-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn opzettelijk te doden of opzettelijk te vangen, en om die vogels opzettelijk te storen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten door grondgebruikers worden verricht om de volgende schadeveroorzakende vogels te bestrijden, bedoeld in 11.43, eerste lid, onder b, van dat besluit:
de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii);
de houtduif (Columba palumbus);
de kauw (Corvus monedula); of
de zwarte kraai (Corvus corone corone).
-
Het eerste lid geldt alleen als:
het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op die gronden, in of aan die opstallen of in het omringende gebied te voorkomen;
de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als:
- 1°
belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren; of
- 2°
schade aan flora of fauna; en
- 1°
wordt voldaan aan artikel 4.19.
Omgevingsregeling Actueel
Inhoud
§ 4.7.1
Artikel 4.19
-
Als middelen als bedoeld in artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die zijn toegestaan voor het bestrijden van de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii), de houtduif (Columba palumbus), de kauw (Corvus monedula) en de zwarte kraai (Corvus corone corone) worden aangewezen:
geweren;
honden, met uitzondering van lange honden; en
aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds.
-
Als methoden als bedoeld in artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving die mogen worden gebruikt voor het bestrijden van vogels van de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen:
het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;
het vangen of doden met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt; en
het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.
-
De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen.
Artikel 4.20
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning dode vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of aan te bieden voor verkoop geldt niet als de vogels aantoonbaar zijn verkregen:
in het kader van de bestrijding van schade of overlast veroorzakende vogels, bedoeld in de artikelen 11.43, eerste lid, onder b, en 11.44, tweede en derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, of de beperking van de omvang van populaties van in het wild levende dieren; en
in overeenstemming met:
- 1°
een voor die bestrijding verleende omgevingsvergunning;
- 2°
de regels in een omgevingsverordening op grond van artikel 5.2, eerste lid, van de wet en artikel 11.42 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarin de bestrijding als vergunningvrij geval wordt aangewezen; of
- 3°
de artikelen 4.18 en 4.19.
- 1°
Artikel 4.21
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.38, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of aan te bieden voor verkoop geldt niet voor het verkopen, vervoeren, onder zich hebben of voor verkoop aanbieden van een dode vogel die vanuit een ander land Nederland is binnengebracht.
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning dode of levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of vervoeren van een dode vogel die vanuit een ander land Nederland is binnengebracht.
-
Het eerste en tweede lid gelden alleen als:
de vogel aantoonbaar is verkregen buiten Nederland overeenkomstig de daar geldende regelgeving; en
als de vogel behoort tot een soort, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de cites-basisverordening, aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen.
Artikel 4.22
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn opzettelijk te vangen of om opzettelijk die vogels te storen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten worden verricht voor het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde vogels voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren.
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn, te vervoeren geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten worden verricht voor het vangen of onder zich hebben van zieke of gewonde vogels voor vervoer in een motorvoertuig dat is ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke of gewonde dieren.
-
Het eerste en tweede lid gelden alleen als de zieke of gewonde vogel binnen twaalf uur wordt overgedragen aan personen of instanties die zijn gerechtigd uit het wild afkomstige vogels onder zich te hebben voor opvang en verzorging, krachtens:
een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit; en
artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren.
Artikel 4.23
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning dode vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het zich toe-eigenen en onder zich hebben van een dode uit het wild afkomstige vogel met het oog op het prepareren ervan.
-
Het eerste lid geldt alleen als:
de vogel buiten schuld of medeweten van degene die zich het dier toe-eigent is gestorven;
degene die de vogel onder zich heeft:
- 1°
de vogel binnen drie dagen aflevert bij een preparateur voor preparatie; of
- 2°
de vogel zelf prepareert en voldoet aan artikelen 11.102, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en 7.219; en
- 1°
de vogel aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en de cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen, voor zover van toepassing.
-
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet in samenhang met artikel 11.39, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, om zonder omgevingsvergunning dode vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn of gemakkelijk herkenbare delen van die vogels of uit die vogels verkregen producten om een andere reden dan verkoop onder zich te hebben of te vervoeren geldt niet voor het onder zich hebben van een geprepareerde uit het wild afkomstige vogel.
-
Het derde lid geldt alleen als:
de vogel is gemerkt met een merkteken overeenkomstig artikelen 11.102, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving en 7.219, vierde en vijfde lid; en
de vogel aantoonbaar met inachtneming van de cites-basisverordening en de cites-uitvoeringsverordening Nederland is binnengebracht of verkregen, voor zover van toepassing.
Artikel 4.23a
-
Als gevallen waarin het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten niet geldt als bedoeld in artikel 11.45 van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden aangewezen de flora- en fauna-activiteiten, bedoeld in de artikelen 11.37, eerste lid, of 11.39, eerste lid, van dat besluit, die:
worden beschreven in een in het tweede lid aangewezen gedragscode; en
betrekking hebben op soorten die vallen onder de reikwijdte van de gedragscode.
-
Als gedragscodes als bedoeld in artikel 11.45, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, worden de in tabel 4.23a bedoelde gedragscodes aangewezen voor de daarbij aangegeven periode.