduiding verstrekt van de blaasmiddelen die worden toegepast.

Artikel 7.113

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het behandelen van het oppervlak van kunststof met een elektrolytisch of chemisch procedé of voor het maken of behandelen van producten op basis van elastomeren, bedoeld in artikel 3.137 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a, onder c en d, en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. als polyesterhars wordt verwerkt:

      1. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

      2. de ligging van de geuremissiepunten; en

    2. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.114

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het bedrukken van materialen met zeefdruk, vellenoffset, rotatieoffset, illustratiediepdruk of flexografie, bedoeld in de artikelen 3.140, eerste en tweede lid, en 3.141 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.115

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m of het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen, bedoeld in artikel 3.145, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. als polyesterhars wordt verwerkt:

      1. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

      2. de ligging van de geuremissiepunten; en

    2. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.116

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van een andere milieubelastende installatie voor het maken van metalen pleziervaartuigen met een langs de waterlijn te meten lengte van ten minste 25 m of het maken, onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen, anders dan pleziervaartuigen, bedoeld in artikel 3.145, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

Artikel 7.117

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het maken van materialen, eindproducten of halffabrikaten met een stookinstallatie, koelinstallatie of oplosmiddeleninstallatie, bedoeld in de artikelen 3.148, eerste en tweede lid, en 3.149 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.118

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van metaalschroot of autowrakken, bedoeld in artikel 3.153 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, verstrekt.

Artikel 7.119

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het voorbehandelen van ingezameld of afgegeven rubberafval of kunststofafval voor verdere recycling, bedoeld in de artikelen 3.159 en 3.160 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.120

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van metaalschroot of autowrakken, bedoeld in artikel 3.164 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27a, onder c en d, verstrekt.

Artikel 7.121

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in de artikelen 3.173 en 3.174 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

  2. de ontwerpcapaciteit van het zuiveringtechnisch werk in inwonerequivalenten;

  3. het gemiddelde lozingsdebiet in kubieke meters per dag;

  4. de maximale hydraulische aanvoer in kubieke meters per uur;

  5. de resultaten van de immissietoets voor fosforverbindingen en stikstofverbindingen, uitgevoerd volgens het Handboek Immissietoets;

  6. de ligging van de geuremissiepunten;

  7. een overzicht van de in te nemen afvalstoffen en de te verrichten activiteiten met afvalstoffen;

  8. per afvalstof de opslagcapaciteit en de verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

  9. een beschrijving van de procedures van acceptatie van afvalstoffen en van de administratieve organisatie en interne controle.

Artikel 7.121a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in artikel 3.179, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.26, verstrekt.

Artikel 7.121b

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het bewerken van grond van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd of baggerspecie van de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd, bedoeld in artikel 3.179, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h, verstrekt.

Artikel 7.122

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in artikelen 3.185, eerste lid, 3.186, eerste lid, 3.191, eerste lid, 3.192, eerste lid, 3.195, eerste lid, of 3.196, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 3.187, eerste lid, 3.188, eerste lid, 3.189, eerste lid, 3.190, 3.193, eerste lid, 3.194, eerste lid, of 3.197, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26 en 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  3. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid wordt ook een beschrijving verstrekt van de structuur van de onderneming en de organisatie.

Artikel 7.123

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, bedoeld in de artikelen 3.185, vijfde lid, 3.186, vierde lid, 3.187, derde lid, 3.191, vierde lid, 3.192, vierde lid, of 3.197, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag wordt ook een beschrijving verstrekt van de aanpak van het verwerken van het ingenomen afvalwater.

Artikel 7.124

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens, bedoeld in artikel 3.201 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een opgave van het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie als bedoeld in bijlage V dat ten hoogste zal worden gehouden;

    2. per dierenverblijf:

      1. een opgave van het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie als bedoeld in bijlage V dat ten hoogste zal worden gehouden;

      2. een beschrijving van het huisvestingssysteem en van de aanvullende techniek; en

      3. een beschrijving van de wijze van ventilatie;

    3. per dierenverblijf waar landbouwhuisdieren worden gehouden waarvoor in bijlage V een emissiefactor voor geur of PM10 is vastgesteld:

      1. een plattegrondtekening op schaal met de ligging van de dierenverblijven, de emissiepunten en een overzicht van ventilatoren met diameter; en

      2. een doorsnedetekening met de goothoogte, de nokhoogte en de hoogte van het emissiepunt;

    4. de lozingsroutes;

    5. als er sprake is van het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie met een totaal volume van meer dan 3 m3: een opgave van het totaal volume van de opslagcapaciteit in kubieke meters bij een opslag van meer dan 600 m3;

    6. als er sprake is van het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin:

      1. het volume in kubieke meters en de oppervlakte van het mestbassin in vierkante meters; en

      2. het totaal volume of de totale oppervlakte van de mestbassins op de locatie als het gezamenlijke volume meer is dan 2.500 m3 of de gezamenlijke oppervlakte ten minste 350 m2 is;

    7. als er sprake is van het composteren en opslaan van groenafval met een volume van 3 m3 tot en met 600 m3: het maximale volume in kubieke meters van de opslag of het composteren;

    8. als er sprake is van het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten: gegevens of bescheiden waaruit blijkt welke handelingen met gewasbeschermingsmiddelen worden verricht; en

    9. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.125

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het houden van landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 3.202 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.124, tweede lid, verstrekt.

Artikel 7.126

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis of ongewervelde waterdieren of het telen van waterplanten, bedoeld in artikel 3.222, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een riooltekening;

    2. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

    3. de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

    4. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.127

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het kweken van consumptievis of ongewervelde waterdieren of het telen van waterplanten, bedoeld in artikel 3.222, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.128

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen in combinatie met afvalstoffen, het vergisten van plantaardig materiaal, het verbranden van dierlijke meststoffen of het composteren van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3.226, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.26, 7.27a en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de hoeveelheid plantaardig materiaal in kubieke meters per jaar die ten hoogste wordt vergist;

    2. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

    3. een riooltekening;

    4. het debiet in kubieke meters per uur dat ten hoogste wordt geloosd;

    5. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

    6. als er sprake is van het vergisten van dierlijke meststoffen:

      1. de maximale verwerkingscapaciteit van dierlijke meststoffen in kubieke meter per jaar;

      2. de maximale opslagcapaciteit van het vergistingsgas in kubieke meter;

      3. de coördinaten van:

        1. i

          het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen; en

        2. ii

          het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen;

      4. de methode van bewerking en de bestemming van het vergistingsgas; en

      5. de methode van stabilisatie van het digestaat; en

    7. als sprake is van covergisting: de aard van de cosubstraten.

Artikel 7.129

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het drogen of indampen van dierlijke meststoffen, het vergisten van dierlijke meststoffen in combinatie met afvalstoffen, het vergisten van plantaardig materiaal, het verbranden van dierlijke meststoffen of het composteren van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3.226, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met o, verstrekt.

