-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een aanduiding van de Natura 2000-gebieden waarop een significant effect is te verwachten als gevolg van de voorgenomen activiteiten;
de gewenste geldigheidsduur van de aangevraagde omgevingsvergunning;
een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn;
als uit de passende beoordeling volgt dat niet de zekerheid kan worden verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de betreffende Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast als gevolg van de voorgenomen activiteiten: een ADC-toets als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de habitatrichtlijn waaruit in ieder geval duidelijk wordt dat:
- 1°
er geen alternatieve oplossingen zijn;
- 2°
het project nodig is om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en
- 3°
compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft; en
- 1°
als sprake is van stikstofdepositie: een met AERIUS Calculator uitgevoerde berekening van de stikstofdepositie.
-
Als de activiteit significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied, gegevens waaruit blijkt dat, in afwijking van het eerste lid, onder d, onder 2°, dat het project nodig is vanwege:
argumenten die verband houden met de gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; of
andere dwingende redenen van openbaar belang, als de procedure van artikel 10.6d van het Omgevingsbesluit is toegepast.
Omgevingsregeling Actueel
Inhoud
§ 7.2.8a
Artikel 7.197i
Deze paragraaf is alleen van toepassing voor zover dat in paragraaf 7.2.8a.3, 7.2.8a.4, 7.2.8a.5 en 7.2.8a.6 is bepaald.
Artikel 7.197j
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van een flora- en fauna-activiteit, bedoeld in hoofdstuk 11, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de Nederlandse en wetenschappelijke naam van de soort waarom het gaat;
de verwachte datum en het verwachte tijdstip van het begin van de activiteit en de verwachte duur ervan, inclusief een onderbouwing en planning van de werkzaamheden die in het kader van de activiteit worden verricht;
de belangrijkste door de aanvrager bestudeerde alternatieven voor de activiteit en een onderbouwing waarom er geen andere bevredigende oplossing is dan het verrichten van de activiteit;
een beschrijving van:
- 1°
de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
- 2°
de verspreiding van soorten en hun functies in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is;
- 3°
de functies van de nesten of rustplaatsen van soorten en hoe essentieel deze zijn voor de staat van instandhouding van betreffende soorten;
- 4°
de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
- 5°
de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de soort te voorkomen;
- 6°
de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de soort te herstellen; en
- 7°
bij een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen, de verspreiding van de soorten en de locatie van de mitigerende en compenserende maatregelen;
- 1°
de resultaten van een verricht natuurwaardenonderzoek met ten minste de volgende gegevens:
- 1°
een aanduiding van de aan- of afwezigheid van soorten;
- 2°
de omvang van de aanwezige populatie soorten;
- 3°
een aanduiding van de gevolgen van de activiteit in het werkgebied op de staat van instandhouding van de aanwezige soorten; en
- 4°
een beschrijving voor elke fase van de activiteit met ten minste de gevolgen van de daaraan voorafgaande fase en de gevolgen van mitigerende maatregelen als bedoeld onder d, onder 5°, of compenserende maatregelen als bedoeld onder d, onder 6°; en
- 1°
als de activiteit nodig is voor onderzoek aan of naar soorten: gegevens over:
- 1°
de achtergrond en de aanleiding van het onderzoek;
- 2°
de doelstellingen van het onderzoek en de bijbehorende onderzoeksvragen;
- 3°
de methoden en technieken die worden toegepast om de onderzoeksvragen te beantwoorden en de wijze waarop wordt omgegaan met de vogels;
- 4°
de beschikbare protocollen, richtlijnen of standaarden die worden toegepast;
- 5°
de onderzoekshandelingen;
- 6°
de relatie met eerder verricht onderzoek en de resultaten daarvan;
- 7°
de samenwerking met andere instituten of onderzoekers;
- 8°
de wijze waarop de voortgang van het onderzoek wordt gemonitord;
- 9°
de deskundigheid van de onderzoekers;
- 10°
de planning van het onderzoek, uitgesplitst naar onderzoeksfases, beslis- en interventiemomenten en werkzaamheden; en
- 11°
de geraadpleegde literatuur.
- 1°
-
Het natuurwaardenonderzoek, bedoeld in het eerste lid, onder e:
is verricht door een persoon met aantoonbare specifieke ecologische kennis en ervaring, die ecologisch advies versterkt of werkzaamheden begeleidt op het gebied van situaties, habitats en soorten; en
bevat gegevens waarvan de jongste gegevens niet ouder zijn dan drie jaar, of korter als in de periode tussen het onderzoek en de aanvraag de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht ingrijpend zijn gewijzigd.
Artikel 7.197k
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of opzettelijk vangen, opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren, of het opzettelijk wegnemen van nesten, het rapen en onder zich hebben van eieren of het opzettelijk storen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
ter bescherming van flora en fauna;
voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of
om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
-
Het tweede lid, onder e en f, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels.
-
Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van vogels en het bestrijden van schadeveroorzakende vogels door grondgebruikers van vogels:
is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en
wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de vogelrichtlijnsoorten verstrekt.
Artikel 7.197l
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of aanbieden voor verkoop van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
- 1°
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
- 2°
in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
- 3°
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
- 4°
ter bescherming van flora en fauna;
- 5°
voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of
- 6°
om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
- 1°
een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en
de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.
