Deze afdeling is van toepassing op in het Besluit bouwwerken leefomgeving genoemde normen.
Omgevingsregeling Actueel
Inhoud
Afdeling 5.2
Artikel 5.34
Bij de toepassing van NEN 2057 geldt dat onderdeel 6.1 wordt gelezen als: Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak.
Artikel 5.35
Bij de toepassing van NEN 2535 is het in die norm bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of meldingen als bedoeld in de artikelen 2.18 en 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.36
-
Bij de toepassing van NEN 2575 is het in die norm bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of meldingen als bedoeld in de artikelen 2.18 en 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
-
Waar in de artikelen 3.119 en 4.213 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 2575 geldt het volgende:
het in onderdeel 4, tabel 1, onder algemeen, bedoelde minimaal toelaatbaar geluidniveau van toonsignalen van 65 dB geldt alleen voor verkeersruimten; voor verblijfsruimten geldt alleen het in die tabel bedoelde geluidsniveau toonsignaal dat minimaal 6 dB boven het gemiddelde omgevingsgeluid uitkomt;
het in onderdeel 4, tabel 2, onder algemeen, bedoelde minimaal toelaatbaar geluidniveau van gesproken berichten van 60 dB geldt alleen voor verkeersruimten; voor verblijfsruimten geldt alleen het in die tabel bedoelde geluidsniveau toonsignaal dat minimaal 6 dB boven het gemiddelde omgevingsgeluid uitkomt;
onderdeel 12.4.2 Specificatie Luidsprekers is niet van toepassing;
onderdeel 17 Bekabeling is niet van toepassing.
-
Het tweede lid is niet van toepassing op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in de artikelen 3.115 en 4.208 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en op een ontruimingsalarminstallatie die behoort bij een brandmeldinstallatie zonder doormelding die na 1 november 2008 is opgeleverd of gewijzigd.
Artikel 5.37
-
Waar in artikel 3.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving is bepaald dat de brandveiligheid van een afvoervoorziening voor rookgas wordt bepaald volgens NEN 8062 geldt bij de toepassing van onderdeel 4 van die norm dat materiaal waaruit een voorziening voor de afvoer van rookgas is samengesteld onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064, voor zover in dat materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K. In afwijking van ‘onbrandbaar’ volgens NEN 6064 mogen ook materialen die voldoen aan de brandklasse A1 volgens NEN-EN 13501-1 zijn toegepast.
-
Bij de toepassing van onderdeel 5 van NEN 8062 geldt dat de luchtdichtheid van een voorziening voor de afvoer van rookgas kleiner is dan 25 m3/m2/h.
-
Als bij het bouwen de voorziening is gerealiseerd met toepassing van NEN 6062 en de bestaande voorziening aan dat normblad voldoet, is voldaan aan het eerste en het tweede lid.
Artikel 5.38
[Vervallen]
Artikel 5.39
Bij toepassing van NEN 1006 zijn alleen de onderdelen van toepassing die technische voorschriften uit oogpunt van gezondheid bevatten over een voorziening voor drinkwater of warmwater.
Artikel 5.40
Bij toepassing van NEN 1010 zijn alleen de onderdelen van toepassing die technische voorschriften uit oogpunt van veiligheid bevatten over een voorziening voor elektriciteit.
Artikel 5.41
-
Waar in artikel 4.122 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 1087, wordt bedoeld de hoofdstukken 5 en 8 van die norm.
-
Waar in artikel 4.137, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 1087, wordt bedoeld de onderdelen 5.1 en 5.3 van die norm.
Artikel 5.41a
Bij de toepassing van NEN 1594 is de derde alinea van onderdeel 4.2.2.2 van NEN 1594 niet van toepassing op een brandslangaansluiting in de eerste ruimte als bedoeld in artikel 4.221, vijfde en zesde lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.42
Bij de toepassing van NEN 2057 geldt dat in vergelijking (1) in hoofdstuk 4 van NEN 2057
‘A
Artikel 5.43
Bij de toepassing van NEN 2535 en NEN 2575 is het in die normen bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit verkregen met een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of meldingen als bedoeld in de artikelen 2.18 en 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.44
Waar in de artikelen 4.136, 4.138 en 4.141 van het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN 2757, wordt bedoeld:
NEN 2757-1 voor verbrandingsinstallaties met een belasting kleiner dan of gelijk aan 130 kW op bovenwaarde; en
NEN 2757-2 voor verbrandingsinstallaties met een belasting groter dan 130 kW op bovenwaarde.
Artikel 5.45
Bij de toepassing van NEN 5077 geldt dat in afwijking van de tabellen 3, 5, 6 en 7 de standen van de ventilatieopeningen en van de mechanische ventilatie alle ‘open’ respectievelijk ‘aan’ zijn.
Artikel 5.46
Bij de toepassing van NEN 7120 gelden voor de in onderdeel 5.3.2 opgenomen formule de waarden, aangegeven in tabel 5.46, voor de correctiefactor C
Gebruiksfunctie | C | |
1 | Woonfunctie | |
a. woonwagen | 0,99 | |
b. andere woonfunctie | 1,10 | |
2 | Bijeenkomstfunctie | 0,73 |
3 | Celfunctie | 0,98 |
4 | Gezondheidszorgfunctie | |
a. met bedgebied | 1,17 | |
b. andere gezondheidszorgfunctie | 0,98 | |
6 | Kantoorfunctie | 1,05 |
7 | Logiesfunctie | |
a. logiesfunctie in logiesgebouw | 0,90 | |
b. logiesfunctie niet in logiesgebouw | 0,88 | |
8 | Onderwijsfunctie | 1,44 |
9 | Sportfunctie | 0,86 |
10 | Winkelfunctie | 0,85 |
Artikel 5.47
Waar in het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt verwezen naar NEN-EN 1838, wordt bedoeld onderdeel 5.4.5 van die norm.
Artikel 5.48
Bij de toepassing van NEN-EN 1990 wordt tabel NB. 1- 2.1 gelezen als:
Ontwerplevensduur | Toepassing | |
Klasse | Jaren | |
1A | 5 | Tijdelijke bouwwerken, anders dan een woonfunctie: waarbij de termijn, genoemd in een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.25 of 2.26 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, niet langer is dan 5 jaar, of die vergunningvrij zijn voor de activiteit bouwen. Bouwwerken in gevolgklasse CC2 of CC3: binnen deze klasse moeten de in rekening te brengen belastingen zijn gebaseerd op een referentieperiode van 15 jaar. Voor CC1 is dit 5 jaar. |
1B | 15 | Tijdelijke bouwwerken, anders dan bouwwerken die vallen in klasse 1A. |
2 | 15 | Constructies en bouwwerken voor landbouw en tuinbouw en soortgelijke toepassingen, alleen voor productiedoeleinden, waarbij het aantal personen dat in het gebouw aanwezig is, beperkt is. Industriebouwwerken, al dan niet tijdelijk, met 1 of 2 bouwlagen. |
3 | 50 | Bouwwerken anders dan bedoeld onder 1A, 1B en 2. |
Artikel 5.49
[Vervallen]
Artikel 5.50
-
Bij het bepalen van het aandeel hernieuwbare energie, bedoeld in artikel 4.149, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving, volgens NTA 8800 mag restwarmte en -koude als bedoeld in NTA 8800 worden meegerekend.
-
Bij het bepalen van de koelbehoefte en de ten minste benodigde koelcapaciteit in woningen is in plaats van bijlage AA bij NTA 8800 de Rekentool Koelbehoefte NTA 8800 van toepassing.