Artikel 7.130

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van koelwater met een warmtevracht van meer dan 50 MW afkomstig van het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum, bedoeld in artikel 3.236 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.24, verstrekt.

Artikel 7.131

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor ingeperkt gebruik als bedoeld in artikel 3.247 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013: het maximale aantal werkruimten waarop inperkingsniveau I of II van toepassing is;

  2. per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013: het maximale aantal werkruimten waarop inperkingsniveau III van toepassing is;

  3. per type werkruimte als bedoeld in bijlage 4 bij het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013: het aantal werkruimten waarop inperkingsniveau IV van toepassing is; en

  4. een plattegrond van de locatie waarop het ggo-gebied is aangegeven.

Artikel 7.132

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.260, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder c en d, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

    2. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

    3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken; en

    4. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.133

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het oefenen van brandbestrijdingstechnieken, bedoeld in artikel 3.260, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder b, d, f, h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.134

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.16, 3.22, 3.25, 3.28, 3.31, 3.34 of 3.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving als bedoeld in artikel 3.269 van dat besluit, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van die milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen;

  2. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en

  3. de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen.

Artikel 7.135

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, voor zover het gaat om het opslaan van meer dan 25 m3 gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 3, bedoeld in de artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal opslagtanks dat aanwezig is;

    2. de vloeistoffen die worden opgeslagen in de opslagtanks;

    3. de coördinaten van:

      1. de zijden van het bunkerstation; en

      2. het vulpunt van het bunkerstation;

    4. de hoeveelheid in liters van de vloeistoffen die ten hoogste wordt opgeslagen in de opslagtanks; en

    5. de doorzet in kubieke meters per jaar van de opgeslagen vloeistoffen in de opslagtanks.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met LPG bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in de artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal opslagtanks voor LPG dat aanwezig is;

    2. de coördinaten van:

      1. de opslagtank voor LPG;

      2. het vulpunt van de opslagtank voor LPG;

      3. de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en pomp; en

      4. het aansluitpunt van die leiding;

    3. de hoeveelheid LPG in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    4. de doorzet in kubieke meters per jaar.

  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met LNG bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in de artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

    2. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

    3. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

    4. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

    5. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp;

    6. de gebruikte voordruk in kilopascal; en

    7. de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b.

  4. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van gemotoriseerde vaartuigen of drijvende werktuigen met waterstof bij een bunkerstation of vanaf de wal met een vaste installatie voor het tanken, bedoeld in de artikelen 3.272 en 3.273, aanhef en onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de coördinaten van:

      1. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;

      2. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en

      3. de opslagtank;

    2. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    3. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

Artikel 7.137

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het proefdraaien van straalmotoren of straalturbines of het proefdraaien met testbanken van motoren, turbines of reactoren, bedoeld in artikel 3.281 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

    2. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.139

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van steenkool, ertsen of derivaten van ertsen, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27a, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van stofvorming en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

    2. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

    3. de locaties van de lozingspunten waar op het vuilwaterriool of schoonwaterriool wordt geloosd;

    4. de samenstelling van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd;

    5. de bron of oorzaak van het afvalwater dat op het vuilwaterriool en schoonwaterriool wordt geloosd; en

    6. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om het ontstaan van afvalwater te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.140

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opstellen van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder b of c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opstelplaats van voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal en het soort voertuigen, opleggers of aanhangers met gevaarlijke stoffen dat wordt opgesteld;

    2. de coördinaten van de opstelplaats;

    3. de hoeveelheid stoffen in liters of kilogrammen die ten hoogste aanwezig is in de voertuigen, opleggers of aanhangers;

    4. de ADR-klasse en de eigenschappen van de gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn in de voertuigen, opleggers of aanhangers; en

    5. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen die worden verricht op dezelfde locatie als de activiteiten, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder b tot en met k, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of op dezelfde locatie als een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.16, 3.22, 3.25, 3.28, 3.31, 3.34 of 3.37 van dat besluit als bedoeld in artikel 3.286, tweede lid, van dat besluit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van die andere milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen;

    2. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in liters; en

    3. de ADR-klassen van die gevaarlijke stoffen.

Artikel 7.141

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het begassen of ontgassen van containers, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de eigenschappen van de stoffen die worden gebruikt om te begassen of ontgassen;

  2. de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gebruikt om te begassen of ontgassen; en

  3. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om vrijkomende dampen op te vangen.

Artikel 7.142

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

    2. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

    3. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

    4. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

    5. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en

    6. de gebruikte voordruk in kilopascal.

  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder f, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de coördinaten van:

      1. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;

      2. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en

      3. de opslagtank;

    2. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    3. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

Artikel 7.143

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onverpakt in bulk opslaan van meer dan 1 kg vaste gevaarlijke stoffen of het opslaan van gevaarlijke stoffen in container, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, aanhef en onder g en h, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de maximale opslagcapaciteit in kilogrammen;

  2. de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste wordt opgeslagen;

  3. het soort verpakkingen waarin de gevaarlijke stoffen worden opgeslagen; en

  4. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om bodemverontreiniging te voorkomen.

Artikel 7.144

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het gewicht van het vuurwerk en de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen, onderscheiden naar ADR-klasse en compatibiliteitsgroep als bedoeld in de ADR en aangegeven met de letters A tot en met J, K tot en met N of S, dat ten hoogste wordt opgeslagen; en

    2. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan van ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1 door een ander dan de Nederlandse of bondgenootschappelijke krijgsmacht voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder j, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per opslagplaats de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het type ontplofbare stoffen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen;

    2. een aanduiding of het gaat om ADR-klasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 of 1.6 per type ontplofbare stof die wordt opgeslagen;

    3. de hoeveelheid NEM in kilogrammen; en

    4. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het buiten een Seveso-inrichting opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder k, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, verstrekt.

  4. Bij de aanvraag, bedoeld in het derde lid, worden per opslagplaats ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de gegevens die nodig zijn om de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, en de categorie van die gevaarlijke stoffen te identificeren die aanwezig zijn of kunnen zijn;

    2. een lijst met de hoeveelheid in kilogrammen, aard en fysische vormen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn, die aanwezig zijn of kunnen zijn; en

    3. de jaarlijkse doorzet in kilogrammen van de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 3, tiende lid, van de Seveso-richtlijn.

Artikel 7.145

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het voor het vervoer van goederen opslaan van stoffen, bedoeld in artikel 3.286, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder e, f, h, n, o, p en q, verstrekt.

Artikel 7.146

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een andere milieubelastende installatie voor het repareren van vliegtuigen, bedoeld in artikel 3.293 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in de artikelen 7.27a en 7.27b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de metalen die worden verwerkt;

    2. als polyesterhars wordt verwerkt:

      1. de maximale verwerkingscapaciteit in tonnen per jaar; en

      2. de ligging van de geuremissiepunten; en

    3. als gasflessen worden gevuld met propaan of butaan: de hoeveelheid gassen in liters die ten hoogste wordt opgeslagen.