Artikel 7.197m
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten, bedoeld in artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
- 1°
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
- 2°
in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
- 3°
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
- 4°
ter bescherming van flora en fauna;
- 5°
voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of
- 6°
om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan;
- 1°
een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de vogelrichtlijnsoort; en
de herkomst van de vogelrichtlijnsoort.
Artikel 7.197n
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen, doden of achtervolgen van van nature in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de volgelrichtlijn, bedoeld in artikel 11.40, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
- 1°
in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
- 2°
in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
- 3°
ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; of
- 4°
ter bescherming van flora en fauna; en
- 1°
een beschrijving van:
- 1°
de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
- 2°
de verspreiding van vogelrichtlijnsoorten in en rondom het gebied, bedoeld onder 1°, inclusief het onderzoek dat daarnaar wordt verricht;
- 3°
de functies van de nesten of rustplaatsen van vogelrichtlijnsoorten;
- 4°
de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
- 5°
de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de vogelrichtlijnsoort te voorkomen;
- 6°
de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de vogelrichtlijnsoort te herstellen; en
- 7°
de middelen, bedoeld in artikel 8.74p van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de methoden bedoeld in 8.74q van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die gebruikt worden.
- 1°
Artikel 7.197o
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden, vangen of verstoren van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn, het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van die dieren, het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten, van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
-
Het tweede lid, onder d en e, is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten.
-
Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van habitatrichtlijnsoorten en het bestrijden van schadeveroorzakende habitatrichtlijnsoorten door grondgebruikers van habitatrichtlijnsoorten:
is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en
wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de habitatrichtlijnsoorten verstrekt.
Artikel 7.197p
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verkopen, vervoeren voor verkoop, verhandelen, ruilen of te koop of te ruil aanbieden van dieren of planten, of het voor het om een andere reden dan verkoop onder zich hebben of vervoeren van dieren of planten, bedoeld in artikel 11.47, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
- 1°
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
- 2°
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
- 3°
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
- 4°
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van die soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
- 5°
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en
- 1°
een onderbouwing waarom de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de habitatrichtlijnsoort.
Artikel 7.197q
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vangen of doden van dieren of het aan de natuur onttrekken van dieren door het gebruik van niet-selectieve middelen die de plaatselijke verdwijning of ernstige verstoring van de rust van populaties van soorten tot gevolg kunnen hebben, bedoeld in artikel 11.48 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met c en e, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
- 1°
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
- 2°
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; of
- 3°
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; en
- 1°
een beschrijving van:
- 1°
de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
- 2°
de verspreiding van habitatrichtlijnsoorten en hun functies in en rondom dat gebied, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is;
- 3°
de functies van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van habitatrichtlijnsoorten en hoe essentieel deze zijn voor de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten;
- 4°
de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
- 5°
de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de habitatrichtlijnsoort te voorkomen;
- 6°
de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de habitatrichtlijnsoort te herstellen; en
- 7°
de middelen, bedoeld in artikel 8.74r van het Besluit kwaliteit leefomgeving, die gebruikt worden.
- 1°
Artikel 7.197r
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen of kevers, het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van die dieren of het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten, bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel in artikel 7.197j, eerste lid, onder a tot en met f, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: een onderbouwing waarom de activiteit nodig is:
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten;
om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsverordening of ministeriële regeling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben;
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;
voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;
in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of
in het algemeen belang.
-
Het tweede lid, onder d, e, f, h, j en k is niet van toepassing als het gaat om beperking van de omvang van een populatie van de soorten als bedoeld in het eerste lid.
-
Als het gaat om beperking van de omvang van een populatie en het bestrijden van schadeveroorzakende soorten als bedoeld in het eerste lid door grondgebruikers:
is artikel 7.197j, eerste lid, onder d, onder 3°, 5°, 6°, en 7°, onder e en f niet van toepassing; en
wordt een ingetekende topografische kaart met de locatie van de handelingen en de verspreiding van de soorten verstrekt.
Artikel 7.197s
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bijvoeren van in het wild levende edelherten, damherten, reeën, wilde zwijnen, fazanten, wilde eenden, houtduiven, hazen of konijnen, bedoeld in artikel 11.60, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden per soort de volgende gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.197j, eerste lid, onder a en b, verstrekt.
-
Bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een beschrijving waarom er sprake is van:
- 1°
bijzondere weersomstandigheden; of
- 2°
een tijdelijk natuurlijk voedseltekort waardoor het welzijn van de dieren in het geding is;
- 1°
een beschrijving, bedoeld onder a, die ten minste de volgende gegevens bevat:
- 1°
de reden tot bijvoeren of oorzaak van het voedseltekort;
- 2°
een beschrijving van de fysieke conditie van de dieren;
- 3°
een verklaring van een dierenarts of deskundige; en
- 4°
de wijze van bijvoeren.
- 1°
Artikel 7.197t
-
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
twee pasfoto’s van de aanvrager;
een bewijs van een met goed gevolg afgelegd jachtexamen; en
de namen en contactgegevens van ten minste drie referenten.
-
Het eerste lid, aanhef en onder c, is niet van toepassing als de aanvrager een nog geldende omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit heeft, tenzij de in dat onderdeel bedoelde gegevens, naar het oordeel van de korpschef noodzakelijk zijn voor de beoordeling of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 8.74t, tweede lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 7.197u
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een valkeniersactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
twee goed gelijkende pasfoto’s van de aanvrager;
een bewijs van een met goed gevolg afgelegd examen voor het gebruik van jachtvogels; en
een bewijs dat de leeftijd van achttien jaar is bereikt.