Artikel 7.147

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in de artikelen 3.295a en 3.295b van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal wagons met gevaarlijke stoffen dat per jaar het spoorwegemplacement aandoet;

    2. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste tegelijkertijd op het spoorwegemplacement aanwezig is; en

    3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.148

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in de artikelen 3.296 en 3.297, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;

    2. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;

    3. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;

    4. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;

    5. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en

    6. de gebruikte voordruk in kilopascal.

  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in de artikelen 3.296 en 3.297, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de coördinaten van:

      1. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;

      2. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en

      3. de opslagtank;

    2. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en

    3. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.

Artikel 7.149

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het inwendig reinigen van opslagtanks of verpakkingen waarin gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of voertuigen, opleggers, aanhangers, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen zijn vervoerd, bedoeld in artikel 3.301, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.150

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het inwendig reinigen van opslagtanks of verpakkingen waarin gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of voertuigen, opleggers, aanhangers, tankcontainers of bulkcontainers waarin gevaarlijke stoffen zijn vervoerd, bedoeld in artikel 3.301, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h, j en k tot en met o, verstrekt.

Artikel 7.151

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het sporten of recreëren met voertuigen met een verbrandingsmotor in de buitenlucht, bedoeld in artikel 3.305 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

  2. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

  3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.152

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of het exploiteren van een mijnbouwwerk, bedoeld in de artikelen 3.320 en 3.321, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de capaciteit van het mijnbouwwerk die ten hoogste wordt bereikt in kubieke meters per dag;

    2. het motorische of thermische vermogen in kilowatt van de installaties die tot het mijnbouwwerk behoren dat ten hoogste wordt bereikt;

    3. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    4. de coördinaten van het mijnbouwwerk;

    5. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen voor het opslaan van afvalstoffen in het mijnbouwwerk; en

    6. de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder b en c, als het gaat om het winnen, opslaan, bewerken of gereedmaken voor transport van:

      1. gevaarlijke stoffen in de gevarenklasse:

        1. i

          ontvlambare gassen, categorie 1 of 2, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening;

        2. ii

          ontvlambare vloeistoffen, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 2, bij de CLP-verordening; of

        3. iii

          acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3, bedoeld in bijlage I, deel 3, bij de CLP-verordening;

      2. ontplofbare stoffen van ADR-klasse 1; of

      3. gevaarlijke stoffen van ADR-klasse 2, 3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 6.1 of 8.

Artikel 7.153

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een militaire zeehaven, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in de artikelen 3.323 en 3.324, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.154

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van afvalwater afkomstig van het exploiteren van een militaire zeehaven, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in artikel 3.324, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.155

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een militaire luchthaven, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in de artikelen 3.326 en 3.327 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.27, verstrekt.

Artikel 7.156

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opslaan en bewerken van stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.1 of 1.2, of meer dan 50 kg NEM in stoffen of voorwerpen van ADR-klasse 1.3, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoeld in de artikelen 3.331 en 3.332 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. per opslagplaats: het type ontplofbare stoffen of voorwerpen en de hoeveelheid in kilogrammen die ten hoogste wordt opgeslagen; en

  2. als sprake is van een militair explosieaandachtsgebied als bedoeld in artikel 5.32, aanhef en onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving: de berekening van de begrenzing van de locatie van dat gebied.

Artikel 7.157

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen op een schietbaan of combinatie van schietbanen waar meer dan 3.000.000 schoten per jaar worden afgevuurd, een permanente voorziening waarop ontplofbare voorwerpen uit militaire vliegtuigen worden geworpen of springterreinen, met inbegrip van het terrein, bedoeld in artikel 5.150, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bedoeld in de artikelen 3.334 en 3.335, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. informatie over de fysieke begrenzing van de locatie waarop de activiteit zal worden verricht;

  2. informatie over het type schietbaan;

  3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken;

  4. een aanduiding van de aard en omvang van de geluidemissies en geluidimmissies die door de activiteit worden veroorzaakt; en

  5. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om geluidemissies te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.

Artikel 7.157a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in een oppervlaktewaterlichaam brengen van ontplofbare stoffen of voorwerpen afkomstig van het gebruik van ontplofbare stoffen of voorwerpen door de Nederlandse of een bondgenootschappelijke krijgsmacht, bedoeld in artikel 3.335, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. van de ontplofbare stoffen en voorwerpen die in het oppervlaktewaterlichaam worden gebracht:

    1. een aanduiding van het type;

    2. een aanduiding van het kaliber;

    3. een indicatie van de samenstelling; en

    4. de totale jaarvracht in kilogrammen; en

  2. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om verontreiniging van het oppervlaktewaterlichaam te beperken.

Artikel 7.157b

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het produceren en leveren van teruggewonnen water als bedoeld in artikel 19.1c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een risicobeheerplan als bedoeld in artikel 5 van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater; en

  2. de gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan artikel 6, derde en zesde lid, van de verordening hergebruik stedelijk afvalwater.

Artikel 7.158

De artikelen in deze paragraaf en artikel 7.23 zijn alleen van toepassing voor zover dat in de paragrafen 7.2.4.2 tot en met 7.2.4.8 of 7.2.5.2 tot en met 7.2.5.9 is bepaald.

Artikel 7.159

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk als bedoeld in hoofdstuk 6 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

  2. een toelichtende tekening en de coördinaten van de activiteit met daarbij het ontwerp en de afmetingen van het werk of het tracé van de kabel of de leiding;

  3. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  4. een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor de waterkwaliteit, waterkwantiteit, waterveiligheid en maatschappelijke functies van het waterstaatswerk;

  5. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; en

  6. als een waterstaatswerk wordt gekruist door een boring: een boorplan met een beschrijving van de horizontaal gestuurde boring overeenkomstig Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen, uitgegeven door Rijkswaterstaat.

Artikel 7.160

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam of een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.161

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.162

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet die bestaat uit het ontgronden in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van:

    1. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

    2. de oppervlakte die ten hoogste wordt ontgrond;

    3. de diepte in meters die ten hoogste wordt bereikt ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

    4. de bestaande maaiveldhoogte;

    5. de dwarsprofielen van de activiteit; en

    6. de opleveringshoogten;

  2. de coördinaten van de locatie waarop de ontgrondingsactiviteit wordt verricht;

  3. een beschrijving van de locatie waarop de activiteit wordt verricht en een vermelding van het huidige gebruik;

  4. de reden van de activiteit en het toekomstig gebruik van de te ontgronden locatie;

  5. de hoeveelheid in kubieke meters en de soort stoffen die naar verwachting:

    1. worden ontgraven;

    2. worden toegepast op een andere locatie dan de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    3. worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie; en

    4. de herkomst van de stoffen die worden toegepast op de locatie waarop de activiteit wordt verricht en afkomstig zijn van een andere locatie;

  6. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  7. een beschrijving van de wijze waarop is verzekerd dat de locatie, zowel tijdens het verrichten van de activiteit als daarna, veilig en stabiel is;

  8. een beschrijving en tekening van de inrichting en het beheer van de locatie na beëindiging van de activiteit;

  9. een tekening met daarop aangegeven de begrenzing van de te ontgronden en in te richten locatie;

  10. naam, type en registratiegegevens van het te gebruiken vaartuig of drijvend werktuig;

  11. een beschrijving van de gevolgen van de activiteit voor het oppervlaktewaterlichaam en de omgeving;

  12. een rapportage met een weergave van een verricht hydrologisch en geohydrologisch onderzoek naar de gevolgen van de activiteit; en

  13. als het gaat om een activiteit in een rivier: een rivierkundig onderzoek.

Artikel 7.163

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.164

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.165

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.35 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.166

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.36, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. het doel waarvoor het te onttrekken oppervlaktewater wordt gebruikt;

  2. de coördinaten van elk onttrekkingspunt;

  3. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per onttrekkingspunt;

  4. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste wordt onttrokken;

  5. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

  6. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

Artikel 7.167

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk of het in de bodem brengen van water voor aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;

  2. het aantal in te richten putten;

  3. de coördinaten van elke put;

  4. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

  5. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put;

  6. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;

  7. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;

  8. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

  9. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

Artikel 7.168

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.168a

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een mijnbouwinstallatie, bedoeld in artikel 6.46, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    2. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    3. een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, bedoeld in artikel 6.46, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

    2. de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt.

Artikel 7.169

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis, het kweken of houden van ongewervelde waterdieren, het telen van waterplanten of het invangen van mosselzaad in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.50 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.170

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.171

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a, f tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.172

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving en toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening;

    2. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening;

    3. een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en

    4. de coördinaten van de uitstroomvoorziening.

Artikel 7.173

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met d, f tot en met h en j tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.173a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in een beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.56j, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  2. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

  3. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 7.174

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen, laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk tussen 1 oktober en 1 april, bedoeld in artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.175

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden of het plaatsen, laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.176

De artikelen 7.23 en 7.159 zijn alleen van toepassing voor zover dat in de paragrafen 7.2.5.2 tot en met 7.2.5.9 is bepaald.

Artikel 7.177

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, in stand houden of slopen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden, veranderen of verwijderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen, in stand houden of verwijderen van andere objecten in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.17, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

  2. Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 7.178

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet die bestaat uit het ontgronden in de Noordzee, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.162, onder a tot en met k, verstrekt.

  2. Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 7.179

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het ontgraven, verplaatsen of toepassen van grond of baggerspecie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.28, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

  2. Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 7.180

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    2. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om eventuele risico’s voor de mijnbouwinstallatie zoveel mogelijk te beperken;

    3. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en

    4. een kaart met de locatie van de mijnbouwinstallatie, het beperkingengebied met betrekking tot die installatie en de bijzonderheden van het omliggende gebied.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een andere installatie dan een mijnbouwinstallatie in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.47, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, onder a tot en met c en e tot en met i, verstrekt.

  3. Bij de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, worden ook de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht verstrekt.

Artikel 7.181

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het lozen van huishoudelijk afvalwater in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.49 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.182

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kweken van consumptievis, het kweken of houden van ongewervelde waterdieren, het telen van waterplanten en het invangen van mosselzaad in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.55 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

  2. Als de aanvraag betrekking heeft op een locatie buiten het provinciaal en gemeentelijk ingedeelde gebied, wordt bij de aanvraag ook een rapport verstrekt waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld.

Artikel 7.183

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.159, verstrekt.

Artikel 7.184

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of water afkomstig van het onderhouden, repareren, schoonmaken of behandelen van de scheepshuid van vaartuigen of drijvende werktuigen in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g, h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.185

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van meer dan 5.000 m3 water per uur in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, g en i, verstrekt.

  2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving en een toelichtende tekening van de uitstroomvoorziening;

    2. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per uitstroomvoorziening;

    3. een aanduiding van de afmetingen van de uitstroomvoorziening; en

    4. de coördinaten van de uitstroomvoorziening.

Artikel 7.186

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a tot en met c, f tot en met h en l tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.187

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een stortingsactiviteit op zee als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d, van de wet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van de aard, samenstelling, eigenschappen en herkomst van de stoffen die worden gestort;

  2. een aanduiding van de hoeveelheid in kubieke meters van de stoffen die worden gestort;

  3. een beschrijving van de methode van storten;

  4. een beschrijving van de gevolgen voor het mariene milieu van de stoffen die worden gestort; en

  5. het onderzoeksprotocol en de onderzoeksstrategie, bedoeld in NEN 5720.

Artikel 7.188

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie voor het opsporen of winnen van delfstoffen, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan; en

    2. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een mijnbouwinstallatie die geheel of gedeeltelijk boven het wateroppervlak uitsteekt, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    2. de coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

    3. als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een in bijlage III aangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid;

    4. als de mijnbouwinstallatie met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een in bijlage III aangewezen gebied dat druk wordt bevaren: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en

    5. als de mijnbouwinstallatie, met inbegrip van het om die installatie gelegen beperkingengebied, is voorzien in een gebied dat is aangewezen in een kavelbesluit of een voorbereidingsbesluit bevaren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, respectievelijk, artikel 9, eerste lid, van de Wet windenergie op zee: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de elektriciteitsopwekking en de veiligheid.

  3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken van een locatie in de Noordzee voor een verkenningsonderzoek met gebruikmaking van kunstmatig opgewekte trillingen, bedoeld in artikel 7.67, aanhef en onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

    2. de wijze waarop het verkenningsonderzoek zal worden verricht en de technieken en hulpmiddelen die daarbij worden gebruikt;

    3. de coördinaten van de locatie waarop het verkenningsonderzoek wordt verricht;

    4. als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen oefen- en schietgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de landsverdediging en de veiligheid;

    5. als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen aanloopgebied: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid; en

    6. als het verkenningsonderzoek wordt verricht in of boven delen van een in bijlage III aangewezen ankergebied in de buurt van een aanloophaven: een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen in het belang van de scheepvaart en de veiligheid.

Artikel 7.189

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een situatietekening waarop de locatie is aangegeven waarop de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, rijkswegnummer, kilometrering en aanduiding van het beperkingengebied;

  2. een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein;

  3. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan;

  4. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

  5. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken; en

  6. als gevolgen voor het wegennet zijn te verwachten: een verkeersplan en een risico-inventarisatie met beheersmaatregelen.

Artikel 7.190

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden relevante gegevens en bescheiden verstrekt over de voorgenomen werkzaamheden.

Artikel 7.191

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van weginfrastructuur in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

  2. als een bemaling plaatsvindt: een bemalingsplan; en

  3. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

Artikel 7.192

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van informatieborden in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een ontwerp van de opschriften;

  2. de maten van het informatiebord en de bijbehorende constructie;

  3. een beschrijving van de materialen die worden toegepast;

  4. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast en verlichting;

  5. de wijze van verankering; en

  6. als sprake is van grondverankering: de diepte in meters.

Artikel 7.193

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van een technische installatie voor een nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het wegverkeer of het reguleren van het wegverkeer in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van de technische installatie, de maatvoering en de materialen die worden toegepast;

  2. een tekening van de nieuwe situatie;

  3. de wijze van verankering; en

  4. als sprake is van grondverankering: de diepte in meters.

Artikel 7.194

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van andere bouwwerken, het aanleggen, plaatsen of in stand houden van andere werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 8.16, eerste lid, aanhef en onder b, onder 4°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

  2. als sprake is van een tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan;

  3. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en

  4. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

Artikel 7.195

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een gebouw in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 1°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

  2. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en

  3. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

Artikel 7.196

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van een bouwwerk voor het leveren van energie aan voertuigen in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 2°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting; en

  2. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan.

Artikel 7.197

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het herinrichten van een verzorgingsplaats dat nadelige gevolgen kan hebben voor de staat of werking van de weg in het deel van het beperkingengebied met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk dat hoort bij een verzorgingsplaats, bedoeld in artikel 8.16, tweede lid, onder c, onder 3°, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een tekening van de nieuwe situatie, met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, dwarsprofielen, materialen die worden toegepast, afwatering en verlichting;

  2. als sprake is van tijdelijke infrastructuur: een tekening daarvan;

  3. als sprake is van bemaling: een bemalingsplan; en

  4. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen.

Artikel 7.197a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg, een bijzondere spoorweg of een lokale spoorweg als bedoeld in artikel 9.20, 9.31, 9.38, 9.44, eerste lid, of 9.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een situatietekening op een schaal van ten minste 1:1000 waarop de locatie is aangegeven waar de activiteit wordt verricht met coördinaten, voorzien van een legenda, noordpijl, kilometrering en aanduiding van de spoorweg en het bijbehorende beperkingengebied;

  2. een beschrijving van de locatie en de inrichting van het werkterrein waarbij in elk geval is aangegeven de locatie van bouwketen, werkmaterieel inclusief draaicirkels, opslagtanks en aan- en afvoerwegen;

  3. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan;

  4. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

  5. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteiten zijn betrokken; en

  6. een beschrijving van de gevolgen van de werkzaamheden voor de toegankelijkheid, de veiligheid en het doelmatig gebruik van de spoorweginfrastructuur.

Artikel 7.197b

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van elektriciteitskabels en beschermbuizen voor kabels en leidingen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.20 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in artikel 7:197a, onder a, van de ligging van de kabel, leiding of objecten die daarmee samenhangen met coördinaten;

  2. bij een kabel of een beschermbuis voor een kabel: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de kabel of beschermbuis met de volgende informatie:

    1. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil;

    2. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf;

    3. een aanduiding van de inwendige- en uitwendige diameter in centimeters;

    4. de materiaalsoort;

    5. het type kabel;

    6. het aantal kabels; en

    7. het doel van de kabel;

  3. bij een beschermbuis voor een leiding: een dwarsprofieltekening op een schaal van 1:100 van de beschermbuisleiding met de volgende informatie:

    1. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil;

    2. een aanduiding van de diepte in meters ten opzichte van de bovenkant van de spoorstaaf;

    3. een aanduiding van de inwendige en uitwendige diameter in centimeters;

    4. de materiaalsoort;

    5. de soort door te voeren stof; en

    6. de te onderhouden maximum werkdruk in bar;

  4. bij een beschermbuis voor een leiding onder druk: een erosiekraterberekening;

  5. bij een beschermbuis voor een transportleiding: een slijtageberekening;

  6. als een gestuurde boring of persing wordt gebruikt: een boorplan; en

  7. als de activiteit plaatsvindt bij de fundering van een brug of viaduct: een stabiliteitsberekening.

Artikel 7.197c

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn en het plaatsen of in stand houden van andere objecten in de kernzone, overwegzone of beschermingszone van een beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.31 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een aanduiding op de situatietekening, bedoeld in artikel 7.197a, onder a, van de ligging van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van de spoorweginfrastructuur met coördinaten;

  2. een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering, materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf, en het aantal bouwlagen;

  3. als de grond moet worden voorbelast: een stabiliteitsonderzoek, een monitoringsplan en dwarsprofielen; en

  4. als er sprake is van bemaling: een bemalingsplan.

Artikel 7.197d

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen en veranderen van werken die geen bouwwerken zijn, het plaatsen van andere objecten of het verrichten van werkzaamheden, waarbij de opzet van het perron of station wezenlijk verandert, in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.38 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197c, verstrekt.

Artikel 7.197e

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden, het storten van stoffen of het opslaan van licht ontvlambare stoffen in het beperkingengebied met betrekking tot een hoofdspoorweg of een bijzondere spoorweg, bedoeld in artikel 9.44, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. als werkzaamheden worden verricht: een omschrijving van de werkzaamheden en het te gebruiken materieel;

  2. als stoffen worden gestort: een omschrijving van de stoffen; en

  3. als licht ontvlambare stoffen worden opgeslagen: de hoeveelheid stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse aanwezig is.

Artikel 7.197f

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van werkzaamheden of het bouwen of in stand houden van bouwwerken, het aanleggen, plaatsen, in stand houden of veranderen van werken die geen bouwwerken zijn of het plaatsen of in stand houden van andere objecten in het beperkingengebied met betrekking tot een lokale spoorweg, bedoeld in artikel 9.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een tekening van de nieuwe situatie met inbegrip van aanzichten, details, maatvoering en materialen die worden toegepast, de hoogte van het bouwwerk, werk of object ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil en ten opzichte van de bovenkant spoorstaaf en het aantal bouwlagen;

  2. als er sprake is van het boren in of persen van grond: werktekeningen van de persaannemer en erosiekraterberekeningen;

  3. als graaf-, hei- of bronneringswerkzaamheden plaatsvinden: een monitoringsplan; en

  4. bij een mogelijke belemmering van het zicht van de bestuurder: een zichtlijnenanalyse.

Artikel 7.197g

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het plaatsen of aanleggen van objecten in strijd met een regel in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol of een luchthavenbesluit over de maximale hoogte van objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een luchthaven, bedoeld in artikel 10.11, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. een beschrijving van het object;

  2. een tekening van het object met de afmetingen van het object;

  3. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan;

  4. een werkplan waarin wordt beschreven hoe de activiteit wordt verricht;

  5. contactgegevens van de partijen die direct bij het verrichten van de activiteit zijn betrokken;

  6. de hoogte van het object ten opzichte van het maaiveld;

  7. de ligging van het maaiveld ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

  8. de hoogte van het object ten opzichte van Normaal Amsterdams Peil;

  9. de locatie van het object, uitgedrukt in coördinaten;

  10. een werktuigenplan; en

  11. als het gaat om een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot de luchthaven Schiphol: een uitdraai van de LIB-tool.

Artikel 7.197h

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een aanduiding van de Natura 2000-gebieden waarop een significant effect is te verwachten als gevolg van de voorgenomen activiteiten;

    2. de gewenste geldigheidsduur van de aangevraagde omgevingsvergunning;

    3. een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn;

    4. als uit de passende beoordeling volgt dat niet de zekerheid kan worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast als gevolg van de voorgenomen activiteiten: een ADC-toets als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn waaruit in ieder geval duidelijk wordt dat:

      1. er geen alternatieve oplossingen zijn;

      2. het project nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en

      3. compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft; en

    5. als sprake is van stikstofdepositie: een met AERIUS Calculator uitgevoerde berekening van de stikstofdepositie.

  2. Als de activiteit significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, gegevens waaruit blijkt dat, in afwijking van het eerste lid, onder d, onder 2°, dat het project nodig is vanwege:

    1. argumenten die verband houden met de gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; of

    2. andere dwingende redenen van openbaar belang, als de procedure van artikel 10.6d van het Omgevingsbesluit is toegepast.

Artikel 7.197i

Deze paragraaf is alleen van toepassing voor zover dat in paragraaf 7.2.8a.3, 7.2.8a.4, 7.2.8a.5 en 7.2.8a.6 is bepaald.

Artikel 7.197j

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit, bedoeld in hoofdstuk 11, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de Nederlandse en wetenschappelijke naam van de soort waarom het gaat;

    2. de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan, inclusief een onderbouwing en planning van de werkzaamheden die in het kader van de activiteit worden verricht;

    3. de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de activiteit en een onderbouwing waarom er geen andere bevredigende oplossing is dan het verrichten van de activiteit;

    4. een beschrijving van:

      1. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      2. de verspreiding van soorten en hun functies in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is;

      3. de functies van de nesten of rustplaatsen van soorten en hoe essentieel deze zijn voor de staat van instandhouding van betreffende soorten;

      4. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

      5. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de soort te voorkomen;

      6. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de soort te herstellen; en

      7. bij een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen, de verspreiding van de soorten en de locatie van de mitigerende en compenserende maatregelen;

    5. de resultaten van een verricht natuurwaardenonderzoek met ten minste de volgende gegevens:

      1. een aanduiding van de aan- of afwezigheid van soorten;

      2. de omvang van de aanwezige populatie soorten;

      3. een aanduiding van de gevolgen van de activiteit in het werkgebied op de staat van instandhouding van de aanwezige soorten; en

      4. een beschrijving voor elke fase van de activiteit met ten minste de gevolgen van de daaraan voorafgaande fase en de gevolgen van mitigerende maatregelen als bedoeld onder d, onder 5°, of compenserende maatregelen als bedoeld onder d, onder 6°; en

    6. als de activiteit nodig is voor onderzoek aan of naar soorten: gegevens over:

      1. de achtergrond en de aanleiding van het onderzoek;

      2. de doelstellingen van het onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen;

      3. de methoden en technieken die worden toegepast om de onderzoeksvragen te beantwoorden en de wijze waarop wordt omgegaan met de vogels;

      4. de beschikbare protocollen, richtlijnen of standaarden die worden toegepast;

      5. de onderzoekshandelingen;

      6. de relatie met eerder verricht onderzoek en de resultaten daarvan;

      7. de samenwerking met andere instituten of onderzoekers;

      8. de wijze waarop de voortgang van het onderzoek wordt gemonitord;

      9. de deskundigheid van de onderzoekers;

      10. 10°

        de planning van het onderzoek, uitgesplitst naar onderzoeksfases, beslis- en interventiemomenten en werkzaamheden; en

      11. 11°

        de geraadpleegde literatuur.

  2. Het natuurwaardenonderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder e:

    1. is verricht door een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring, die ecologisch advies versterkt of werkzaamheden begeleidt op het gebied van situaties, habitats en soorten; en

    2. bevat gegevens waarvan de jongste gegevens niet ouder zijn dan drie jaar, of korter als in de periode tussen het onderzoek en de aanvraag de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht ingrijpend zijn gewijzigd.

Artikel 7.197k

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of opzettelijk vangen, opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren, of het opzettelijk wegnemen van nesten, het rapen en onder zich hebben van eieren of het opzettelijk storen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

    1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

    2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

    3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

    4. ter bescherming van flora en fauna;

    5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of

    6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

  3. Het tweede lid, onder e en f, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels.

  4. Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels en het bestrijden van schadeveroorzakende vogels door grondgebruikers van vogels:

    1. is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en

    2. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de vogelrichtlijnsoorten verstrekt.

Artikel 7.197l

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of aanbieden voor verkoop van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

      2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

      3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

      4. ter bescherming van flora en fauna;

      5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of

      6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;

    2. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en

    3. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.

Artikel 7.197m

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

      2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

      3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

      4. ter bescherming van flora en fauna;

      5. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of

      6. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;

    2. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en

    3. de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.

Artikel 7.197n

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen, doden of achtervolgen van van nature in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de volgelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.40, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

      2. in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

      3. ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; of

      4. ter bescherming van flora en fauna; en

    2. een beschrijving van:

      1. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      2. de verspreiding van vogelrichtlijnsoorten in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar wordt verricht;

      3. de functies van de nesten of rustplaatsen van vogelrichtlijnsoorten;

      4. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

      5. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de vogelrichtlijnsoort te voorkomen;

      6. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de vogelrichtlijnsoort te herstellen; en

      7. de middelen, bedoeld in artikel 8.74p van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de methoden bedoeld in 8.74q van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die gebruikt worden.

Artikel 7.197o

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden, vangen of verstoren van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van die dieren, het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten, van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

    1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

    2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

    3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

    4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

    5. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

  3. Het tweede lid, onder d en e, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten.

  4. Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten en het bestrijden van schadeveroorzakende habitatrichtlijnsoorten door grondgebruikers van habitatrichtlijnsoorten:

    1. is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en

    2. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de habitatrichtlijnsoorten verstrekt.

Artikel 7.197p

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van dieren of planten, of het voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dieren of planten, bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

      2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

      3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

      4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

      5. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en

    2. een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de habitatrichtlijnsoort.

Artikel 7.197q

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen of doden van dieren of het aan de natuur onttrekken van dieren door het gebruik van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van populaties van soorten tot gevolg kunnen hebben, bedoeld in artikel 11.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

      1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

      2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; of

      3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; en

    2. een beschrijving van:

      1. de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

      2. de verspreiding van habitatrichtlijnsoorten en hun functies in en rondom dat gebied, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is;

      3. de functies van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van habitatrichtlijnsoorten en hoe essentieel deze zijn voor de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten;

      4. de wijze waarop de activiteit wordt verricht;

      5. de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de habitatrichtlijnsoort te voorkomen;

      6. de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de habitatrichtlijnsoort te herstellen; en

      7. de middelen, bedoeld in artikel 8.74r van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die gebruikt worden.

Artikel 7.197r

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen of kevers, het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:

    1. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

    2. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

    3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

    4. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten;

    5. om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;

    6. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

    7. voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

    8. voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

    9. voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

    10. in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

    11. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

    12. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of

    13. in het algemeen belang.

  3. Het tweede lid, onder d, e, f, h, j en k is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van de soorten als bedoeld in het eerste lid.

  4. Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie en het bestrijden van schadeveroorzakende soorten als bedoeld in het eerste lid door grondgebruikers:

    1. is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en

    2. wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de soorten verstrekt.

Artikel 7.197s

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bijvoeren van in het wild levende edelherten, damherten, reeën, wilde zwijnen, fazanten, wilde eenden, houtduiven, hazen of konijnen, bedoeld in artikel 11.60, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a en b, verstrekt.

  2. Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving waarom er sprake is van:

      1. bijzondere weersomstandigheden; of

      2. een tijdelijk natuurlijk voedseltekort waardoor het welzijn van de dieren in het geding is;

    2. een beschrijving, bedoeld onder a, die ten minste de volgende gegevens bevat:

      1. de reden tot bijvoeren of oorzaak van het voedseltekort;

      2. een beschrijving van de fysieke conditie van de dieren;

      3. een verklaring van een dierenarts of deskundige; en

      4. de wijze van bijvoeren.

Artikel 7.197t

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. twee pasfoto’s van de aanvrager;

    2. een bewijs van een met goed gevolg afgelegd jachtexamen; en

    3. de namen en contactgegevens van ten minste drie referenten.

  2. Het eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing als de aanvrager een nog geldende omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit heeft, tenzij de in dat onderdeel bedoelde gegevens, naar het oordeel van de korpschef noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 8.74t, tweede lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 7.197u

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. twee goed gelijkende pasfoto’s van de aanvrager;

  2. een bewijs van een met goed gevolg afgelegd examen voor het gebruik van jachtvogels; en

  3. een bewijs dat de leeftijd van achttien jaar is bereikt.

Artikel 7.198

  1. Paragraaf 7.2.9 is van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de wet.

  2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. het rijksmonumentnummer en, voor zover van toepassing, de naam van het monument of de plaatselijke aanduiding van het archeologisch monument;

    2. de opgave van het huidige gebruik van het monument of archeologisch monument en het voorgenomen gebruik, als dat afwijkt van het huidige gebruik; en

    3. de motivering voor het verrichten van de activiteit en een omschrijving van de gevolgen ervan voor het monument of het archeologisch monument.

Artikel 7.199

  1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om een archeologisch monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een omschrijving van de aard van de activiteit, met vermelding van:

      1. de omvang in vierkante meters; en

      2. de diepte, in centimeters ten opzichte van het maaiveld;

    2. een topografische kaart voorzien van noordpijl en ten minste twee coördinatenparen, met de exacte locatie en omvang van de activiteit;

    3. doorsnedetekeningen met de exacte locatie, omvang en diepte van de afzonderlijke ingrepen ten opzichte van het maaiveld;

    4. als sprake is van een opgraving, ook als deze alleen bestaat uit een proefsleuvenonderzoek of een proefputtenonderzoek: een programma van eisen voor de opgraving;

    5. als sprake is van een booronderzoek met boren met een diameter groter dan 10 cm: een plan van aanpak voor een booronderzoek;

    6. als sprake is van een zichtbaar archeologisch monument: overzichtsfoto’s van de bestaande situatie en plantekeningen van de nieuwe toestand; en

    7. voor zover de activiteit bestaat uit een bouwactiviteit: funderingstekeningen.

  2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een rapport waarin de archeologische waarde van dat deel van het archeologisch monument waarop de activiteit van invloed is, in voldoende mate nader is vastgesteld;

    2. een rapport waarin de gevolgen van de activiteit voor de archeologische waarden in voldoende mate inzichtelijk zijn gemaakt;

    3. detailtekeningen met van de afzonderlijke ingrepen:

      1. de exacte locatie;

      2. de omvang; en

      3. de diepte ten opzichte van het maaiveld;

    4. voor zover de activiteit bestaat uit aanlegwerkzaamheden of een ontgrondingsactiviteit:

      1. een bestek met bijbehorende tekeningen; of

      2. een werkomschrijving met bijbehorende tekeningen;

    5. als sprake is van een sloopactiviteit: bestaande funderingstekeningen; of

    6. als sprake is van een archeologisch monument onder water: een vlakdekkende hoge resolutie sonaropname van de waterbodem en ultrahoge resolutie sonaropnamen van details.

Artikel 7.200

Tekeningen als bedoeld in artikel 7.199 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

  1. 1:2000, als het gaat om een topografische kaart;

  2. 1:100, als het gaat om een funderingstekening of doorsnedetekening; en

  3. 1:50, als het gaat om een detailtekening.

Artikel 7.201

  1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het slopen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen sloop:

      1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

      2. foto’s van de bestaande toestand;

    2. de volgende tekeningen:

      1. als sprake is van het slopen van een deel van het monument waarbij de omvang van het monument wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie;

      2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        1. i

          plattegronden;

        2. ii

          doorsneden;

        3. iii

          gevelaanzichten; of

        4. iv

          een dakaanzicht; en

      3. slooptekeningen; en

    3. een omschrijving van de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

  2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

    2. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de bodem onder het te slopen bouwwerk in voldoende mate is vastgesteld;

    3. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft; of

    4. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische en constructieve aspecten.

Artikel 7.202

  1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het gedeeltelijk of volledig verplaatsen van een monument, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

    2. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen verplaatsing:

      1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie;

      2. foto’s van de bestaande toestand; en

      3. overzichtsfoto’s van de nieuwe locatie;

    3. de volgende tekeningen:

      1. situatietekeningen van de bestaande en nieuwe situatie;

      2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        1. i

          plattegronden;

        2. ii

          doorsneden;

        3. iii

          gevelaanzichten; of

        4. iv

          een dakaanzicht; en

      3. plantekeningen van de nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        1. i

          plattegronden;

        2. ii

          doorsneden;

        3. iii

          gevelaanzichten; of

        4. iv

          een dakaanzicht;

    4. een bestek of werkomschrijving van de wijze van demonteren, van het verplaatsen naar de nieuwe locatie en de herbouw; en

    5. als de activiteit bestaat uit het verplaatsen van een molen: een rapport over de molenbiotoop van de bestaande en de nieuwe situatie.

  2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie of over de relatie van het monument tot zijn historische en zijn nieuwe omgeving;

    2. als op de bestaande of op de nieuwe locatie sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag door de activiteit zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld;

    3. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    4. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen; of

    5. een opgave van de bij de voorbereiding en het verrichten van de activiteit te hanteren uitvoeringsrichtlijnen.

Artikel 7.203

  1. Bij de aanvraag worden, voor zover het gaat om het wijzigen van een monument of het herstellen daarvan waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar kan worden gebracht, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. de volgende kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument in relatie tot de voorgenomen activiteit:

      1. overzichtsfoto’s van de bestaande situatie; en

      2. detailfoto’s van de bestaande toestand, die een duidelijke indruk geven van het onderdeel van het monument waar de voorgenomen activiteit zal worden verricht;

    2. de volgende tekeningen:

      1. een situatietekening van de bestaande situatie, en als de nieuwe situatie daarvan afwijkt: een situatietekening van de nieuwe situatie;

      2. opnametekeningen van de bestaande toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        1. i

          plattegronden;

        2. ii

          doorsneden;

        3. iii

          gevelaanzichten; of

        4. iv

          een dakaanzicht;

      3. als er gebreken worden hersteld: gebrekentekeningen;

      4. plantekeningen van de nieuwe toestand en van de voorgenomen werkzaamheden, met inbegrip van de te vervangen of te veranderen onderdelen en de te verhelpen gebreken, met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag:

        1. i

          plattegronden;

        2. ii

          doorsneden;

        3. iii

          gevelaanzichten; of

        4. iv

          een dakaanzicht; en

      5. als sprake is van verwijdering van materiaal: slooptekeningen; en

    3. een omschrijving van de aard en omvang van de activiteit in de vorm van een bestek of werkomschrijving, met:

      1. de te gebruiken en de te vervangen materialen, de toe te passen constructies, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering of verwerking; en

      2. als sprake is van verwijdering van materiaal: de sloopmethode en de aard van en bestemming voor het vrijkomend materiaal.

  2. Zo nodig worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    1. een nadere bepaling van de monumentale waarde van het monument aan de hand van cultuurhistorische rapporten, met inbegrip van rapporten over architectuurhistorie, bouwhistorie, interieurhistorie, kleurhistorie of tuinhistorie;

    2. als sprake is van verstoring van de bodem: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld;

    3. een beschrijving van de technische staat van het monument of het onderdeel van het monument waarop de voorgenomen activiteit betrekking heeft;

    4. een onderbouwing van de beschrijving van de technische staat aan de hand van technische rapporten, met inbegrip van rapporten over bouwfysische, constructieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;

    5. aanvullende tekeningen van de bestaande en nieuwe toestand, met inbegrip van detailtekeningen;

    6. voor zover er algemene kwaliteitsnormen of uitvoeringsrichtlijnen voor de instandhouding van monumenten op de activiteit van toepassing zijn: een opgave of de voorgenomen activiteit hierop is afgestemd; of

    7. als de activiteit een monument betreft dat een tuinaanleg, parkaanleg of andere groenaanleg is: een beheervisie.

Artikel 7.204

Bij de aanvraag wordt, voor zover het gaat om het gebruiken van een monument waardoor het kan worden ontsierd of in gevaar gebracht, een opgave verstrekt van de maatregelen die worden getroffen om deze nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.

Artikel 7.205

  1. Tekeningen als bedoeld in de artikelen 7.201 tot en met 7.203 hebben een schaal die niet kleiner is dan:

    1. 1:1000, als het gaat om een situatietekening;

    2. 1:100, als het gaat om een algemene geveltekening;

    3. 1:20 of 1:50, als het gaat om een geveltekening voor een ingrijpende wijziging; en

    4. 1:100, als het gaat om een plattegrondtekening, doorsnedetekening of een tekening van het dakaanzicht.

  2. Een detailtekening heeft een schaal van 1:1, 1:2 of 1:5 en is voorzien van een omschrijving van de materiaaltoepassing en de maatvoering.

  3. Uit een situatietekening die is voorzien van een noordpijl blijkt de oriëntatie van het monument op het perceel en ten opzichte van omliggende bebouwing en wegen.

  4. Een plattegrondtekening en een doorsnedetekening bevatten de volgende historische gegevens:

    1. balklagen:

      1. gestippeld aangegeven in plattegronden van ruimten onder de balklagen; en

      2. getekend aangegeven in doorsneden met aanduiding van de afmetingen;

    2. geornamenteerde plafonds, gestippeld aangegeven in plattegronden van de ruimten waar deze zich bevinden;

    3. houtafmeting, balklagen en kapconstructie, aangegeven in doorsneden van de bestaande en van de nieuwe toestand; en

    4. bijzondere ruimten of bouwdelen, direct of indirect betrokken bij de activiteit, aangegeven in plattegronden en doorsneden.

Artikel 7.206

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een wateronttrekkingsactiviteit voor een industriële toepassing of voor de openbare drinkwatervoorziening als bedoeld in artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  1. het aantal in te richten putten;

  2. de coördinaten van elke put;

  3. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;

  4. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put;

  5. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;

  6. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar, die ten hoogste wordt onttrokken;

  7. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van de onttrekking en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken;

  8. als het gaat om een wateronttrekkingsactiviteit voor een industriële toepassing: het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt; en

  9. als het gaat om het in samenhang met het onttrekken van grondwater in de bodem brengen van water ter aanvulling van het grondwater:

    1. de hoeveelheid water in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar die ten hoogste in de bodem wordt gebracht;

    2. de diepte in meters waarop het water in de bodem wordt gebracht;

    3. een beschrijving van de samenhang van het brengen van water in de bodem met de onttrekking;

    4. de herkomst en samenstelling van het water dat in de bodem wordt gebracht; en

    5. een beschrijving van de mogelijke negatieve gevolgen van het brengen van water in de bodem en van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.

Artikel 7.207

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ontgrondingsactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder c, van de wet die bestaat uit een ontgrondingsactiviteit op land, in regionale wateren en in het winterbed van een rivier in beheer bij het Rijk, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.162, onder a tot en met i, k en l, verstrekt.

Artikel 7.207a

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het lozen van stoffen of afvalwater afkomstig van een vaartuig, bedoeld in artikel 17.18, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.23, onder a, d en h tot en met n, verstrekt.

Artikel 7.207b

  1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de wet, worden, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, de gegevens en bescheiden verstrekt die op grond van het omgevingsplan bij die aanvraag moeten worden verstrekt.

  2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteit te beoordelen voor:

    1. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

    2. de op grond van de artikelen 2.22 en 2.24 van de wet gestelde regels over omgevingsplannen en de op grond van de artikelen 2.33 en 2.34 van de wet gegeven instructies over omgevingsplannen; en

    3. het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie of het Rijk.

← terug naar Omgevingsregeling